31998Q0430

Financieel reglement van 16 juni 1998 van toepassing op de samenwerking inzake ontwikkelingsfinanciering in het kader van de Vierde ACS-EEG-Overeenkomst

Publicatieblad Nr. L 191 van 07/07/1998 blz. 0053 - 0070


FINANCIEEL REGLEMENT van 16 juni 1998 van toepassing op de samenwerking inzake ontwikkelingsfinanciering in het kader van de Vierde ACS-EEG-Overeenkomst (98/430/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, hierna EG-Verdrag genoemd,

Gelet op de op 15 december 1989 te Lomé ondertekende Vierde ACS-EEG-Overeenkomst, zoals gewijzigd bij het op 4 november 1995 op Mauritius ondertekende akkoord, hierna "Overeenkomst" genoemd,

Gelet op het op 20 december 1995 in Brussel ondertekende intern akkoord betreffende de financiering en het beheer van de steun van de Gemeenschap in het kader van de Vierde ACS-EEG-Overeenkomst (1), hierna "intern akkoord" genoemd, inzonderheid op artikel 32,

Gelet op Besluit 91/482/EEG van de Raad van 25 juli 1991 betreffende de associatie van de landen en gebieden overzee met de Europese Economische Gemeenschap (2), hierna "Besluit" genoemd,

Gelet op de op 29 maart 1990 door de ACS-EEG-Raad van Ministers goedgekeurde algemene voorschriften en algemene voorwaarden voor door het Europees Ontwikkelingsfonds gefinancierde overeenkomsten voor werken, leveringen en diensten (3), hierna "algemene voorschriften en voorwaarden voor overeenkomsten" genoemd,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van de Europese Investeringsbank, hierna "Bank" genoemd,

Gezien het advies van de Rekenkamer (4),

Overwegende dat de lidstaten overeenkomstig artikel 1, lid 1, van het intern akkoord een Achtste Europees Ontwikkelingsfonds, hierna "EOF" genoemd, hebben ingesteld;

Overwegende dat in artikel 32 van het intern akkoord is bepaald dat de uitvoeringsbepalingen van dat akkoord worden neergelegd in een financieel reglement, dat bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst door de Raad met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen, als bepaald in artikel 21, lid 4, van het intern akkoord, wordt vastgesteld,

HEEFT HET VOLGENDE FINANCIEEL REGLEMENT VASTGESTELD:

TITEL I

FINANCIËLE RAMINGEN, WIJZE VAN BETALING VAN DE BIJDRAGEN AAN HET EOF DOOR DE LIDSTATEN EN ALGEMENE BEGINSELEN

Artikel 1

Het in artikel 1 van het intern akkoord vastgestelde bedrag van het EOF wordt verdeeld zoals aangegeven in bijlage I. De toewijzingen en de regels voor overboeking tussen deze toewijzingen zijn bepaald in de Overeenkomst en het intern akkoord.

Artikel 2

1. De jaarlijkse bijdragen voor het EOF worden afgeroepen in vier tranches die opeisbaar zijn op:

- 20 januari,

- 1 april,

- 1 juli,

- 1 november.

De aanvullende bijdragen waartoe de Raad heeft besloten overeenkomstig artikel 6, lid 3, van het intern akkoord zijn, tenzij de Raad anders besluit, opeisbaar en worden verricht binnen een zo kort mogelijke termijn, die in het besluit tot afroeping van deze bijdragen is vastgesteld en niet meer dan drie maanden mag bedragen.

2. De Commissie stelt de lidstaten zo snel mogelijk en wel uiterlijk aan het begin van elk begrotingsjaar en op basis van het in artikel 6, lid 1, van het intern akkoord bedoelde besluit van de Raad, in kennis van de hoogte van de af te roepen bijdragen die op elke vervaldag moeten worden betaald. De Commissie stelt de door elke lidstaat te betalen bedragen zo vast dat ze evenredig zijn met de bijdragen van de betrokken lidstaat aan het EOF, zoals die in artikel 1, lid 2, van het intern akkoord zijn bepaald.

De Commissie stelt de lidstaten zo spoedig mogelijk vóór de vervaldag van elke bijdragetranche in kennis van elke wijziging in de bedragen van de af te roepen bijdragen, uitgaande van de kaspositie van het EOF en van haar uitgavenramingen voor de rest van het jaar.

3. Is een uit hoofde van dit artikel te betalen bijdragetranche vijftien dagen na de vervaldag nog niet betaald, dan is de betrokken lidstaat rente verschuldigd op het niet betaalde bedrag. Deze achterstalligheidsrente wordt berekend aan de hand van een percentage dat twee punten hoger ligt dan het voor kortetermijnfinanciering geldende rentepercentage dat, op de vervaldag van de betreffende tranche, op de geldmarkt van de betrokken lidstaat wordt toegepast voor de ECU. Dit percentage wordt met 0,25 % per maand achterstal verhoogd. Het verhoogde percentage geldt voor de gehele periode van achterstalligheid. De Commissie boekt de ontvangen achterstalligheidsrente op het krediet van de rekening bedoeld in artikel 9, lid 2, van het intern akkoord.

Artikel 3

1. De bijdragen van de lidstaten luiden in ECU.

2. Elke lidstaat stort het bedrag van zijn bijdrage in ECU. De lidstaten mogen hun bijdragen echter in nationale valuta storten.

3. De bijdragen worden door elke lidstaat gestort op een speciale rekening die onder de benaming "Commissie van de Europese Gemeenschappen - Europees Ontwikkelingsfonds" bij de centrale bank van de betrokken lidstaat of bij de door hem aangewezen financiële instelling is geopend. Deze bijdragen blijven op de speciale rekeningen totdat zij nodig zijn voor betalingen als bedoeld in artikel 319 van de Overeenkomst.

4. Na het verstrijken van de Overeenkomst wordt het gedeelte van de bijdragen dat de lidstaten nog verschuldigd zijn, door de Commissie al naar gelang van de behoeften afgeroepen op de in dit financieel reglement vastgestelde voorwaarden.

Artikel 4

1. De ECU wordt gedefinieerd als het totaal van de bedragen van de valuta's van de lidstaten zoals vastgesteld in Verordening (EG) nr. 3320/94 van de Raad van 22 december 1994 betreffende de codificatie van de bestaande communautaire wetgeving inzake de ECU na de inwerkingtreding van het Verdrag betreffende de Europese Unie (5).

Iedere wijziging van de definitie van de ECU waartoe de Raad krachtens het EG-Verdrag besluit, is automatisch van toepassing op deze bepaling.

2. De waarde van de ECU in een bepaalde valuta is gelijk aan de som van de tegenwaarden in deze valuta van de valutabedragen waaruit de ECU bestaat.

Deze waarde wordt door de Commissie vastgesteld op basis van de dagelijks op de wisselmarkten genoteerde koersen.

De dagelijkse omrekeningskoersen in de onderscheiden nationale valuta's zijn iedere dag beschikbaar; zij worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

3. Omrekeningen tussen de ECU en de nationale valuta's geschieden in beginsel tegen de koers van de dag; in naar behoren gemotiveerde uitzonderlijke gevallen mag van dat beginsel worden afgeweken overeenkomstig de in artikel 139 van het Financieel Reglement van 21 december 1977 van toepassing op de algemene begroting der Europese Gemeenschappen (6) bedoelde uitvoeringsvoorschriften.

Artikel 5

Met het oog op het verrichten van betalingen als bedoeld in artikel 319, leden 1 en 4, van de Overeenkomst, opent de Commissie rekeningen bij financiële instellingen in de ACS-staten en de LGO, voor de betalingen in nationale valuta van de ACS-staten, of in plaatselijke valuta van de LGO, voor de betalingen in ECU en andere valuta's. Behoudens de bepalingen van artikel 319, lid 3, van de Overeenkomst, zijn de deposito's op deze rekeningen rentedragend. Behoudens de bepalingen van artikel 192 van de Overeenkomst, wordt deze rente geboekt op het krediet van de rekening bedoeld in artikel 9, lid 2, van het intern akkoord.

Artikel 6

1. De Commissie schrijft van de overeenkomstig artikel 3, lid 3, geopende speciale rekeningen de bedragen over die nodig zijn voor het opbouwen van een tegoed op de krachtens artikel 5 op haar naam geopende rekeningen. Deze transfers worden verricht al naar gelang van de behoeften aan kasmiddelen in verband met de projecten en programma's.

2. De Commissie tracht de bedragen die van de in artikel 3, lid 3, bedoelde speciale rekeningen worden afgeschreven zodanig te verdelen dat de verdeling van haar tegoeden tussen deze rekeningen overeenkomstig de verhouding waarin de lidstaten aan het EOF bijdragen, gehandhaafd blijft.

Artikel 7

De handtekeningen van de ambtenaren en personeelsleden van de Commissie die gemachtigd zijn tot het uitvoeren van verrichtingen voor rekening van het EOF, worden bij de betrokken banken neergelegd bij de opening van de rekeningen of, voor nadien gemachtigde ambtenaren en personeelsleden, bij hun aanwijzing. Deze procedure is eveneens van toepassing voor het neerleggen van de handtekeningen van nationale en regionale ordonnateurs en hun delegatieverkrijgers voor verrichtingen op in de ACS-staten of de LGO geopende rekeningen van de gedelegeerde betalingsinstanties en eventueel op in de lidstaten geopende rekeningen.

