32000Y0519(02)

Resolutie van de Raad van 28 oktober 1999 betreffende wederzijdse erkenning

Publicatieblad Nr. C 141 van 19/05/2000 blz. 0005 - 0006


Resolutie van de Raad

van 28 oktober 1999

betreffende wederzijdse erkenning

(2000/C 141/02)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

1. HERINNEREND AAN de doelstellingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid het vrije verkeer van goederen, personen en diensten, vrijheid van vestiging, consumentenbescherming en de bescherming van de volksgezondheiod en het milieu.

2. HERINNEREND AAN zijn conclusies van 30 maart 1998 betreffende wederzijdse erkenning.

3. VERHEUGD over de mededeling van de Commissie inzake wederzijdse erkenning in het kader van de follow-up van het actieplan voor de interne markt, en over het eerste halfjaarlijkse verslag van de Commissie inzake "De toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op de producten- en dienstenmarkten".

4. BEKLEMTONEND dat wederzijdse erkenning in veel gevallen positief heeft bijgedragen aan het vrije verkeer van goederen en diensten, en grote voordelen heeft gebracht voor de werking van de interne markt, met name voor het midden- en kleinbedrijf.

5. ERKENNEND dat de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning van goederen en diensten primair tot de verantwoordelijkheid van de lidstaten behoort en dat de Commissie moet waken over de juiste toepassing van het beginsel.

6. OVERWEGENDE dat er behoefte bestaat aan een samenhangende combinatie van geharmoniseerde wetgeving, normalisatie, instrumenten voor conformiteitsbeoordeling, zoals erkenning, en wederzijdse erkenning, teneinde te waarborgen dat de interne markt naar behoren functioneert.

7. BEKLEMTONEND dat het beginsel van wederzijdse erkenning in het kader van de uitbreiding van de Unie op passende wijze moet worden toegepast.

8. BEKLEMTONEND dat wederzijdse erkenning ook belangrijk is in het kader van de Wereldhandelsorganisatie en de nieuwe ronde van internationale handelsbesprekingen.

9. VESTIGT de aandacht op de noodzaak van verdere inspanningen om de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning te verbeteren. Er moet bijzondere aandacht besteed worden aan de problemen in bepaalde delen van de goederensector (bv. levensmiddelen, elektrotechniek, bouwproducten en motorvoertuigen), de dienstensector (bv. financiële diensten) en op het vlak van beroepskwalificaties (bv. erkenning van diploma's).

10. NEEMT er NOTA VAN dat de economische actoren en de burgers niet altijd ten volle en op de juiste wijze gebruikmaken van wederzijdse erkenning, omdat zij zich niet voldoende bewust zijn van het beginsel en de praktische consequenties ervan.

11. NEEMT er NOTA VAN dat de economische actoren en de burgers in sommige gevallen zouden kunnen afzien van de voordelen van wederzijdse erkenning, omdat zij de administratieve procedures voor het verwerven van wederzijdse erkenning te omslachtig of te ingewikkeld vinden.

12. NEEMT er bovendien NOTA VAN dat de overheidsinstanties in de lidstaten in sommige gevallen problemen kunnen ondervinden bij de effectieve toepassing van wederzijdse erkenning, omdat zij onvoldoende geïnformeerd zijn over de wetgeving en de toetsingsprocedures van andere lidstaten of niet goed weten hoe het beginsel in de praktijk moet worden toegepast.

13. ONDERSTREEPT dat meer informatie, met name over de economische aspecten, nodig kan zijn om de gevolgen van het al dan niet toepassen van het beginsel van wederzijdse erkenning nauwkeurig te kunnen beoordelen.

14. ROEPT de lidstaten OP, passende maatregelen, zoals de onderstaande, te blijven uitwerken, om de economische actoren en de burgers te voorzien van een effectief kader van wederzijdse erkenning:

a) Herzien en vereenvoudigen van de betreffende nationale wetgeving en toepassingsprocedures, bijvoorbeeld door opneming van passende bepalingen inzake wederzijdse erkenning in de relevante wetsvoorstellen en door verbetering van de nationale procedures om die bepalingen doeltreffend toe te passen.

b) Effectief behandelen van verzoeken van de economische actoren en de burgers, snel antwoorden op die verzoeken, waarborgen dat juridische voorzieningen voor de behandeling van klachten naar behoren functioneren, en versterken van niet-justitiële probleemoplossingsmechanismen, waaronder administratieve samenwerking.

