Conclusies van de Raad van 30 april 1998 inzake overdraagbare spongiforme encefalopathieën (TSE's)
Publicatieblad Nr. C 169 van 04/06/1998 blz. 0002 - 0002
CONCLUSIES VAN DE RAAD van 30 april 1998 inzake overdraagbare spongiforme encefalopathieën (TSE's) (98/C 169/02) DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, ONDER VERWIJZING naar de conclusies van de Raad van 18 juni 1996 en van 12 november 1996 inzake overdraagbare spongiforme encefalopathieën (TSE's) (1); HERINNEREND aan de conclusies van de Raad van 7 oktober 1996 over onderzoek naar boviene spongiforme encefalopathie (BSE) en verwante ziekten bij de mens; NEEMT NOTA van de initiatieven van het Europees Parlement met betrekking tot BSE en de ziekte van Creutzfeldt-Jakob (CJZ), en met name van de resolutie (2) die het op 19 februari 1997 heeft aangenomen; NEEMT NOTA van de recente, door de lidstaten verstrekte epidemiologische gegevens betreffende CJZ, alsmede van de ontwikkelingen die sedert de conclusies van de Raad van 12 november 1996 hebben plaatsgevonden, met betrekking tot het toezicht op en de bewaking van CJZ in de lidstaten en op het niveau van de Gemeenschap; NEEMT NOTA van de maatregelen die er genomen zijn met betrekking tot: - de bescherming van werknemers die worden blootgesteld aan agentia die de verwekkers zijn van BSE en verwante TSE's bij dieren; - de herziening van de door het Comité voor farmaceutische specialiteiten aangenomen richtsnoeren om het risico van overdracht, via farmaceutische producten, van de agentia die TSE's verwekken, zoveel mogelijk te beperken; - de beschikbaarstelling van middelen uit de begroting van de Gemeenschap voor TSE-onderzoek in het kader van het bij Besluit 1110/94/EG van het Europees Parlement en de Raad (3) vastgestelde vierde kaderprogramma; IS VERHEUGD over het voornemen van de Commissie om zo spoedig mogelijk na de komende vergadering van het Internationaal Bureau voor besmettelijke veeziekten (OIE) in mei 1998 een wetenschappelijk gefundeerd voorstel op het gebied van gespecificeerd risicomateriaal in te dienen; HECHT veel belang AAN dit voorstel in zoverre het specifieke problemen betreft zoals de uitsluiting van gespecificeerd risicomateriaal van de voedselketen en een specifieke risicoevaluatie met betrekking tot geneesmiddelen en medische hulpmiddelen; BEVESTIGT OPNIEUW het belang van een uitbreiding tot alle lidstaten van de epidemiologische bewaking van CJZ, met dezelfde methodes als die welke zijn toegepast in het kader van het project dat uit het BIOMED-programma van de Gemeenschap is gefinancierd, alsmede van een voortdurende uitwisseling tussen de lidstaten van ervaring en expertise op het gebied van de diagnose van ziektegevallen; IS VERHEUGD over de samenwerking tussen de Commissie en de WGO bij aangelegenheden die verband houden met TSE's; KOMT OVEREEN dit vraagstuk te blijven volgen. (1) PB C 194 van 5.7.1996, blz. 1 en PB C 374 van 11.12.1996, blz. 2. (2) PB C 85 van 17.3.1997, blz. 61. (3) PB L 126 van 18.5.1994, blz. 1.