Artikel 8

1. De middelen van het EOF moeten worden aangewend volgens de beginselen van goed financieel beheer, met name zuinigheid en kosteneffectiviteitsverhouding. Er moeten kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen worden bepaald en de uitvoering daarvan moet met behulp van geschikte indicatoren worden gevolgd.

2. Te dien einde moet vóór de besteding van de EOF-middelen een evaluatie ex-ante van de te ondernemen actie worden verricht om er zeker van te zijn dat de aanwending van de middelen verantwoord is in verband met de verwachte resultaten.

3. Alle maatregelen moeten geregeld aan een onderzoek worden onderworpen, met name met het oog op de raming van de in artikel 6, lid 1, van het intern akkoord bedoelde afroepingen van bijdragen, om te verifiëren dat zij verantwoord zijn.

Artikel 9

1. De krachtens de artikelen 25 tot en met 27 van het intern akkoord genomen financieringsbesluiten met betrekking tot de door de Commissie beheerde steun, alsmede de financieringsovereenkomsten, bevatten een uiterste termijn voor het begin van de uitvoering van het project. Na deze datum zijn het besluit en de overeenkomst tot financiering niet langer van toepassing.

2. De in lid 1 bedoelde financieringsbesluiten alsmede de financieringsovereenkomsten bevatten eveneens de uiterste termijn voor de uitvoering van het project. Voortzetting van de actie na deze datum moet vóór de uiterste uitvoeringstermijn door de begunstigde derde partij gemotiveerd en door de Commissie aanvaard worden.

3. Het project wordt afgesloten en de op grond van artikel 20 toegezegde middelen worden vrijgemaakt zodra de juridische verplichting die de Commissie uit hoofde van het project ten aanzien van de begunstigde is aangegaan, is beëindigd en de daarmee samenhangende betalingen en invorderingen zijn geboekt.

TITEL II

BEHEER VAN DE EOF-KREDIETEN WAARVAN DE FINANCIËLE UITVOERING BIJ DE COMMISSIE BERUST

Afdeling I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 10

Behoudens artikel 15, lid 3, onder c), en artikel 39 zijn de bepalingen van deze titel niet van toepassing op risicodragend kapitaal en rentesubsidies die door de Bank worden beheerd.

Artikel 11

1. Het beheer van de op de begroting uitgetrokken bedragen berust bij de ordonnateurs, die als enigen bevoegd zijn betalingsverplichtingen aan te gaan, vast te stellen ten aanzien van welke rechten invordering moet plaatshebben en inningsopdrachten en betalingsopdrachten af te geven.

2. Invordering en betaling geschieden door de rekenplichtige.

3. De functies van ordonnateur, financieel controleur en rekenplichtige zijn niet met elkaar verenigbaar.

Artikel 12

Indien de ontvangsten en uitgaven beheerd worden met behulp van geïntegreerde informatiesystemen, is het bepaalde in de afdelingen II en III van deze titel van toepassing, met inachtneming van de mogelijkheden en vereisten van het beheer met behulp van de informatiesystemen.

Daartoe kunnen met name:

- de bewijsstukken ter verificatie bij de hoofdordonnateur, de rekenplichtige of hun delegatieverkrijgers blijven,

- de handtekeningen en visa door middel van een passende geïnformatiseerde procedure worden aangebracht.

De financieel controleur wordt geraadpleegd over de inrichting van het boekhoudsysteem van het EOF en heeft toegang tot de in het systeem opgenomen gegevens.

Artikel 13

1. Krachtens artikel 311, lid 1, van de Overeenkomst wijst de Commissie de hoofdordonnateur van het EOF aan.

2. De hoofdordonnateur van het EOF kan zijn bevoegdheden voor uitvoering van het EOF overdragen aan door hem aangewezen delegatieverkrijgers, mits de Commissie daarmee akkoord gaat. De voorschriften inzake de verantwoordelijkheden die in deze titel zijn vastgesteld zijn, binnen de grenzen van de bevoegdheden die aan hen zijn overgedragen, van toepassing op deze delegatieverkrijgers. Elk delegatiebesluit vermeldt de grenzen van de delegatie van bevoegdheden en in voorkomend geval de duur daarvan.

3. De delegatieverkrijgers kunnen slechts handelen binnen de grenzen van de hun uitdrukkelijk verleende bevoegdheden. De delegatiebesluiten worden bekendgemaakt aan de delegatieverkrijgers, de rekenplichtige, de financieel controleur, de ordonnateurs en de Rekenkamer.

Artikel 14

1. De financieel controleur van het EOF is de financieel controleur van de Commissie. Hij is belast met de controle op het aangaan van betalingsverplichtingen en het verstrekken van betalingsopdrachten, alsmede met de controle op de vaststelling en de inning van de ontvangsten en de vorderingen. De financieel controleur kan bij de vervulling van zijn taak worden bijgestaan door een of meer ondergeschikte financieel controleurs.

2. De door de financieel controleur verrichte controle wordt uitgeoefend op de bescheiden en zo nodig ter plaatse. In dit verband heeft hij toegang tot de bescheiden en de originele bewijsstukken inzake vastleggingen, uitgaven en ontvangsten en eventueel tot de bescheiden inzake toewijzingen en gedelegeerde kredieten. Alle op geautomatiseerde gegevensdragers aangebrachte of bewaarde documenten en gegevens die de financieel controleur voor het vervullen van zijn functie noodzakelijk acht, worden hem op zijn verzoek ter hand gesteld.

3. De bijzondere regeling die van toepassing is op de financieel controleur is die welke is vastgesteld in het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting der Europese Gemeenschappen.

Artikel 15

1. De rekenplichtige wordt door de Commissie benoemd. Hij kan in zijn taak worden bijgestaan door een of meer ondergeschikte rekenplichtigen. Deze worden op met redenen omkleed advies van de rekenplichtige onder dezelfde voorwaarden als de rekenplichtige aangesteld.

2. De rekenplichtige is belast met het incasseren van de ontvangsten en het betalen van de uitgaven, het innen van de vorderingen en het beheer van de kasmiddelen. Behoudens het bepaalde in artikel 36 is hij als enige bevoegd het beheer te voeren over de kasmiddelen en waardepapieren. Hij is aansprakelijk voor de bewaring daarvan.

3. De rekenplichtige is belast met de boekhouding inzake:

a) de in artikel 1 bedoelde toewijzingen;

b) de in artikel 20 bedoelde betalingsverplichtingen;

c) de in artikel 39 bedoelde besluiten inzake risicodragend kapitaal en rentesubsidies;

d) de betalingen, ontvangsten en vorderingen.

4. De rekenplichtige is belast met de opstelling van de in artikel 66, lid 2, bedoelde financiële staten.

Artikel 16

De Rekenkamer wordt in kennis gesteld van de aanstelling van de ordonnateur, de rekenplichtige en de in artikel 36 bedoelde beheerder van gelden ter goede rekening, alsmede van het in artikel 40 bedoelde rekeningstelsel. De Commissie zendt de Rekenkamer de interne regelingen toe die zij op financieel gebied vaststelt.

Afdeling II

ONTVANGSTEN EN VORDERINGEN

Artikel 17

1. De ontvangsten van het EOF bestaan uit de overeenkomstig het intern akkoord door de lidstaten verrichte betalingen, de opbrengsten van de gedeponeerde gelden en elk ander bedrag dat de Raad besluit te accepteren.

2. De rekenplichtige zorgt voor het bijhouden en boeken van de door de lidstaten verrichte betalingen en andere ontvangsten.

3. Voor elke andere ontvangst stelt de rekenplichtige een ontvangstbewijs op en zendt dit door naar de financieel controleur voor het vooraf aanbrengen van een visum. Uit het financiële controlevisum blijkt:

a) de juistheid van de aanwijzing in de boekhouding,

b) de rechtmatigheid en juistheid van het ontvangstbewijs ten aanzien van de toepasselijke bepalingen,

c) de rechtmatigheid van de bewijsstukken,

d) de overeenstemming met goed financieel beheer,

e) de juistheid van het bedrag en de valuta van de ontvangst.

Nadat de financieel controleur zijn visum heeft verstrekt, worden de ontvangsten definitief geboekt.

Artikel 18

1. Elke handeling of situatie waardoor een schuldvordering van het EOF, die door de nationale ordonnateur van de Commissie is gemeld, ontstaat of wordt gewijzigd, dient te worden voorafgegaan door een vorderingsraming van de hoofdordonnateur. Deze ramingen worden aan de financieel controleur voor een visum en aan de rekenplichtige voor boeking pro memorie toegezonden. De ramingen bevatten met name de aard, het geraamde bedrag en de aanwijzing van de vordering in de boekhouding, alsmede de naam van de schuldenaar. Uit het door de financieel controleur verstrekte visum blijkt:

a) de juistheid van de aanwijzing in de boekhouding,

b) de rechtmatigheid en juistheid van de schuldvorderingsraming ten aanzien van de bepalingen die gelden voor het beheer van het EOF, alsmede alle besluiten die ter uitvoering van deze bepalingen en van de in artikel 8 bedoelde beginselen van goed financieel beheer zijn genomen.

