Richtlijn 2001/47/EG van de Commissie van 25 juni 2001 houdende wijziging van bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen teneinde Paecilomyces fumosoroseus (Apopka stam 97, PFR 97 of CG 170, ATCC 20874) op te nemen als werkzame stof
Publicatieblad Nr. L 175 van 28/06/2001 blz. 0021 - 0023
Richtlijn 2001/47/EG van de Commissie van 25 juni 2001 houdende wijziging van bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen teneinde Paecilomyces fumosoroseus (Apopka stam 97, PFR 97 of CG 170, ATCC 20874) op te nemen als werkzame stof DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen(1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2001/28/EG van de Commissie(2), en met name op artikel 6, lid 1, Overwegende hetgeen volgt: (1) België heeft, overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG (hierna "de richtlijn" te noemen) op 18 mei 1994 van Thermo Trilogy Corporation ("de aanvrager") een aanvraag ontvangen om opneming van de werkzame stof Paecilomyces fumosoroseus (Apopka stam 97, PFR 97 of CG 170, ATCC 20874) in bijlage I bij de richtlijn. (2) Overeenkomstig het bepaalde in artikel 6, lid 3, van de richtlijn heeft de Commissie bij Beschikking 97/164/EG(3) van erkend dat het dossier dat voor Paecilomyces fumosoroseus (Apopka stam 97, PFR 97 of CG 170, ATCC 20874) is ingediend, geacht kon worden in beginsel te voldoen aan de voorschriften inzake gegevens en informatie die zijn opgenomen in bijlage II en, voor een gewasbeschermingsmiddel dat de betrokken werkzame stof bevat, in bijlage III bij de richtlijn. (3) Krachtens artikel 5, lid 1, van de richtlijn, mag een werkzame stof voor een periode van ten hoogste tien jaar in bijlage I worden opgenomen indien mag worden verwacht dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen die de werkzame stof bevatten, of de residuen daarvan geen schadelijke uitwerking op de gezondheid van mens of dier of op het grondwater en geen onaanvaardbaar milieueffect zal hebben. (4) Voor Paecilomyces fumosoroseus (Apopka stam 97, PFR 97 of CG 170, ATCC 20874) zijn de uitwerking op de menselijke gezondheid en het milieueffect overeenkomstig het bepaalde in artikel 6, leden 2 en 4, van de richtlijn beoordeeld voor de door de aanvrager voorgestelde toepassingen. België, optredend als de als rapporteur aangewezen lidstaat, heeft op 9 december 1997 een ontwerp van het beoordelingsverslag voor deze stof bij de Commissie ingediend. (5) Het ontwerp-beoordelingsverslag is door de lidstaten en de Commissie onderzocht in het kader van het Permanent Plantenziektekundig Comité. Dat onderzoek is op 27 april 2001 afgesloten met het evaluatieverslag van de Commissie over het onderzoek betreffende Paecilomyces fumosoroseus (Apopka stam 97, PFR 97 of CG 170, ATCC 20874). Indien het evaluatieverslag moet worden bijgewerkt om rekening te houden met technische en wetenschappelijke ontwikkelingen, zullen ook de voorwaarden voor de opneming van Paecilomyces fumosoroseus (Apopka stam 97, PFR 97 of CG 170, ATCC 20874) in bijlage I bij de richtlijn moeten worden gewijzigd overeenkomstig de richtlijn. (6) Het dossier en de resultaten van het onderzoek inzake Paecilomyces fumosoroseus (Apopka stam 97, PFR 97 of CG 170, ATCC 20874) zijn op 16 december 1999 ook voor advies voorgelegd aan het Wetenschappelijk Comité voor planten. Dit comité heeft op 30 november 2000 advies uitgebracht(4). (7) Uit de verschillende analyses is gebleken dat mag worden verwacht dat gewasbeschermingsmiddelen die de betrokken werkzame stof bevatten, in het algemeen zullen voldoen aan de in artikel 5, lid 1, onder a) en b), en lid 3, van de richtlijn gestelde eisen, inzonderheid voor de toepassingen waarvoor zij zijn onderzocht en die zijn opgenomen in het evaluatieverslag. De betrokken werkzame stof moet derhalve in bijlage I worden opgenomen, om ervoor te zorgen dat alle lidstaten de toelating van de gewasbeschermingsmiddelen die de betrokken werkzame stof bevatten, kunnen verlenen overeenkomstig het bepaalde in de richtlijn. (8) De