31998Y0103(01)


Titel en vindplaats

Resolutie van de Raad van 16 december 1997 betreffende het onderwijs van de talen van de Europese Unie aan zeer jonge kinderen

 PB C 1 van 3.1.1998, blz. 2–3 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

Tekst

BG ES CS DA DE ET EL EN FR GA IT LV LT HU MT NL PL PT RO SK SL FI SV
  html   html html   html html html   html         html   html       html html
  pdf   pdf pdf   pdf pdf pdf   pdf         pdf   pdf       pdf pdf
tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff

Data

Classificatie

Allerlei informatie

Verbindingen tussen documenten

Tekst

Twee talen naast elkaar: DA DE EL EN ES FI FR IT NL PT SV

RESOLUTIE VAN DE RAAD van 16 december 1997 betreffende het onderwijs van de talen van de Europese Unie aan zeer jonge kinderen (98/C 1/02)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 126,

(1) Overwegende dat de Unie in de eerste plaats gekenmerkt wordt door haar culturele verscheidenheid; dat de Europese eenwording altijd in het teken heeft gestaan van de eerbiediging van deze verscheidenheid, die onder meer tot uiting komt in een grote talenrijkdom;

(2) Overwegende dat de bevordering van het taalpluralisme in dit verband één van de doelstellingen van het onderwijs vormt;

(3) Overwegende dat de verschillende Europese acties die sedert 1976 zijn ondernomen, getuigen van de wens om de instandhouding van het taalkundig en cultureel erfgoed tot een van de hoofddoelen van de Europese eenwording te maken;

(4) Overwegende dat verschillende lidstaten op nationaal niveau experimenten hebben uitgevoerd die geëvalueerd moeten worden teneinde de vruchten ervan te kunnen plukken voor het taalonderwijs aan zeer jonge kinderen;

(5) Overwegende dat in andere lidstaten aan het eind van het basisonderwijs een begin wordt gemaakt met het aanleren van een vreemde taal en dat ook dit bevredigende resultaten oplevert;

(6) Overwegende dat het Lingua-programma in 1989 is aangenomen en in 1995 gedeeltelijk is geïntegreerd in en versterkt door de transversale acties van het Socrates-programma; dat het Lingua-programma tot doel heeft een kwantitatieve en kwalitatieve verbetering van de kennis van de talen van de Europese Unie te bevorderen, met name van de talen die het minst gebruikt en het minst onderwezen worden, en aldus heeft bijgedragen tot een beter begrip en een grotere solidariteit tussen de volkeren van de Unie;

(7) Overwegende de conclusies van de Raad en de ministers van Onderwijs, in het kader van de Raad bijeen, van 4 juni 1984, waarin de lidstaten overeenkomen alle geëigende maatregelen te bevorderen opdat zoveel mogelijk leerlingen voor het einde van de leerplichtige leeftijd praktische kennis van twee talen naast hun moedertaal verwerven;

(8) Overwegende de op 31 maart 1995 door de Raad aangenomen resolutie waarin het accent wordt gelegd op de ontwikkeling en de verbetering van de taalvaardigheid van de burgers, en waarin andermaal wordt bevestigd dat leerlingen de mogelijkheid zouden moeten krijgen om in het algemeen twee andere Unietalen dan hun moedertaal/moedertalen te leren; overwegende dat de Raad in deze resolutie bevestigt dat het wenselijk zou zijn om vanaf de basisschool onderwijs in levende talen op te zetten;

(9) Overwegende het in 1995 door de Commissie gepresenteerde Witboek "Onderwijzen en leren. Naar een cognitieve samenleving", waarin wordt vastgesteld dat de beheersing van meerdere communautaire talen noodzakelijk is geworden, willen de burgers van de Europese Unie kunnen profiteren van de persoonlijke en beroepsmogelijkheden die de grote interne markt zonder binnengrenzen biedt en waarin een lans wordt gebroken voor de daadwerkelijke beheersing van drie talen van de Europese Unie;

(10) Overwegende dat een verbetering van de taalvaardigheid en van de interculturele vaardigheden van de burgers een voorwaarde vormt voor de ontwikkeling van het Europese burgerschap,

I. ALGEMENE OVERWEGINGEN

Hoewel alle Unietalen dezelfde status hebben, moet er worden nagedacht over de vraag hoe het tweeledige doel, te weten de instandhouding van de culturele en taalkundige verscheidenheid en de bevordering van het Europese taalpluralisme, bereikt kan worden. Taalonderricht aan zeer jonge kinderen kan een kwaliteitsfactor in het taalonderwijs zijn en aldus een bijdrage daartoe leveren. Het kan op middellange termijn voor elke burger de in het Europese taalpluralisme gewortelde culturele rijkdom ontsluiten.