De financieel controleur weigert zijn visum indien naar zijn oordeel de in de eerste alinea, onder a) en b), genoemde voorwaarden niet zijn vervuld.

De Commissie kan bij een met redenen omkleed besluit en op eigen verantwoording over de weigering heenstappen. Dit besluit dient te worden uitgevoerd; het wordt ter informatie aan de financieel controleur meegedeeld. De Commissie stelt de Rekenkamer binnen een maand van al deze besluiten op de hoogte.

2. Onverminderd het bepaalde in artikel 12 moet de hoofdordonnateur voor elke vaststaande, liquide en opeisbare vordering die in het kader van de uitvoering van de kredieten van het EOF aan het EOF toekomt een inningsopdracht opstellen en deze met de bewijsstukken aan de financieel controleur toezenden voor een visum. Nadat deze inningsopdrachten het visum van de financieel controleur hebben ontvangen, worden zij door de rekenplichtige ingeschreven.

Uit het visum van de financieel controleur blijkt:

a) de juistheid van de aanwijzing,

b) de regelmatigheid en juistheid van de opdracht ten aanzien van de toepasselijke bepalingen,

c) de regelmatigheid van de bewijsstukken,

d) de juiste aanduiding van de debiteur,

e) de vervaldatum,

f) de overeenstemming met goed financieel beheer zoals bedoeld in artikel 8,

g) de juistheid van het bedrag en van de muntsoort voor de inning daarvan.

In geval van weigering van een visum is lid 1, derde alinea, van toepassing.

3. Wanneer de hoofdordonnateur afziet van het innen van een schuldvordering als bedoeld in lid 1, zendt hij van tevoren een voorstel tot annulering aan de financieel controleur voor een visum en aan de rekenplichtige ter informatie. Uit het visum van de financieel controleur blijkt dat de annulering op regelmatige wijze heeft plaatsgevonden en dat zij met de beginselen van een goed financieel beheer overeenstemt. Van het geviseerde voorstel wordt door de rekenplichtige aantekening gemaakt.

In geval van weigering is lid 1, derde alinea, van toepassing.

4. Wanneer de financieel controleur vaststelt dat een inningsopdracht niet is opgesteld of dat een vordering niet is geïnd, stelt hij de Commissie daarvan in kennis.

Artikel 19

1. De rekenplichtige is verantwoordelijk voor de volgens voorschrift opgestelde inningsopdrachten.

2. De rekenplichtige stelt alles in het werk om ervoor te zorgen dat de in artikel 18 bedoelde middelen van het EOF op de in de inningsopdrachten vastgestelde tijdstippen worden geïnd en dat de desbetreffende rechten van de Gemeenschap worden gehandhaafd.

3. De rekenplichtige brengt de ordonnateur en de financieel controleur op de hoogte wanneer vorderingen niet binnen de gestelde termijnen zijn geïnd.

4. Hij leidt in voorkomend geval de invorderingsprocedure in.

Afdeling III

AANGAAN VAN BETALINGSVERPLICHTINGEN, BETAALBAARSTELLING, VERSTREKKING VAN BETALINGSOPDRACHTEN EN BETALING VAN UITGAVEN

1. Aangaan van betalingsverplichtingen

Artikel 20

1. Elke maatregel waardoor een uitgave ten laste van het EOF kan ontstaan, dient te worden voorafgegaan door een voorstel van de hoofdordonnateur tot het aangaan van een betalingsverplichting en kan pas juridische verplichtingen tegenover derden scheppen nadat de financiële controle zijn visum op het voorstel tot het aangaan van een betalingsverplichting heeft aangebracht en nadat de Commissie het financieringsbesluit heeft genomen.

2. Aanleiding tot betalingsverplichtingen zijn de besluiten die de Commissie neemt overeenkomstig de artikelen 25 tot en met 27 van het intern akkoord en de bepalingen die haar machtigen om financiële steun te verlenen uit hoofde van het EOF.

Artikel 21

1. Onverminderd het bepaalde in artikel 12 worden de voorstellen tot het aangaan van betalingsverplichtingen samen met de bewijsstukken aan de financieel controleur toegezonden. De voorstellen vermelden met name het voorwerp, het geraamde bedrag, de aanwijzing van de uitgaven en de naam van de begunstigde van de financiering.

2. Na het visum van de financieel controleur en het financieringsbesluit van de Commissie worden de voorstellen tot het aangaan van een betalingsverplichting door de rekenplichtige geldig verklaard.

Artikel 22

1. Uit het door de financieel controleur verstrekte visum op de voorstellen tot het aangaan van een betalingsverplichting blijkt:

a) de overeenstemming met de bepaling van artikel 20, lid 1,

b) de juistheid van de aanwijzing,

c) de beschikbaarheid van de kredieten,

d) de rechtmatigheid en de conformiteit van het financieringsvoorstel ten aanzien van de bepalingen die van toepassing zijn op het EOF,

e) de toepassing van de in artikel 8 bedoelde beginselen van goed financieel beheer.

2. Het visum mag niet voorwaardelijk zijn.

Artikel 23

1. De financieel controleur kan zijn visum weigeren indien naar zijn oordeel de in artikel 22 genoemde voorwaarden niet zijn vervuld. De weigering moet naar behoren en schriftelijk worden gemotiveerd. De hoofdordonnateur wordt hiervan in kennis gesteld.

Indien een visum wordt geweigerd en de hoofdordonnateur zijn voorstel handhaaft, wordt de aangelegenheid aan de Commissie ter beschikking voorgelegd.

2. Behoudens in gevallen waarin de beschikbaarheid van de kredieten in het geding is, kan de Commissie bij een met redenen omkleed besluit en op eigen verantwoordelijkheid voorbijgaan aan de weigering van het visum. Dit besluit is definitief en bindend; het wordt ter informatie aan de financieel controleur meegedeeld. De Commissie stelt de Rekenkamer binnen één maand in kennis van al deze besluiten.

2. Gedelegeerd krediet

Artikel 24

1. De overeenkomsten die door de begunstigde worden gesloten voor de uitvoering van het project of programma waarvoor een financieringsbesluit zoals bedoeld in artikel 20, lid 2, is genomen en die zijn goedgekeurd door het hoofd van de delegatie, worden door de hoofdordonnateur in het boekhoudsysteem geregistreerd als zogenoemde gedelegeerde kredieten. Hetzelfde geldt voor de overeenkomsten en bestekken die door de Commissie rechtstreeks of voor rekening van de begunstigde voor de uitvoering van dergelijke projecten en programma's worden gesloten.

2. De aldus geregistreerde "gedelegeerde kredieten" worden aangebracht op de vastleggingen van de in artikel 20, lid 2, bedoelde financieringsbesluiten.

3. Betaalbaarstelling

Artikel 25

De betaalbaarstelling is de handeling waarbij de hoofdordonnateur:

a) het bestaan van de rechten van de schuldeiser verifieert,

b) het bestaan en het bedrag van de vordering vaststelt of verifieert,

c) de opeisbaarheid van de vordering verifieert.

Artikel 26

1. Voor iedere betaalbaarstelling moeten bewijsstukken worden overgelegd die de rechten van de schuldeiser en, in voorkomend geval, het feit dat de prestatie is verricht of het bestaan van een stuk dat de betaling wettigt, staven. De aard van de bij de betalingsopdracht te voegen bewijsstukken en de daarin te vermelden gegevens moeten de in de artikelen 25 en 29 bedoelde controles mogelijk maken.

2. Voor bepaalde soorten uitgaven kunnen voorschotten worden toegestaan.

3. De hoofdordonnateur die tot betaalbaarstelling bevoegd is, ziet persoonlijk deze bewijsstukken na of controleert onder eigen verantwoordelijkheid of ze zijn nagekeken.

4. Verstrekking van betalingsopdrachten

Artikel 27

De verstrekking van een betalingsopdracht is de handeling waarbij de hoofdordonnateur door het afgeven van een betalingsopdracht de rekenplichtige opdraagt de betaling te verrichten voor een uitgave die door hem betaalbaar is gesteld.

Artikel 28

De betalingsopdracht moet vermelden:

a) de aanwijzing van de te belasten rekening,

b) het te betalen bedrag in cijfers en voluit geschreven, onder vermelding van de muntsoort,

c) de naam en het adres van de begunstigde,

d) de bankrekening,

e) de wijze van betaling,

f) het voorwerp van de uitgave.

De betalingsopdracht wordt door de hoofdordonnateur gedateerd en ondertekend.

Artikel 29

1. Bij de betalingsopdracht worden de oorspronkelijke bewijsstukken gevoegd; deze worden voorzien of gaan vergezeld van een verklaring ter bevestiging van de juistheid van de te betalen bedragen, de ontvangst van de leveranties of de verrichting van de dienst. De betalingsopdracht vermeldt de nummers en data van de overeenkomstige visa die zijn aangebracht op de voorstellen tot het aangaan der betalingsverplichtingen.