c) De burgers en de economische actoren meer bewust maken van hun rechten inzake wederzijdse erkenning en de dialoog met de burgers en de economische actoren versterken, teneinde van hen informatie te ontvangen over de werking en de niet-werking van wederzijdse erkenning door gebruik van het ingestelde probleemoplossingskader.

d) De Commissie steunen bij het verzamelen van informatie over de sectoren waarin wederzijdse erkenning bij de overbrenging van goederen en diensten naar andere lid-staten, problemen oplevert voor industrie en dienstenverstrekkers.

e) Waarborgen dat de in Richtlijn 98/34/EG, gewijzigd bij Richtlijn 98/48/EG, en de in Beschikking nr. 3052/95/EG neergelegde informatie-uitwisselingsverplichtingen van de lidstaten volledig en effectief worden nagekomen, zodat technische handelsbelemmeringen in de nationale wetgeving kunnen worden opgespoord en voorkomen.

f) Bijzondere aandacht besteden aan het belang van de verdere ontwikkeling en een ruimer gebruik van wederzijdse erkenning van alle conformiteitsbeoordelingsprocedures, zoals testrapporten, inspectieverslagen, certificaten en overeenstemmingsmerken.

15. VERZOEKT de Commissie verder te gaan met het verzamelen van gegevens van de autoriteiten van de lidstaten, vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, consumenten en andere belangengroeperingen over successen en tekortkomingen op het gebied van wederzijdse erkenning en het economisch effect daarvan, en dergelijke gegevens op te nemen in de halfjaarlijkse verslagen alsmede op het scorebord van de interne markt, en in samenwerking met de economische actoren en de lidstaten onderzoek te verrichten naar de gelijkwaardigheid van overeenstemming in sectoren waarin wederzijdse erkenning van belang is, en methoden te ontwikkelen waarmee de nationale autoriteiten gemakkelijker kunnen nagaan of de mate van bescherming gelijkwaardig is.

16. VERZOEKT de Commissie passende maatregelen en initiatieven te nemen om de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning te verbeteren, zoals:

a) Verder bewustmaken van de burgers en de economische actoren met betrekking tot hun rechten in verband met het beginsel van wederzijdse erkenning via bijvoorbeeld actieve voorlichtingscampagnes, gidsen en brochures, en het ontwikkelen van de bestaande feedback-instrumenten om informatie van economische actoren en burgers te ontvangen.

b) Zo veel mogelijk gebruik maken van administratieve samenwerking, en energiek haar activiteiten voortzetten om een eind te maken aan de schendingen van de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning, op grond van de haar bij het Verdrag verleende bevoegdheden, met name in het kader van Richtlijn 98/34/EG, gewijzigd bij Richtlijn 98/48/EG, en Beschikking nr. 3052/95/EG.

c) Waarborgen dat beleidsmaatregelen op het gebied van wederzijdse erkenning met andere communautaire beleidsmaatregelen worden gecoördineerd, en alle beschikbare instrumenten, zoals geharmoniseerde wetgeving, wederzijdse erkenning, conformiteitsbeoordeling en normalisatie in overweging nemen.

d) Opstellen van concrete en praktische richtsnoeren inzake de juiste toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning in verband met goederen, diensten en beroepskwalificaties.

e) Gebruik van het scorebord van de interne markt om de successen en tekortkomingen op het gebied van wederzijdse erkenning zichtbaar te maken.

17. MOEDIGT de economische actoren en de burgers AAN, het beginsel van wederzijdse erkenning ten volle te benutten, door

a) gebruik te maken van hun recht om profijt te trekken van wederzijdse erkenning;

b) de lidstaten en de Commissie op de hoogte te stellen van eventuele problemen en waar nodig, gebruik te maken van de juridische procedures die in de nationale en communautaire wetgeving beschikbaar zijn;

c) gebruik te maken van door de lidstaten en de Commissie verstrekt informatiemateriaal.

18. BESLUIT de uitvoering van deze resolutie vóór eind 2001 TE EVALUEREN op basis van het halfjaarlijks verslag en de achtereenvolgende uitgaven van het scorebord van de Commissie, en zo nodig een besluit te nemen over verdere actie.


Beheerd door het Publicatiebureau