Conclusies van de Raad van 9 maart 1998 betreffende de instelling van de groep Gedragscode (belastingregeling voor ondernemingen)
Publicatieblad Nr. C 099 van 01/04/1998 blz. 0001 - 0002
CONCLUSIES VAN DE RAAD van 9 maart 1998 betreffende de instelling van de groep Gedragscode (belastingregeling voor ondernemingen) (98/C 99/01) DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, 1. HERINNERT ERAAN dat de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, op 1 december 1997 een resolutie betreffende een gedragscode inzake de belastingregeling voor ondernemingen hebben aangenomen (1), waarvan punt H voorziet in de instelling door de Raad van een groep om de belastingmaatregelen waarop de gedragscode mogelijk van toepassing is, te onderzoeken en om toezicht te houden op de verstrekking van informatie over deze maatregelen; 2. BEVESTIGT de instelling van een groep Gedragscode (belastingregeling voor ondernemingen) (hierna "de groep" genoemd) in het kader van de Raad om de belastingmaatregelen waarop de gedragscode inzake de belastingregeling voor ondernemingen mogelijk van toepassing is, te onderzoeken en toezicht te houden op de verstrekking van informatie over deze maatregelen, onverminderd de respectieve bevoegdheid van de lidstaten en de Gemeenschap op de gebieden waarop de werkzaamheden van de groep betrekking hebben en onverminderd artikel 151 van het Verdrag met betrekking tot de voorbereiding van de werkzaamheden van de Raad; 3. NEEMT ER NOTA VAN dat aan het werk van de groep politieke betekenis wordt toegekend en komt overeen dat dit tot uiting moet komen in de aanwijzing door elk der lidstaten en de Commissie van een vertegenwoordiger op hoog niveau en een plaatsvervanger. De lidstaten en de Commissie mogen maximaal ook twee vervangers voor de groep aanwijzen, die de vertegenwoordiger op hoog niveau of diens plaatsvervanger kunnen vervangen indien een van beiden verhinderd is een vergadering van de groep bij te wonen; 4. KOMT OVEREEN dat de ambtstermijn van de uit de vertegenwoordigers van de lidstaten benoemde voorzitter van de groep twee jaar vanaf de datum van benoeming bedraagt; indien de voorzitter voor het eind van deze periode zou aftreden, dan wordt het voorzitterschap in afwachting van de benoeming van een nieuwe voorzitter door de eerste vice-voorzitter waargenomen; 5. REKENT EROP dat de voorzitter in onderlinge overeenstemming wordt benoemd, maar komt overeen dat de voorzitter zo nodig met meerderheid van stemmen door de vertegenwoordigers op hoog niveau van de groep wordt gekozen; 6. KOMT OVEREEN dat de lidstaat waarvan de vertegenwoordiger tot voorzitter wordt benoemd, voor de duur van de ambtstermijn van de voorzitter, twee vertegenwoordigers in de groep heeft; 7. KOMT OVEREEN dat de delegatie die het voorzitterschap van de Raad bekleedt voor de duur van die ambtstermijn uit de vertegenwoordigers van de lidstaten de eerste vice-voorzitter aanwijst, en dat de delegatie die daarna het voorzitterschap van de Raad bekleedt, voor de zes maanden die voorafgaan aan het begin van die ambtstermijn een tweede vice-voorzitter aanwijst; 8. KOMT OVEREEN dat indien de lidstaat van de voorzitter het voorzitterschap van de Raad bekleedt, of als volgende zal bekleden, die lidstaat tijdens de ambtstermijn van de voorzitter geen vice-voorzitter aanwijst en dat de groep in die periode derhalve slechts één vice-voorzitter heeft; 9. KOMT OVEREEN dat de in de punten 4 tot en met 8 bedoelde regels twee jaar na de datum van benoeming van de eerste voorzitter van de groep zullen worden herzien; 10. KOMT OVEREEN dat de voorzitter en de vice-voorzitters, samen met een vertegenwoordiger van de Commissie en bijgestaan door het secretariaat-generaal van de Raad, een voorbereidende groep vormen, die bijdraagt tot het vergemakkelijken van de werkzaamheden van de groep; wijst op de belangrijke rol die voor de Commissie is weggelegd bij de ondersteuning van de werkzaamheden van de groep, zoals vervat in de gedragscode en met name in punt 1, alsmede bij de deelneming aan de follow-up-werkzaamheden van de groep; merkt op dat, aangezien de groep in het kader van de Raad functioneert, de secretariaatsfunctie door het secretariaat-generaal van de Raad wordt waargenomen; is ervan overtuigd dat het secretariaat-generaal van de Raad en de Commissie in nauw contact een samenwerking zullen ontwikkelen die borg staat voor een efficiënte en doeltreffende werkrelatie; 11. KOMT OVEREEN dat de groep ten minste tweemaal per jaar bijeenkomt op hoog niveau om een politieke benadering van de werkzaamheden van de groep te vergemakkelijken en dat de groep door de voorzitter op diens initiatief dan wel op verzoek van ten minste eenderde van de leden van de groep wordt bijeengeroepen; 12. KOMT OVEREEN dat, onder voorbehoud van de formele instemming van de Raad, een of meer subgroepen kunnen worden ingesteld om de groep bij te staan en bijzondere kwesties te behandelen; 13. KOMT OVEREEN dat de besprekingen van de groep vertrouwelijk zijn; 14. KOMT OVEREEN dat in de verslagen van de groep die aan de Raad worden voorgelegd, de eenstemmige mening van de leden van de groep, dan wel alle tijdens de besprekingen vertolkte standpunten worden weergegeven; 15. KOMT OVEREEN dat, onder voorbehoud van de formele instemming van de Raad, nadere bepalingen van het reglement van orde van de groep kunnen worden vastgesteld. (1) PB C 2 van 6.1.1998, blz. 2.