2. In bepaalde, naar behoren gemotiveerde gevallen kunnen afschriften van bewijsstukken die door de hoofdordonnateur of het hoofd van de delegatie van de Commissie voor eensluidend zijn gewaarmerkt, worden gebruikt in plaats van oorspronkelijke stukken.

Artikel 30

1. Behoudens het bepaalde in artikel 35, worden de betalingsopdrachten vooraf aan de financieel controleur gezonden met het oog op een visum. Uit het voorafgaande visum blijkt:

a) de regelmatigheid van de afgifte van de betalingsopdracht,

b) de overeenstemming van de betalingsopdracht met de rechten van de schuldeiser,

c) de juistheid van de aanwijzing,

d) de beschikbaarheid van de kredieten,

e) de duidelijkheid van de bewijsstukken,

f) de juiste aanduiding van de schuldeiser.

2. Indien het visum wordt geweigerd, is artikel 23 van toepassing.

3. Na het visum van de financieel controleur wordt de oorspronkelijke betalingsopdracht met de bewijsstukken aan de rekenplichtige gezonden.

5. Betaling van uitgaven

Artikel 31

1. Onverminderd hetgeen in artikel 313 en artikel 319, lid 8, van de Overeenkomst is bepaald met betrekking tot de aansprakelijkheid van de nationale ordonnateur respectievelijk de financiële aansprakelijkheid van de instanties die belast zijn met het beheer en de uitvoering van de samenwerking inzake ontwikkelingsfinanciering, is de betaling de slothandeling waardoor het EOF wordt ontslagen van zijn verplichtingen jegens zijn schuldeisers.

2. Behoudens artikel 36 wordt de betaling verricht door de rekenplichtige binnen de grenzen van de beschikbare middelen.

Artikel 32

In geval van technische vergissingen, betwisting van de geldigheid van de betalingskwijting of niet-nakoming van de in dit financieel reglement voorgeschreven vormen, moet de rekenplichtige de betalingen opschorten.

Artikel 33

1. Bij opschorting van de betalingen vermeldt de rekenplichtige de beweegredenen in een schriftelijke verklaring die hij onverwijld aan de hoofdordonnateur en ter informatie aan de financieel controleur zendt.

2. Behalve bij betwisting van de geldigheid van de betalingskwijting, kan de hoofdordonnateur zich ter zake van de opschorting van de betalingen wenden tot de Commissie. Deze kan schriftelijk en op eigen verantwoordelijkheid verlangen dat tot betaling wordt overgegaan.

Artikel 34

1. De betalingen worden via de in artikel 5 bepaalde bankrekeningen verricht. De Commissie stelt de voorschriften inzake opening, beheer en aanwending van deze rekeningen vast.

2. Deze voorwaarden voorzien met name in de dubbele ondertekening van cheques en overschrijvingen, waaronder de handtekening van de rekenplichtige, een ondergeschikte rekenplichtige of een beheerder van gelden ter goede rekening. Tevens wordt in deze voorwaarden bepaald voor welke uitgaven betaling dient te geschieden per cheque dan wel door middel van overschrijving.

6. Ter plaatse verrichte betalingen

Artikel 35

1. Wanneer het hoofd van de delegatie overeenkomstig artikel 13 bij delegatie de functie van hoofdordonnateur uitoefent, kunnen de overeenkomstige betalingen ter plaatse worden verricht door een ondergeschikte rekenplichtige die op de in artikel 15 bedoelde voorwaarden is benoemd.

De ondergeschikte rekenplichtige verricht betalingen in nationale valuta op de rekening van de gedelegeerde betalingsinstantie in de ACS-staten of de LGO en in voorkomend geval betalingen in deviezen op één of meer rekeningen van gedelegeerde betalingsinstanties in de Gemeenschap.

2. De ondergeschikte rekenplichtige kan ook worden belast met het boeken van de krachtens lid 1 verrichte betalingen op de rekeningen van het EOF.

3. De betalingen die de ondergeschikte rekenplichtige krachtens delegatie verricht, worden, nadat zij uitgevoerd of eventueel geboekt zijn, door de financiële controle geïnspecteerd.

7. Beheer van gelden ter goede rekening

Artikel 36

1. Voor bepaalde soorten uitgaven kan de hoofdordonnateur, na positief advies van de rekenplichtige en de financieel controleur, besluiten tot instelling van beheer van gelden ter goede rekening.

2. Uitsluitend de rekenplichtige kan gelden ter goede rekening ter beschikking stellen.

3. De voorschriften voor het beheer van gelden ter goede rekening hebben met name betrekking op:

a) de aanwijzing van beheerders van gelden ter goede rekening,

b) de aard der uitgaven en het maximum van iedere te betalen uitgave,

c) het maximumbedrag van de gelden die ter goede rekening kunnen worden verstrekt,

d) de wijze waarop en de termijn waarbinnen overlegging van de bewijsstukken moet geschieden,

e) de aansprakelijkheid der beheerders van gelden ter goede rekening.

4. De hoofdordonnateur en de rekenplichtige nemen de nodige maatregelen met het oog op de betaalbaarstelling, voor het juiste bedrag en de juiste tijd, van de krachtens dit artikel toegestane voorschotten.

Afdeling IV

BOEKHOUDING

Artikel 37

De boekhouding wordt gevoerd in ECU, per kalenderjaar en volgens de methode van "dubbel boekhouden".

Zij omvat alle:

a) toewijzingen,

b) betalingsverplichtingen,

c) gedelegeerde kredieten,

d) ontvangsten, betalingen, geconstateerde vorderingen en ingevorderde bedragen van het begrotingsjaar voor het gehele bedrag en zonder samenvoeging.

Deze worden gestaafd met bewijsstukken.

Indien nodig moet, wanneer gedelegeerde kredieten, ontvangsten, betalingen en vorderingen in nationale valuta zijn uitgedrukt, het boekhoudkundige systeem de mogelijkheid bieden dat deze, naast opneming ervan in de boekhouding in ECU, in nationale valuta worden ingeschreven.

Artikel 38

1. De in artikel 20, lid 2, omschreven betalingsverplichtingen worden geboekt in ECU tegen de waarde van de financieringsbesluiten die de Commissie heeft genomen.

2. De in artikel 24 omschreven gedelegeerde kredieten worden geboekt in ECU tegen de tegenwaarde van de overeenkomsten en bestekken die de ontvangende ACS-staat of LGO of de Commissie in het kader van de uitvoering van het project hebben gesloten. Eventueel zijn bij deze tegenwaarde inbegrepen:

a) een voorziening voor de vergoeding van (terugvorderbare) onkosten tegen overlegging van bewijsstukken,

b) een voorziening voor prijsherziening en onvoorziene omstandigheden zoals die in de door het EOF gefinancierde contracten zijn omschreven,

c) een financiële voorziening voor wisselkoersfluctuaties.

3. Voor het definitief boeken van de betalingen die in het kader van de in titel III van het derde deel van de Overeenkomst bedoelde projecten of programma's zijn verricht, moeten de wisselkoersen worden gehanteerd die van toepassing waren op de datum waarop deze betalingen daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. Deze datum is die waarop de in artikel 5 van dit financieel reglement bedoelde rekeningen van de Commissie zijn gedebiteerd.

4. Alle boekhoudstukken die betrekking hebben op de uitvoering van een betalingsverplichting worden bewaard tijdens een periode van vijf jaren vanaf de datum van het in artikel 33, lid 3, van het intern akkoord bedoelde besluit tot kwijting inzake de uitvoering van het EOF voor het begrotingsjaar tijdens hetwelk de betalingsverplichting in de boeken is afgesloten.

Artikel 39

1. De Commissie voert een boekhouding over het risicodragend kapitaal en de rentesubsidies die de Bank voor rekening van de Gemeenschap beheert.

2. Voordat de raad van bestuur van de Bank overeenkomstig artikel 29, leden 3 en 4, van het intern akkoord het besluit tot financiering neemt, zendt de hoofdordonnateur een voorstel voor inschrijving van het besluit in de boeken aan de financieel controleur en de rekenplichtige.

3. Dit voorstel vermeldt met name het voorwerp, het geraamde bedrag en de aanwijzing van de uitgave alsook de ontvanger van de financiering.

Uit het visum dat de financieel controleur op dit voorstel aanbrengt, blijkt:

a) de juistheid van de aanwijzing;

b) de beschikbaarheid van de kredieten.

De geldigverklaring door de rekenplichtige geschiedt nadat de raad van bestuur van de Bank het financieringsbesluit heeft genomen.

4. a) De door de Bank genomen besluiten tot financiering met risicodragend kapitaal worden geboekt tegen hun nominale waarde.

b) Rentesubsidies worden voorlopig geboekt op basis van een door de Commissie bij het nemen van het besluit geschatte waarde, en definitief geboekt wanneer de Bank het door hem berekende bedrag van de rentesubsidie doorgeeft bij de ondertekening van het contract. Dit bedrag wordt bij de afsluiting van het contract geregulariseerd.

