Resolutie van de Raad van 22 juni 1998 over de versterking van de synergie tussen het Europees Ruimteagentschap en de Europese Gemeenschap
Publicatieblad Nr. C 224 van 17/07/1998 blz. 0001 - 0002
RESOLUTIE VAN DE RAAD van 22 juni 1998 over de versterking van de synergie tussen het Europees Ruimteagentschap en de Europese Gemeenschap (98/C 224/01) DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, GEZIEN de ontwikkeling van het ruimteonderzoek en de ruimtetechnologie en de toepassingen daarvan, BENADRUKKEND dat de ruimtevaarttechnologieën nieuwe markten openen, waardoor de economische waarde van ruimtevaartactiviteiten toeneemt, terwijl hun politieke, culturele en maatschappelijke implicaties een overheersende factor blijven; ERKENNEND dat dergelijke ruimtevaarttechnologieën een belangrijke rol spelen bij het overheidsbeleid op het gebied van het milieu, de informatiemaatschappij en het vervoer, en bijdragen tot de schepping van nieuwe werkgelegenheid en een betere levenskwaliteit; GELET OP de toenemende internationale mededinging en de noodzaak om de Europese industrie daarbij dezelfde uitgangspositie te verschaffen als haar internationale concurrenten; WIJZEND OP de resultaten die reeds geboekt werden op het gebied van wetenschap, draagraketten, satelliettoepassingen en bemande ruimtevaart; ZICH REKENSCHAP GEVEND van de vooruitgang die reeds werd geboekt bij de samenwerking tussen een aantal actoren in de Europese ruimtesector, in het bijzonder het Europees Ruimteagentschap (hierna "ESA" genoemd), de Europese Gemeenschap (hierna "Gemeenschap" genoemd), de nationale ruimtevaartautoriteiten, de industrie, de wetenschappelijke gemeenschap en het bedrijfsleven, alsook van de vruchten die deze vooruitgang bij de samenwerking afwerpen voor de Europese gebruikers en de Europese industrie; ERKENNENDE dat een dergelijke samenwerking dient te stoelen op de complementariteit tussen enerzijds de belangen van het ESA (dat in het bijzonder verantwoordelijk is voor het opstellen en uitvoeren van een Europees ruimtevaartbeleid op de lange termijn, voor activiteiten en programma's op het gebied van de ruimtevaart en voor een op dit programma toegesneden industriebeleid) en anderzijds die van de Gemeenschap (wier bevoegdheden op juridisch, economisch en sociaal gebied de regelgeving betreffende met de ruimte verband houdende markten beïnvloeden) namelijk met betrekking tot het communautaire beleid op het gebied van het milieu, het vervoer en de informatiemaatschappij, waarvan de uitvoering gebaat zal zijn bij de toepassing van ruimtesystemen; DE MENING TOEGEDAAN dat deze samenwerking kan helpen het Europese bedrijfsleven aan te moedigen te investeren in activiteiten in de ruimte die commerciële mogelijkheden bieden; NOTA NEMEND VAN de mededeling van de Commissie betreffende de ruimtevaart en de daarmee samenhangende resolutie van het Europees Parlement van 13 januari 1998 (1), het initiatief van de Commissie om concrete actieplannen op te stellen voor bepaalde ruimtevaartsectoren en de conclusies van de Raad van 22 september 1997, 27 juni 1997 en 17 maart 1998 over dit onderwerp; GEZIEN Gemeenschappelijk Standpunt (EG) nr. 31/98 van de Raad (2) inzake het vijfde kaderprogramma, dat voorziet in de coördinatie van de met de ruimtevaarttechnologie samenhangende toepassingen binnen de specifieke programma's; WIJZEND OP de vruchtbare samenwerking die reeds jarenlang tussen het ESA en de Gemeenschap is ontwikkeld; OVERTUIGD VAN de noodzaak dat Europa de beschikking krijgt over een gemeenschappelijke visie en referentiekader, aan de hand waarvan de verschillende bovengenoemde bij de ruimtevaartsector betrokken actoren hun optreden kunnen coördineren; OPMERKEND dat de ministers van de lidstaten van het ESA die voor ruimtevaartactiviteiten verantwoordelijk zijn, ter gelegenheid van de viering op 23 juni 1998 van de vijfentwintigste verjaardag van de Europese Ruimtevaartconferentie van 1973, het belang zullen beklemtonen van versterking van de synergie tussen het ESA en de Gemeenschap; 1. IS HET EROVER EENS dat tussen de Gemeenschap en het ESA, met inachtneming van hun respectieve bevoegdheden, de synergie verder moet worden versterkt en de complementariteit moet worden opgevoerd, zulks teneinde, tot voordeel van de gebruikers, het bedrijfsleven en de ermee verband houdende Europese beleidsmaatregelen en de doeltreffendheid van de overheidsinvesteringen in ruimtesystemen en -technologieën te verbeteren; 2. BENADRUKT dat bovengenoemde doelstelling actief zal worden nagestreefd, in het bijzonder met betrekking tot toepassingen waarvoor met vrucht van ruimtetechnologieën en -systemen gebruik kan worden gemaakt en waarvoor de Commissie een actieplan heeft opgesteld, c.q. voornemens is op te stellen, bijvoorbeeld, telecommunicatie, navigatie en aardobservatie; 3. STEMT ERMEE IN op deze terreinen zoveel mogelijk rekening te houden met de belangen van de staten die lid van het ESA, maar geen lidstaat van de Gemeenschap zijn en verzoeken het ESA harerzijds rekening te houden met de belangen van de staten die lidstaat van de Gemeenschap maar geen lid van het ESA zijn, en alles te doen om ervoor te zorgen dat dergelijke staten niet benadeeld worden in vergelijking tot staten die van beide organisaties lid zijn; 4. DOET EEN BEROEP OP de Commissie, het ESA te betrekken in bovenbedoelde ruimtevaarttoepassingen, bij de opstelling, de herziening en de uitvoering van haar actieplannen en bij haar dialoog met andere actoren in de ruimtevaartsector, teneinde de vruchten van de ESA- en de communautaire activiteiten optimaal in te zetten om alle lidstaten bij het bereiken van hun doelstellingen op het gebied van de ruimtevaart te ondersteunen; 5. MOEDIGT de Commissie AAN, een begin te maken met de uitvoering van praktische maatregelen ter bevordering van de synergie tussen de activiteiten van het ESA en de Gemeenschap, waarbij onnodig dubbel werk wordt voorkomen, en zich daarbij te richten op bovenbedoelde specifieke toepassingsgebieden; 6. ROEPT de Commissie OP, passende initiatieven te nemen waaruit de noodzakelijke Raadsbesluiten kunnen voortvloeien. (1) PB C 34 van 2.2.1998, blz. 27. (2) PB C 178 van 10.6.1998, blz. 49.