lidstaten moeten na de opneming over een redelijke termijn beschikken om de bepalingen van de richtlijn betreffende gewasbeschermingsmiddelen die Paecilomyces fumosoroseus (Apopka stam 97, PFR 97 of CG 170, ATCC 20874) bevatten, ten uitvoer te leggen en inzonderheid om bestaande voorlopige toelatingen te wijzigen of nieuwe toelatingen te verlenen overeenkomstig de bepalingen van de richtlijn. Een langere termijn kan nodig zijn voor gewasbeschermingsmiddelen die, behalve Paecilomyces fumosoroseus (Apopka stam 97, PFR 97 of CG 170, ATCC 20874), ook andere in bijlage I opgenomen werkzame stoffen bevatten. (9) Aangezien voor micro-organismen nog geen uniforme beginselen zijn vastgesteld, is het aangewezen dat de lidstaten bij het verlenen van toelatingen de algemene bepalingen van artikel 4 van de richtlijn toepassen. Voorts moet de lidstaten ook een redelijke termijn worden gelaten om, zodra de uniforme beginselen zijn goedgekeurd, de verleende toelatingen opnieuw te evalueren in het licht van die beginselen. (10) Het is dienstig te bepalen dat het definitieve evaluatieverslag (met uitzondering van de vertrouwelijke informatie zoals bedoeld in artikel 14 van de richtlijn) door de lidstaat ter beschikking moet worden gesteld of gehouden van alle belanghebbenden die erom verzoeken. (11) De in deze richtlijn vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies dat door het Permanent Plantenziektekundig Comité is uitgebracht op 27 april 2001, HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD: Artikel 1 De tabel in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG wordt aangevuld met de in de bijlage bij de onderhavige richtlijn opgenomen gegevens voor Paecilomyces fumosoroseus (Apopka stam 97, PFR 97 of CG 170, ATCC 20874). Artikel 2 1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 31 december 2001 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie hiervan onverwijld in kennis. Wanneer de lidstaten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten. 2. Met betrekking tot de herziening van de voorlopige toelatingen die in het licht van het evaluatieverslag zijn verleend, geldt evenwel dat, ten laatste op 30 november 2002, de voorlopige toelatingen moeten worden ingetrokken en, in voorkomend geval, worden vervangen door een volwaardige toelating. 3. Met betrekking tot de toepassing van de uniforme beginselen moeten de lidstaten evenwel, zo snel mogelijk na de goedkeuring van die beginselen en in elk geval binnen 12 maanden na die goedkeuring, de toelatingen opnieuw onderzoeken. 4. Voor gewasbeschermingsmiddelen die, behalve Paecilomyces fumosoroseus (Apopka stam 97, PFR 97 of CG 170, ATCC 20874), ook een andere werkzame stof bevatten die in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG is opgenomen, wordt de in lid 1 bedoelde termijn verlengd, voorzover in de richtlijn tot wijziging van bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG teneinde die andere stof in de bijlage op te nemen, een langere uitvoeringstermijn is vastgesteld. 5. De lidstaten houden het evaluatieverslag voor Paecilomyces fumosoroseus (Apopka stam 97, PFR 97 of CG 170, ATCC 20874) (met uitzondering van de vertrouwelijke informatie als bedoeld in artikel 14 van Richtlijn 91/414/EEG) voor raadpleging ter beschikking van alle belanghebbende partijen die daarom verzoeken. Artikel 3 Deze richtlijn treedt in werking op 1 juli 2001. Artikel 4 Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten. Gedaan te Brussel, 25 juni 2001. Voor de Commissie David Byrne Lid van de Commissie (1) PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1. (2) PB L 113 van 24.4.2001, blz. 5. (3) PB L 64 van 5.3.1997, blz. 17. (4) Advies van het Wetenschappelijk Comité voor planten betreffende de evaluatie van Paecilomyces fumosoroseus in het kader van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen. SCP/PAECIL/002-def. van 11 december 2000. BIJLAGE IN DE TABEL IN BIJLAGE I BIJ RICHTLIJN 91/414/EEG OP TE NEMEN TEKST >RUIMTE VOOR DE TABEL>