5. De in artikel 59, lid 2, en artikel 61, lid 3, bedoelde verzoeken om de uitbetaling van gelden worden aan de financieel controleur gezonden om door de hoofdordonnateur van een visum te worden voorzien.

De betalingsverzoeken moeten vermelden:

a) de aanwijzing,

b) het te betalen bedrag, in cijfers en voluit geschreven, onder vermelding van de muntsoort,

c) de naam en het adres van de begunstigde,

d) de bankrekening en de wijze van betaling,

e) het voorwerp van de uitgave,

f) de valutadatum van de betaling.

6. De betaling wordt door de rekenplichtige verricht en geboekt.

7. Op verzoek van de Bank wordt het besluit tot financiering afgesloten en wordt het beschikbare saldo naar de overeenkomstige toewijzing doorgesluisd.

Artikel 40

1. De boekingen geschieden volgens een rekeningstelsel waarvan de indeling een duidelijke scheiding in rekeningen die vaststelling van de financierende staten mogelijk maken en rekeningen betreffende lasten en baten inhoudt.

2. De bijzonderheden omtrent opstelling en werking van het rekeningstelsel worden op voorstel van de rekenplichtige door de Commissie vastgesteld.

Artikel 41

Aan het einde van het kalenderjaar wordt de boekhouding afgesloten met het oog op de opstelling van de financiële staten en de bedrijfsrekening van het EOF. Deze worden ter kennisneming aan de financieel controleur voorgelegd.

Afdeling V

AANSPRAKELIJKHEID VAN ORDONNATEURS, FINANCIEEL CONTROLEURS, REKENPLICHTIGEN EN BEHEERDERS VAN GELDEN TER GOEDE REKENING

Artikel 42

Onverminderd het bepaalde in artikel 313, lid 1, onder f), en artikel 319, lid 8, van de Overeenkomst, is iedere ordonnateur die ten voordele van het EOF in te vorderen rechten vaststelt of inningsopdrachten afgeeft, betalingsverplichtingen aangaat of een betalingsopdracht tekent, zonder daarbij de bepalingen van dit financieel reglement in acht te nemen, hiervoor tuchtrechtelijk verantwoordelijk en eventueel geldelijk aansprakelijk. Ditzelfde geldt indien hij de afgifte van een betalings- of inningsopdracht achterwege laat of zonder geldige reden vertraagt, waardoor de Commissie civielrechtelijk aansprakelijk kan worden ten opzichte van derden.

Artikel 43

Iedere financieel controleur is tuchtrechtelijk verantwoordelijk en eventueel geldelijk aansprakelijk voor de handelingen die hij tijdens de uitoefening van zijn functie verricht, met name wanneer hij in geval van kredietoverschrijding zijn visum verleent.

Artikel 44

1. De rekenplichtige en ondergeschikte rekenplichtigen zijn tuchtrechtelijk verantwoordelijk en eventueel geldelijk aansprakelijk voor betalingen die zij verrichten zonder artikel 32 in acht te nemen.

Zij zijn tuchtrechtelijk verantwoordelijk en geldelijk aansprakelijk voor elk verlies en elke aantasting van de hun toevertrouwde gelden, waarden en documenten die opzettelijk werden veroorzaakt of het gevolg zijn van een grove nalatigheid die hun kan worden aangerekend.

Op dezelfde wijze zijn zij verantwoordelijk en aansprakelijk voor de juiste uitvoering van de door hen ontvangen opdrachten voor het gebruik en het beheer van bij erkende financiële instellingen gehouden rekeningen, in het bijzonder:

a) wanneer de door hen verrichte inningen of betalingen niet overeenstemmen met het bedrag dat is vermeld in de overeenkomstige innings- of betalingsopdrachten,

b) wanneer zij betalen aan een ander dan de rechthebbende.

2. Iedere beheerder van gelden ter goede rekening is tuchtrechtelijk verantwoordelijk en eventueel geldelijk aansprakelijk:

a) wanneer hij door hem verrichte betalingen niet met deugdelijke bewijsstukken kan verantwoorden,

b) wanneer hij betaalt aan een ander dan de rechthebbende.

Hij is tuchtrechtelijk verantwoordelijk en geldelijk aansprakelijk voor elk verlies en elke aantasting van de hem toevertrouwde gelden, waarden en documenten die opzettelijk werden veroorzaakt of het gevolg zijn van een grove nalatigheid die hem kan worden toegeschreven.

3. De rekenplichtige, ondergeschikte rekenplichtigen en beheerders van gelden ter goede rekening verzekeren zich tegen de risico's die zij uit hoofde van dit artikel lopen en die niet kunnen worden gedekt door het in lid 4 genoemde waarborgfonds. De Commissie dekt de hieraan verbonden kosten.

4. Aan de rekenplichtige, de ondergeschikte rekenplichtigen en de beheerders van gelden ter goede rekening worden bijzondere vergoedingen toegekend. De hoogte van deze vergoedingen wordt door de Commissie bepaald. Het bedrag van deze vergoedingen wordt elke maand op een door de Commissie ten name van elk van deze ambtenaren geopende rekening gecrediteerd, teneinde een waarborgfonds te vormen ter dekking van het eventuele kas- of banktekort waarvoor de betrokkene aansprakelijk mocht zijn.

Het kredietsaldo van deze waarborgrekeningen wordt aan de betrokkenen uitgekeerd, nadat hun functie als rekenplichtige of beheerder van gelden ter goede rekening een einde heeft genomen. Voor de rekenplichtige geldt daarbij als voorwaarde dat hij de in artikel 46 bedoelde kwijting voor zijn beheer moet hebben ontvangen.

Artikel 45

De tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid en geldelijke aansprakelijkheid van de hoofdordonnateur en zijn gedelegeerden, financieel controleurs, rekenplichtigen en beheerders van gelden ter goede rekening kunnen worden vastgesteld overeenkomstig de artikelen 22 en 86 tot en met 89 van het statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 46

De Commissie beslist binnen twee jaar na overlegging van de financiële staten aan de Raad over de kwijting die aan de rekenplichtigen wordt gegeven voor de door hen ten aanzien van deze rekening uitgevoerde verrichtingen.

TITEL III

UITVOERINGSMAATREGELEN

Afdeling I

DOOR DE COMMISSIE BEHEERDE VERRICHTINGEN VAN HET EOF

1. Algemeen

Artikel 47

Wanneer toegekende steun wordt gecedeerd in de vorm van een lening aan de laatste leningnemer overeenkomstig artikel 219, lid 5, artikel 233, lid 3, en artikel 266 van de Overeenkomst, dienen in de financieringsovereenkomst de leningsvoorwaarden, meer bepaald de rente, de looptijd van de lening, de respijtperiode en de regeling voor de aanwending van de middelen die worden verkregen door aflossing van hoofdsom en rente, te worden vastgesteld. Bij het vaststellen van deze voorwaarden wordt rekening gehouden met alle desbetreffende bepalingen van de Overeenkomst, inzonderheid met artikel 233, lid 4, onder b), artikel 240, lid 1, onder a), en artikel 291.

Artikel 48

Claims die betrekking hebben op betalingsachterstand en die krachtens artikel 319 van de Overeenkomst ten laste van de Commissie komen, worden door de Commissie betaald met de middelen op de rekening als bedoeld in artikel 9, lid 2, van het intern akkoord.

2. Aanbestedingen en overeenkomsten

Artikel 49

1. De Commissie neemt de passende maatregelen voor een doeltreffende voorlichting van het betrokken bedrijfsleven, met name door de periodieke publicatie van vooruitzichten met betrekking tot de uit EOF-middelen te financieren overeenkomsten.

2. Via de meest geëigende middelen publiceert de Commissie

a) onder vermelding van het doel, de inhoud en het met de verwachte overeenkomsten gemoeide bedrag:

- eenmaal per jaar de vooruitzichten, geldig voor een periode van twaalf maanden vanaf de publicatie, met betrekking tot dienstencontracten en de acties voor technische samenwerking die na de aanbesteding moeten worden uitgevoerd,

- eens in de drie maanden de wijzigingen in de hierboven bedoelde vooruitzichten,

b) zo spoedig mogelijk het resultaat van de aanbestedingen.

3. De Commissie gaat op soortgelijke wijze te werk bij de kennisgeving van besluiten inzake steunverlening betreffende het verrichten van studies en het verlenen van technische bijstand.

Artikel 50

De Commissie stelt de Raad jaarlijks in kennis van de tijdens dat jaar gesloten overeenkomsten. Zij deelt de Raad mee welke maatregelen zij heeft moeten nemen of voornemens is te nemen, teneinde de concurrentie bij deelneming aan aanbestedingen van het EOF te verbeteren.

In het desbetreffende verslag verschaft de Commissie de Raad de gegevens aan de hand waarvan deze kan beoordelen of de door haar genomen maatregelen hebben geleid tot het a priori scheppen van gelijke kansen tot deelneming aan de door het EOF gefinancierde overeenkomsten inzake werken, leveringen en diensten voor alle ondernemingen van de lidstaten, de ACS-staten en de geassocieerde landen en gebieden.