Immers, het aanleren door zeer jonge kinderen van een of meer andere talen dan de moedertaal/moedertalen en de sensibilisering, met name via een ludieke aanpak, voor talen op een leeftijd waarop de intellectuele soepelheid en ontvankelijkheid het grootst zijn, kunnen de noodzakelijke gunstige voorwaarden voor het aanleren van vreemde talen op latere leeftijd scheppen en op die manier bijdragen tot het bereiken van de doelstelling van het aanleren van twee andere talen van de Unie dan de moedertaal/moedertalen. Voorts zouden, door dit taalonderricht en deze sensibilisering in het verplichte leerprogramma op te nemen, alle leerlingen hiervan kunnen profiteren. Bovendien kan zeer vroeg aangevangen taalonderricht een beter begrip en een groter wederzijds respect tussen jongeren bevorderen, omdat men de ander leert kennen, en kan het maken dat men zich openstelt voor de culturele rijkdommen van Europa.

II. VERZOEKT DE LIDSTATEN:

om in het kader en binnen de grenzen van hun politieke, wettelijke, budgettaire, onderwijs- en opleidingssystemen:

- waar mogelijk het taalonderwijs aan zeer jonge kinderen en de diversificatie van het talenaanbod in het onderwijs aan zeer jonge kinderen te stimuleren, rekening houdende met de beschikbare middelen en onder gebruikmaking van de bestaande initiatieven;

- de Europese samenwerking te bevorderen tussen scholen waar aan zeer jonge kinderen les wordt gegeven in ten minste één andere taal van de Unie dan de moedertaal/moedertalen en de virtuele en, indien mogelijk, ook de fysieke mobiliteit van de leerlingen te stimuleren;

- de continuïteit in het aanbod van het onderwijs van meerdere talen te bevorderen;

- alle betrokken actoren, met name de ouders, te sensibiliseren voor de positieve effecten van het taalonderwijs aan zeer jonge kinderen;

- maatregelen te stimuleren ter ontwikkeling en verspreiding van het meest geschikte didactisch materiaal en van multimediahulpmiddelen voor het onderwijs van de talen van de Unie aan zeer jonge kinderen;

- maatregelen te stimuleren die tot doel hebben docenten die aan zeer jonge kinderen onderricht geven, op de nieuwe behoeften voor te bereiden;

III. VERZOEKT DE COMMISSIE OM:

de acties van de lidstaten die op de onder II genoemde doelstellingen gericht zijn, te steunen en in het kader van de bestaande communautaire programma's het onderricht in de talen van de Unie aan zeer jonge kinderen te stimuleren door:

- de maatregelen te steunen die een betere Europese samenwerking beogen en mee te werken aan maatregelen die gericht zijn op de verspreiding en de uitwisseling van ervaring en goede praktijken op dit gebied;

- de transnationale samenwerking in het taalonderwijs aan zeer jonge kinderen te ondersteunen bij het uitwerken van leermethodes en -middelen (met inbegrip van multimediaproducten) en van evaluatie-instrumenten;

- de verspreiding van geschikt pedagogisch kwaliteitsmateriaal via Europese netwerken te bevorderen;

- maatregelen te ondersteunen die gericht zijn op de mobiliteit van de docenten en op de actualisering en de verbetering van de vereiste vaardigheden om taalonderricht te geven aan zeer jonge kinderen;

- de samenwerking tussen instituten voor de opleiding van docenten te stimuleren, bijvoorbeeld door het creëren van een puntenoverdrachtsysteem aan te moedigen;

- contacten tussen leerlingen, met name via de virtuele mobiliteit te bevorderen;

- bij het beraad over de toekomstige samenwerking op onderwijsgebied rekening te houden met het taalonderricht aan zeer jonge kinderen.

Naar boven

Beheerd door het Publicatiebureau