Resolutie van de Raad van 8 juni 1999 over de toekomstige actie van de Gemeenschap op het gebied van de volksgezondheid
Publicatieblad Nr. C 200 van 15/07/1999 blz. 0001 - 0002
RESOLUTIE VAN DE RAAD van 8 juni 1999 over de toekomstige actie van de Gemeenschap op het gebied van de volksgezondheid (1999/C 200/01) DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, (1) HERINNEREND AAN de mededeling van de Commissie van 15 april 1998 betreffende de ontwikkeling van beleid op volksgezondheidsgebied in de Europese Gemeenschap, waaarmee werd beoogd een brede discussie op het niveau van de Gemeenschap en op nationaal niveau op gang te brengen; (2) HERINNEREND AAN zijn conclusies van 26 november 1998 betreffende het toekomstig actiekader van de Gemeenschap op het gebied van de volksgezondheid(1), waarin algemene beginselen zijn vastgesteld; (3) NOTA NEMEND VAN de resolutie van het Europees Parlement van 10 maart 1999 over de mededeling van de Commissie betreffende de ontwikkeling van beleid op volksgezondheidsgebied in de Europese Gemeenschap; (4) NOTA NEMEND VAN het advies van het Economisch en Sociaal Comité van 9 september 1998 en het advies van het Comité van de Regio's van 19 november 1998, over de mededeling van de Commissie betreffende de ontwikkeling van beleid op volksgezondheidsgebied in de Europese Gemeenschap; (5) NOTA NEMEND VAN de resultaten van de van 27 tot en met 29 januari 1999 te Potsdam gehouden conferentie over het nieuwe volksgezondheidsbeleid van de Europese Unie, die een positieve bijdrage vormen aan het debat over de ontwikkeling van de toekomstige actie van de Gemeenschap op het gebied van de volksgezondheid; (6) BENADRUKT dat de toekomstige actie van de Gemeenschap - gericht op de verbetering van de volksgezondheid, preventie van ziekten en aandoeningen bij de mens en het wegnemen van bronnen van gevaar voor de menselijke gezondheid - op een gecoördineerde en samenhangende wijze oog moet hebben voor de bezorgdheid van de burgers van de Gemeenschap omtrent de risico's voor hun gezondheid en voor hun verwachtingen ten aanzien van een hoog niveau van gezondheid; (7) ACHT HET NOODZAKELIJK dat alle activiteiten in de Gemeenschap die verband houden met de gezondheid in hoge mate zichtbaar en transparent zijn, teneinde de bekendheid ervan te vergroten en zo een grotere betrokkenheid van de burgers mogelijk te maken; (8) BENADRUKT dat een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid steeds belangrijker wordt, gezien de uitdagingen op volksgezonderheidsgebied waarmee de lidstaten en de Europese Unie in het komende millenium te maken zullen krijgen; (9) IS VAN MENING dat de volgende aspecten tot de belangrijkste uitdagingen behoren: de nieuwe bedreigingen voor de gezondheid, de oude bedreigingen die opnieuw de kop opsteken, de belangrijke volksziekten, de genetische, gedraggebonden en milieudeterminanaten van de gezondheid, de toenemende ongelijkheden op gezondheidsgebied, kwaliteitsbewaking, demografische veranderingen en de gevolgen van de vergrijzing, sociale, economische en politieke factoren, de vorderingen in het onderzoek en de toepassing en verbreiding van nieuwe technologieën, in het bijzonder de biotechnologie; (10) BENADRUKT dat de Gemeenschap goed moet zijn uitgerust om deze uitdagingen aan te kunnen; daartoe is het nodig om enerzijds, meer in het bijzonder binnen de drie elementen die in de conclusies van de Raad van 26 november 1998 worden genoemd, passende acties en maatregelen met toegevoegde communautaire waarde en anderzijds passende wetenschappelijke en administratieve structuren op te zetten; (11) BENADRUKT dat het van belang is dat het nieuwe programma de samenwerking tussen de lidstaten aanmoedigt, en zo nodig ondersteunt, inzake passende aangelegenheden met betrekking tot de belangrijkste uitdagingen en op andere terreinen waarop zij willen samenwerken, voorzover de Verdragsdoelstellingen inzake volksgezondheid daartoe ruimte bieden; (12) IS VAN MENING dat op lange termijn de doeltreffendheid van de actie van de Gemeenschap op het gebied van de volksgezondheid in zeer grote mate zal afhangen van de beschikbaarheid van voor de gestelde prioriteiten passende communautaire middelen en de aanhoudende inzet van de betrokken autoriteiten in de lidstaten; (13) BENADRUKT dat bestaande netwerken van de Gemeenschap beoordeeld moeten worden op het feit of zij geschikt zijn om de belangrijkste uitdagingen aan te kunnen; (14) HERHAALT dat bij de ontwikkeling van maatregelen ten aanzien van al de drie in de conclusies van de Raad van 26 november 1998 vermelde elementen, rekening moet worden gehouden met de behoeften die voortvloeien uit de toekomstige uitbreiding van de Europese Unie en de werkzaamheden van de internationale organisaties die bevoegd zijn op het gebied van de volksgezondheid; (15) BENADRUKT dat het, om de wetenschappelijke basis te versterken, noodzakelijk is dat het onderzoek een essentiële rol speelt ter ondersteuning van de toekomstige actie van de Gemeenschap op het gebied van de volksgezondheid. Om relevant te zijn voor de volksgezondheid in de Gemeenschap moet aan de volksgezondheid gerelateerd onderzoek op communautair niveau beantwoorden aan de specifieke onderzoekbehoeften en - onderwerpen die worden aangeduid door de sector van de volksgezondheid, die gemakkelijker toegang moet krijgen tot de onderzoekprogramma's; (16) BENADRUKT dat er procedures moeten worden ingesteld waarmee de Gemeenschap en de lidstaten toezicht kunnen houden op de gevolgen van communautaire beleidsmaatregelen en activiteiten, in het bijzonder in verband met de interne markt, voor de volksgezondheid en gezondheidszorg om het gemakkelijker te maken tot een passend evenwicht te komen tussen de gevolgen van de interne markt en de onveranderde verantwoordelijkheden van de lidstaten wat betreft de organisatie en de verstrekking van gezondheidsdiensten en geneeskundige verzorging; (17) ACHT HET PASSEND dat na de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam op 1 mei 1999 de interne organisatie, de samenwerking en de werkmethoden op communautair niveau opnieuw worden bezien teneinde te komen tot een betere coördinatie van de aangelegenheden die verband houden met de volksgezondheid, en zodoende te zorgen voor een hoog niveau van volksgezondheidsbescherming bij de vaststelling en uitvoering van alle communautaire beleidsmaatregelen en activiteiten; (18) VERZOEKT de Commissie, met spoed en ter wille van de continuïteit gezien het verstrijken van de bestaande programma's, tijdig voor de volgende zitting van de Raad over gezondheidsvraagstukken een voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad inzake een actieprogramma op het gebied van de volksgezondheid in te dienen. (1) PB C 390 van 15.12.1998, blz. 1.