Artikel 51

De gegevens betreffende de sluiting van overeenkomsten, hetzij onderhands, hetzij via besloten aanbestedingen voor werkzaamheden, leveranties en diensten, hetzij voor uitvoering in eigen beheer, worden vermeld in het jaarlijkse verslag aan de Raad als bedoeld in artikel 50.

Artikel 52

1. Onverminderd het bepaalde in artikel 20, lid 1, onder c), van het intern akkoord, zijn de bepalingen van de algemene voorschriften en voorwaarden voor overeenkomsten van toepassing op alle aanbestedingen en overeenkomsten die door het EOF worden gefinancierd. De toe te passen betalingsregeling en de voor de betaling te gebruiken valuta of valuta's worden in de betrokken overeenkomsten vermeld.

2. Bij het bepalen van het bedrag van de offerte voor aanbestedingen met betrekking tot overeenkomsten die door het EOF worden gefinancierd, dient de inschrijver rekening te houden met de belastingregeling die krachtens de artikelen 308, 309 en 310 van de Overeenkomst van toepassing is.

3. Wanneer de betaling in de nationale valuta van een ACS-staat wordt verricht, loopt zij via een bank die in die staat of in het land waar de contractant zijn hoofdzetel heeft, is gevestigd.

Wanneer de betaling in ECU of in een buitenlandse valuta wordt verricht, loopt zij via een erkende bank of instantie die is gevestigd in een lidstaat, een ACS-staat of het land waar zich de hoofdzetel van de contractant bevindt.

3. Steun voor structurele aanpassing

Artikel 53

1. Steun aan programma's voor structurele aanpassing als bedoeld in de Overeenkomst wordt ten uitvoer gelegd overeenkomstig de artikelen 243 tot en met 248 van de Overeenkomst.

2. Overeenkomsten waarvoor in het kader van invoerprogramma's besloten wordt deviezen toe te kennen, kunnen luiden in een andere valuta dan die van de ACS-staten of de ECU, inclusief de valuta van een land dat geen partij bij de Overeenkomst is.

3. Bij elk voorschot van middelen in het kader van programma's voor structurele aanpassing controleert de Commissie de regelmatigheid en de overeenstemming met de geldende regels ten aanzien van de verantwoording van het gebruik van deze middelen en ten aanzien van de bepalingen die van toepassing zijn overeenkomstig de artikelen 246 en 248 en artikel 294, lid 1, onder b), van de Overeenkomst alsmede artikel 20 van het intern akkoord.

4. Beheer van het systeem tot stabilisering van de exportopbrengsten (Stabex)

Artikel 54

De jaarlijks ter beschikking van het Stabex-systeem bestaande middelen, als bedoeld in artikel 191 van de Overeenkomst, worden door de Commissie beheerd in overeenstemming met de volgende procedures:

a) respectievelijk op 1 april en 1 juli wordt de helft van elke jaarlijkse tranche gestort op een speciale bankrekening voor het Stabex. De eerste halfjaarlijkse tranche van ieder jaar wordt evenwel verminderd met het bedrag van de vervroegde opname die in het voorgaande jaar krachtens artikel 194, lid 1, van de Overeenkomst is verricht. De tweede storting van elk jaar wordt in voorkomend geval verhoogd met de vervroegde opname die in toepassing van artikel 194, lid 1, van de Overeenkomst ten laste van het volgende jaar wordt verricht. Aan het Stabex-systeem verschuldigde bedragen in het kalenderjaar waarin de Overeenkomst in werking is getreden, moeten worden overgeboekt op de Stabex-rekening op de datum waarop dit financieel reglement in werking treedt, zulks met terugwerkende kracht tot de bovengenoemde vervaldata. De bijdrage die iedere lidstaat verschuldigd is, kan echter door de lidstaat in kwestie volgens de voorwaarden in bijlage II worden omgezet in een openstaande schuldvordering die rente oplevert voor het systeem;

b) de bedragen van de jaarlijkse tranches brengen rente op, die als volgt wordt berekend:

- vanaf 1 april van ieder jaar, op het bedrag van de eerste helft van elke jaarlijkse tranche, verminderd met de voorschotten en transfers die uit de middelen van het Stabex-systeem zijn betaald,

- vanaf 1 juli van ieder jaar, op de tweede helft van elke jaarlijkse tranche, volgens dezelfde berekeningswijze;

c) elk gedeelte van een jaarlijkse tranche dat niet in de vorm van voorschotten of transfers is betaald, blijft ten bate van de middelen van het Stabex-systeem rente dragen totdat het in de loop van het volgende begrotingsjaar wordt gebruikt;

d) de in artikel 211 van de Overeenkomst bedoelde transfers moeten in ECU worden verricht op een rentedragende bankrekening die door de ACS-staat en de Commissie in overleg is gekozen en in een lidstaat van de Gemeenschap is geopend. Alle rentebaten moeten op die rekening worden gestort. Voor alle opnemingen uit de rekening zijn twee handtekeningen vereist, namelijk die van de door de betrokken ACS-staat aangewezen persoon en die van het hoofd van de delegatie van de Commissie. De middelen op de rekening, inclusief de op de rekening geboekte rente, worden overeenkomstig artikel 186, lid 2, van de Overeenkomst beschikbaar gesteld.

Artikel 55

In geval van vervroegd gebruik van de tranche van het volgende jaar overeenkomstig artikel 194 van de Overeenkomst worden de voorschotten, bedoeld in artikel 206 van de Overeenkomst, proportioneel verminderd.

Artikel 56

Het kwartaalverslag voor de lidstaten over de kaspositie van het EOF, als bedoeld in artikel 2, lid 1, dient specifieke gegevens te bevatten over de financiële positie van het Stabex-systeem.

Artikel 57

Wanneer, voor de berekening van het bedrag van een transfer of voorschot, de in de nationale valuta van de betrokken ACS-staat luidende statistische gegevens, of een andere valuta, in ECU moeten worden omgerekend, moet hiervoor de gemiddelde wisselkoers van het kalenderjaar waarop de statistieken betrekking hebben, worden gebruikt.

Afdeling II

DOOR DE BANK BEHEERDE STEUN

Artikel 58

De bank doet de Commissie aan het begin van elk kwartaal ramingen toekomen van alle bedragen waarvoor vorderingen op het EOF in dat kwartaal worden verwacht met betrekking tot het risicodragend kapitaal of de rentesubsidies die zij overeenkomstig artikel 10 van het intern akkoord beheert.

1. Risicodragend kapitaal

Artikel 59

1. In ieder besluit tot verstrekking van risicodragend kapitaal worden de grenzen bepaald van de verplichtingen en de financiële aansprakelijkheid van de Gemeenschap, alsmede, in geval van participatie, van de rechten ten aanzien van de vennootschap die aan dergelijke transacties is verbonden. In deze besluiten moet ook rekening worden gehouden met hetgeen in artikel 234, lid 2, van de Overeenkomst is bepaald met betrekking tot de aansprakelijkheid voor wisselkoersrisico's.

De overeenkomsten betreffende het verrichten van transacties met risicodragend kapitaal worden gesloten door de Bank, die als gemachtigde van de Gemeenschap optreedt.

2. Bij elke uitkering verzoekt de Bank de Commissie om betaling in ECU van de als risicodragend kapitaal gestorte bedragen. De Commissie betaalt deze bedragen uiterlijk binnen 21 dagen na ontvangst van het verzoek om betaling; hiervoor geldt dezelfde valutadatum als voor de uitkering door de Bank.

3. Wanneer de uitkering in andere valuta's dan de ECU plaatsvindt, zijn de wisselkoersen die bij de vaststelling van de uit te keren bedragen worden gebruikt, die welke de Bank heeft gekregen bij de met de wisseltransactie belaste bankcorrespondent.

Als omrekeningskoersen voor de ECU die de leningnemer moet gebruiken voor de berekening van de bedragen welke verschuldigd zijn in verband met de opbrengsten van, inkomsten uit en terugbetalingen op transacties met risicodragend kapitaal, gelden de koersen van een maand vóór de datum van uitbetaling.

4. De Bank int voor rekening van de Gemeenschap de bedragen die verschuldigd zijn in verband met de opbrengsten van, inkomsten uit en terugbetalingen op transacties met risicodragend kapitaal, overeenkomstig het bepaalde in artikel 60.

Artikel 60

De bedragen die door de Bank worden geïnd in de vorm van opbrengsten van, inkomsten uit en terugbetalingen op transacties met risicodragend kapitaal worden gecrediteerd op een speciale rekening die op naam van de Gemeenschap en voor rekening van de lidstaten wordt geopend, zulks in verhouding tot hun bijdrage aan het EOF. Deze rekening luidt in ECU en wordt beheerd door de Bank overeenkomstig het bepaalde in artikel 9, lid 1, van het intern akkoord. De Bank komt met de lidstaten overeen, welke informatie over deze rekening moet worden verstrekt.

De technische procedures voor het beheer van deze rekening, met inbegrip van die voor de vaststelling van de desbetreffende renten, worden tussen de Raad en de Bank met instemming van de Commissie overeengekomen.

2. Leningen met rentesubsidie van de Bank

Artikel 61

1. Overeenkomstig artikel 235 van de Overeenkomst wordt het totale bedrag van de rentesubsidie voor een lening van de Bank berekend in ECU op basis van de samengestelde interest die wordt vastgesteld volgens de procedure van lid 3, onder c), van dit artikel.

2. Bij de ondertekening van iedere leningsovereenkomst deelt de Bank de Commissie het in ECU luidende totale geraamde bedrag van de rentesubsidie mee.

3. Bij de uitkering van ieder gedeelte van de lening verzoekt de Bank de Commissie om betaling van de rentesubsidie betreffende dit gedeelte, berekend op basis van de volgende elementen:

a) de tegenwaarde in ECU van de bedragen in de valuta's waarin het leninggedeelte is uitgekeerd op basis van de in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakte omrekeningskoersen voor deze valuta's en de ECU, geldend op de datum waarop het uit te keren bedrag aan valuta's is vastgesteld, welke datum ter kennis van de Gemeenschap wordt gebracht;

b) toepassing van het rentesubsidiepercentage op het afnemende jaarlijkse saldo van de hoofdsom dat op iedere aflossingsdatum verschuldigd is;

c) de contante waarde van de rentesubsidie die betrekking heeft op het uitgekeerde leninggedeelte. De contante waarde wordt berekend op basis van een samengesteld interestpercentage gelijk aan de jaarlijkse renten die de Bank zou ontvangen in de valuta of valuta's waarin het betrokken leninggedeelte werd uitgekeerd, indien op de lening geen rentesubsidie werd toegepast. Dit samengestelde interestpercentage wordt dan met vier tienden van een procentpunt verminderd.

4. De Commissie betaalt het bedrag van de overeenkomstig lid 3 berekende rentesubsidie in ECU uiterlijk binnen 21 dagen na ontvangst van het verzoek om betaling, waarbij de datum van de uitkering van het betrokken leninggedeelte als valutadatum geldt.

5. Indien een lening met rentesubsidie in haar geheel vervroegd wordt terugbetaald, betaalt de Bank de Commissie op de eerste contractuele aflossingsdatum na de vervroegde terugbetaling het volledige saldo van de contante waarde van de subsidie, gecorrigeerd voor de periode tussen ontvangst en betaling door de Bank. Wordt een dergelijke lening slechts gedeeltelijk terugbetaald, dan betaalt de Bank de Commissie een bedrag dat evenredig is met het gedeelte van de lening dat is terugbetaald.

6. De aan de Commissie teruggestorte bedragen dienen ter verhoging van de kredieten die beschikbaar zijn voor de financiering van de in artikel 4 van het intern akkoord bedoelde rentesubsidies.

7. Alle in dit artikel bedoelde betalingen worden in ECU verricht.

TITEL IV

UITVOERINGSORGANEN

1. De hoofdordonnateur

Artikel 62

De in artikel 311 van de Overeenkomst bedoelde hoofdordonnateur van het EOF neemt de maatregelen die nodig zijn voor de toepassing van de bepalingen van de artikelen 294 tot en met 307 van de Overeenkomst.

Artikel 63

1. De hoofdordonnateur neemt de nodige maatregelen om zich ervan te vergewissen dat de nationale of regionale ordonnateurs de taken verrichten waarmede zij krachtens de Overeenkomst en inzonderheid de artikelen 312 tot en met 315 zijn belast.

2. Indien de hoofdordonnateur kennis krijgt van vertraging bij de afwikkeling van de procedures betreffende het beheer van de middelen van het EOF, legt hij, in samenwerking met de nationale of regionale ordonnateur, alle contacten die nodig zijn om deze toestand te verhelpen en neemt hij in voorkomend geval passende maatregelen, zoals, wanneer de nationale of regionale ordonnateur de taken waarmee hij krachtens de Overeenkomst is belast, niet uitvoert of niet kan uitvoeren, de tijdelijke vervanging door de hoofdordonnateur.

Artikel 64

De operaties die samenhangen met de uitvoering van projecten worden door de nationale of regionale ordonnateur verricht in nauwe samenwerking met het hoofd van de delegatie, overeenkomstig de artikelen 313 en 317 van de Overeenkomst.

Het hoofd van de delegatie moet dit financieel reglement bij het uitoefenen van de in artikel 316 van de Overeenkomst genoemde functies naleven.

2. De betalingsgemachtigde

Artikel 65

De betrekkingen tussen de Commissie en de in artikel 319 van de Overeenkomst bedoelde betalingsgemachtigden worden geregeld in contracten die voor een voorafgaand visum aan de financieel controleur worden voorgelegd. Nadat deze contracten zijn ondertekend, worden zij aan de Rekenkamer toegezonden.

TITEL V

REKENING EN VERANTWOORDING EN CONTROLE VAN DE REKENINGEN

Artikel 66

1. De Commissie stelt uiterlijk op 1 mei van elk jaar de financiële staten en de rekening inzake het beheer van het EOF op waarin de financiële situatie per 31 december van het voorgaande jaar wordt beschreven.

2. De financiële staten worden opgesteld door de rekenplichtige en omvatten:

a) een financiële balans waaruit het vermogen van het EOF op de datum van afsluiting van het verstreken begrotingsjaar is af te lezen;

b) de staat van de middelen en de aanwending van de gelden tijdens het verstreken begrotingsjaar;

c) een staat van de ontvangsten en uitgaven in het afgelopen begrotingsjaar;

d) een staat van inkomsten die de volgende gegevens bevat:

- de geraamde ontvangsten over het kalenderjaar,

- de wijzigingen in de ontvangstenramingen,

- de in de loop van het kalenderjaar vastgestelde vorderingen,

- de aan het eind van het kalenderjaar nog te ontvangen bedragen,

- de extra ontvangsten;

e) een staat van de vorderingen die de volgende gegevens bevat:

- de aan het begin van het kalenderjaar nog te innen vorderingen,

- de in de loop van het kalenderjaar vastgestelde vorderingen,

- de in de loop van het kalenderjaar geïnde vorderingen,

- de annuleringen van vastgestelde vorderingen,

- de aan het eind van het kalenderjaar nog te innen vorderingen;

f) aantekeningen waarin wordt uiteengezet welke boekhoudkundige beginselen voor de opstelling en weergave van de rekeningen zijn gekozen en waarin zonodig een aanvullende toelichting wordt gegeven op bepaalde rubrieken van de onder a), b), c), d) en e), genoemde cijfertabellen.

Artikel 67

1. De in artikel 68 bedoelde exploitatierekening wordt door de hoofdordonnateur in overleg met de rekenplichtige opgesteld en omvat:

a) een tabel die de ontwikkeling van de in artikel 1 bedoelde toewijzingen tijdens het afgelopen begrotingsjaar laat zien;

b) een tabel waarop per toewijzing het totale bedrag van de vastleggingen, gedelegeerde kredieten en betaalbaarstellingen van het begrotingsjaar en de gecumuleerde bedragen van de vastleggingen, gedelegeerde kredieten en betaalbaarstellingen sinds de inwerkingtreding van het EOF zijn vermeld;

c) tabellen waarop per toewijzing en per land, gebied, regio of subregio het totale bedrag van de vastleggingen, gedelegeerde kredieten en betalingen van het begrotingsjaar en de gecumuleerde bedragen daarvan sinds de inwerkingtreding van het EOF zijn vermeld.

2. De rekening inzake het beheer wordt voorafgegaan door een analyse van het financiële beheer van het afgelopen jaar.

Artikel 68

Onverminderd het bepaalde in artikel 33, lid 5, van het intern akkoord doet de Commissie de financiële staten en de exploitatierekening inzake het beheer uiterlijk op 1 mei van het volgende begrotingsjaar toekomen aan het Europees Parlement, de Raad en de Rekenkamer.

Artikel 69

De Rekenkamer en haar leden kunnen zich bij de uitvoering van hun opdracht door personeelsleden van de Rekenkamer laten bijstaan.

In dat geval stelt de Rekenkamer zelf, of één van haar leden, de autoriteiten waarmee deze personeelsleden zullen moeten samenwerken in kennis van de taken die aan laatstgenoemden worden opgedragen.

Artikel 70

1. Onverminderd het bepaalde in artikel 33, lid 5, van het intern akkoord, wordt de controle door de Rekenkamer uitgevoerd aan de hand van stukken en, zonodig, ter plaatse. Zij heeft ten doel de wettigheid en de regelmatigheid van de ontvangsten en de uitgaven in het licht van de toepasselijke voorschriften vast te stellen en na te gaan of een goed financieel beheer is gevoerd.

2. Bij de uitvoering van haar taken kan de Rekenkamer onder de in lid 6 vastgestelde voorwaarden kennis nemen van alle documenten en gegevens betreffende het financiële beheer van de aan haar controle onderworpen diensten; zij is bevoegd ieder personeelslid dat verantwoordelijkheid draagt voor met uitgaven of ontvangsten samenhangende verrichtingen te horen en alle controleprocedures te benutten die voor de bedoelde diensten gelden.

3. De Rekenkamer ziet erop toe dat alle waardepapieren en middelen welke gedeponeerd zijn of zich in kas bevinden, worden gecontroleerd aan de hand van verklaringen, ondertekend door de depothouders, of van processen-verbaal van de stand van de kas en van de voorraad waardepapieren. Zij kan deze controles zelf verrichten.

4. Op verzoek van de Rekenkamer machtigt de Commissie de financiële instellingen die houder zijn van tegoeden van het EOF, de Rekenkamer in staat te stellen de overeenstemming tussen de door de boekhouding weergegeven situatie en de externe gegevens na te gaan.

5. De Commissie verleent de Rekenkamer alle faciliteiten en verstrekt haar alle inlichtingen welke deze bij de vervulling van haar taak meent nodig te hebben, met name alle inlichtingen waarover de Commissie beschikt ingevolge de controles die zij krachtens de geldende regeling heeft verricht bij de diensten die bij het beheer van de financiën van het EOF betrokken zijn en die uitgaven voor de Gemeenschap verrichten. In het bijzonder houdt zij ter beschikking van de Rekenkamer alle bescheiden inzake het sluiten en het uitvoeren van overeenkomsten en alle geld- en goederenrekeningen, alle boekingsbescheiden en bewijsstukken, alsmede de daarop betrekking hebbende administratieve documenten, alle documentatie betreffende de ontvangsten en uitgaven, alle inventarislijsten, alle organogrammen van de diensten die zij noodzakelijk acht en alle op geautomatiseerde dragers opgestelde of bewaarde documenten of gegevens.

Te dien einde zijn de aan de controle van de Rekenkamer onderworpen personeelsleden met name gehouden:

a) hun kas te openen, hun gelden, waardepapieren en andere goederen te tonen, alsmede de bewijsstukken voor hun beheer die zij onder zich hebben, alsook elk boek, register of ander document dat daarop betrekking heeft;

b) inzage te geven van de correspondentie en ieder ander document dat noodzakelijk is voor volledige uitvoering van de in lid 1 bedoelde controle.

Alleen de Rekenkamer is gerechtigd om mededeling van de in de tweede alinea, onder b), bedoelde inlichtingen te verzoeken.

De Rekenkamer is bevoegd controle uit te oefenen op de documenten betreffende de ontvangsten en uitgaven van het EOF die berusten bij de diensten van de Commissie, met name bij de diensten die verantwoordelijk zijn voor de besluiten omtrent deze ontvangsten en uitgaven.

6. De controle op de wettigheid en regelmatigheid van de ontvangsten en uitgaven en de controle op het goede financiële beheer strekken zich uit tot het gebruik door niet onder de Commissie ressorterende organisaties van ontvangen Gemeenschapsgelden. Subsidies van het EOF waarvan de ontvanger niet onder de Commissie ressorteert, mogen slechts worden toegekend onder de voorwaarde dat de gesubsidieerde schriftelijk aanvaardt dat de Rekenkamer de besteding van de betaalde bedragen controleert.

Artikel 71

1. De Rekenkamer stelt na de afsluiting van elk begrotingsjaar een jaarverslag op.

2. De Rekenkamer kan bovendien te allen tijde opmerkingen over specifieke vraagstukken, met name in de vorm van speciale rapporten, doen toekomen en advies uitbrengen op verzoek van de instelling van de Gemeenschappen.

3. De speciale rapporten worden aan de betrokken instelling of instantie gezonden.

De betrokken instelling heeft twee en een halve maand de tijd om de Rekenkamer in kennis te stellen van haar eventuele commentaar op de betreffende opmerkingen.

Indien de Rekenkamer besluit deze opmerkingen bekend te maken in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen, dient zij deze vergezeld te doen gaan van het commentaar van de betrokken instelling of instellingen.

De speciale rapporten worden gezonden aan het Europees Parlement en de Raad, die elk, eventueel in overleg met de Commissie, besluiten welk gevolg eraan gegeven wordt.

Artikel 72

1. Voor het jaarverslag van de Rekenkamer als bedoeld in artikel 188 C van het EG-Verdrag gelden de volgende bepalingen:

a) de Rekenkamer brengt uiterlijk op 15 juli de opmerkingen die volgens haar dienen te worden opgenomen in het jaarverslag, ter kennis van de Commissie. Deze opmerkingen moeten vertrouwelijk blijven. De Commissie doet haar antwoorden uiterlijk op 31 oktober aan de Rekenkamer toekomen;

b) het jaarverslag omvat een beoordeling van het financiële beheer.

2. De Rekenkamer zendt uiterlijk op 30 november haar jaarverslag, samen met de antwoorden van de Commissie, aan de kwijting verlenende instanties krachtens het bepaalde in artikel 33, lid 3, van het intern akkoord en aan de Commissie en zorgt voor de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 73

Tezamen met het in artikel 71 bedoelde jaarverslag legt de Rekenkamer aan het Europese Parlement en de Raad een verklaring voor waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en de rechtmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd.

Artikel 74

1. Vóór 30 april van het daaropvolgende jaar verleent het Europees Parlement, op aanbeveling van de Raad, die bij gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit, de Commissie kwijting voor de uitvoering van het financiële beheer van het EOF over het afgelopen jaar, overeenkomstig artikel 33, lid 3, van het intern akkoord. Indien deze datum niet kan worden aangehouden, deelt het Europees Parlement of de Raad de Commissie de redenen mee waarom dit besluit moest worden uitgesteld. Ingeval het Europees Parlement het besluit waarbij kwijting wordt verleend, uitstelt, tracht de Commissie zo spoedig mogelijk maatregelen te treffen om de factoren die dat besluit in de weg staan, op te heffen.

2. Het kwijtingsbesluit omvat een oordeel over de verantwoordelijkheid van de Commissie voor de uitvoering van het financiële beheer in het afgelopen tijdvak.

3. De financieel controleur houdt rekening met de opmerkingen in de kwijtingsbesluiten.

4. De Commissie treft alle nodige maatregelen om gevolg te geven aan de opmerkingen in de kwijtingsbesluiten.

5. Op verzoek van het Europees Parlement of van de Raad brengt zij verslag uit over de maatregelen naar aanleiding van deze opmerkingen, met name over de instructies die zij heeft gericht tot haar diensten die belast zijn met het beheer van het EOF. Dit verslag wordt eveneens naar de Rekenkamer gezonden.

6. De financiële staten en de jaarrekening van elk begrotingsjaar, alsmede het kwijtingsbesluit worden in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakt.

TITEL VI

ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 75

Tenzij anders bepaald, worden de verwijzingen in dit financieel reglement naar de bepalingen van de Overeenkomst geacht te verwijzen naar de overeenkomstige bepalingen van Besluit 91/482/EEG.

Artikel 76

Dit financieel reglement is van toepassing op de hulp als bedoeld in het financieel protocol bij de Overeenkomst. Dit financieel reglement treedt in werking op de dag volgende op die van haar aanneming en geldt voor dezelfde periode als het intern akkoord.

Gedaan te Luxemburg, 16 juni 1998.

Voor de Raad

De Voorzitter

M. MEACHER

(1) PB L 229 van 17. 8. 1991, blz. 288.

(2) PB L 263 van 19. 9. 1991, blz. 1. Besluit gewijzigd bij Besluit 97/803/EG (PB L 329 van 29. 11. 1997, blz. 50).

(3) PB L 382 van 31. 12. 1990, blz. 3.

(4) PB C 223 van 22. 7. 1997, blz. 1.

(5) PB L 350 van 31. 12. 1994, blz. 27.

(6) PB L 356 van 31. 12. 1977, blz. 1. Financieel Reglement laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2444/97 (PB L 340 van 11. 12. 1997, blz. 1).

BIJLAGE I

Overeenkomstig artikel 1 van het intern akkoord, bedraagt de toewijzing van het Achtste EOF 13 132 miljoen ECU.

Van dit bedrag:

1. is 12 967 miljoen ECU bestemd voor de ACS-staten, als volgt verdeeld:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

2. is 165 miljoen ECU bestemd voor de LGO, als volgt verdeeld:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE II

Overeenkomstig artikel 54, onder a), kan de bijdrage die iedere lidstaat verschuldigd is voor de financiering van de jaarlijkse in artikel 191 van de Overeenkomst genoemde tranches door de lidstaat in kwestie worden omgezet in een openstaande vordering die rente oplevert voor Stabex en die in de boeken van de Schatkist van de lidstaat die dit systeem wenst toe te passen, zal worden geboekt volgens de in het intern akkoord bepaalde verdeelsleutel van het Achtste EOF.

De samengestelde interesten die de lidstaat in kwestie over de vordering verschuldigd is, wordt door de rekenkundige van het EOF berekend op basis van de gemiddelde jaarlijkse rente van de Bank voor internationale betalingen, verhoogd met 0,25 punt.

De vrijmaking van de vordering zal gelijke tred houden met de reële behoeften.

In concreto zijn de lidstaten op basis van dit voorstel de volgende bedragen verschuldigd uit hoofde van Stabex:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>


Beheerd door het Publicatiebureau