98/606/GBVB: Gemeenschappelijk standpunt van 26 oktober 1998 door de Raad vastgesteld op basis van artikel J.2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie inzake de bijdrage van de Europese Unie tot de bevordering van non-proliferatie en vertrouwenscheppende maatregelen in de Zuid-Aziatische regio
PB L 290 van 29.10.1998, blz. 1–2 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
bijzondere uitgave in het Tsjechisch: Hoofdstuk 18 Deel 01 blz. 61 - 62
bijzondere uitgave in het Ests: Hoofdstuk 18 Deel 01 blz. 61 - 62
bijzondere uitgave in het Hongaars Hoofdstuk 18 Deel 01 blz. 61 - 62
bijzondere uitgave in het Litouws: Hoofdstuk 18 Deel 01 blz. 61 - 62
bijzondere uitgave in het Lets: Hoofdstuk 18 Deel 01 blz. 61 - 62
bijzondere uitgave in het Maltees: Hoofdstuk 18 Deel 01 blz. 61 - 62
bijzondere uitgave in het Pools: Hoofdstuk 18 Deel 01 blz. 61 - 62
bijzondere uitgave in het Slowaaks: Hoofdstuk 18 Deel 01 blz. 61 - 62
bijzondere uitgave in het Sloveens: Hoofdstuk 18 Deel 01 blz. 61 - 62
bijzondere uitgave in het Bulgaars: Hoofdstuk 18 Deel 01 blz. 53 - 54
bijzondere uitgave in het Roemeens: Hoofdstuk 18 Deel 01 blz. 53 - 54
DA DE EL EN ES FI FR IT NL PT SV
| BG | ES | CS | DA | DE | ET | EL | EN | FR | GA | IT | LV | LT | HU | MT | NL | PL | PT | RO | SK | SL | FI | SV |
| html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | ||
| tiff | tiff | tiff | tiff | tiff | tiff | tiff | tiff | tiff | tiff | tiff |
| Twee talen naast elkaar: BG CS DA DE EL EN ES ET FI FR HU IT LT LV MT NL PL PT RO SK SL SV |
GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT van 26 oktober 1998 door de Raad vastgesteld op basis van artikel J.2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie inzake de bijdrage van de Europese Unie tot de bevordering van non-proliferatie en vertrouwenscheppende maatregelen in de Zuid-Aziatische regio (98/606/GBVB)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, inzonderheid op artikel J.2,
Overwegende dat de Europese Raad van Cardiff van 15 en 16 juni 1998 conclusies heeft aangenomen over de kernproeven van India en Pakistan;
Overwegende dat de Raad op 25 mei en 8 en 9 juni 1998 verklaringen heeft aangenomen over de kernproeven van India en Pakistan;
Overwegende dat in deze conclusies en verklaringen India en Pakistan met name werden opgeroepen het CTBT in zijn huidige vorm te ondertekenen en stappen te doen om tot bekrachtiging ervan te komen, openlijk hun voornemen te bevestigen om strenge controles uit te oefenen op de export van materiaal, apparatuur en technologie die voorkomen op de Trigger List en de lijst van goederen voor tweeërlei gebruik van de groep van nucleaire exportlanden en in de Missile Technology Control Regime Annex, zich ertoe te verbinden geen kernwapens te vervaardigen of op overbrengingsmiddelen op te stellen en de ontwikkeling en de opstelling van ballistische draagraketten voor kernkoppen stop te zetten;
Overwegende dat de Unie in haar verklaringen ook heeft bevestigd dat zij zich volledig blijft inzetten voor het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens (NPV) als hoeksteen van de wereldwijde niet-proliferatieregeling en als onontbeerlijke grondslag voor het streven naar nucleaire ontwapening, en dat zij ernaar blijft streven dat alle landen, ook India en Pakistan, zich aansluiten bij het NPV in zijn huidige vorm, zonder enige wijziging;
Overwegende dat de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties in Resolutie nr. 1172 van 6 juni 1998 de kernproeven van India en Pakistan heeft veroordeeld;
Overwegende dat de ontwapeningsconferentie op 11 augustus 1998 overeengekomen is een ad-hoccomité in te stellen voor onderhandelingen over een niet-discriminerend, multilateraal en internationaal, in de praktijk controleerbaar verdrag ter beëindiging van de productie van splijtmateriaal voor kernwapens en andere nucleaire explosieven,
HEEFT HET VOLGENDE GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT VASTGESTELD:
Artikel 1
Met dit gemeenschappelijk standpunt wordt beoogd een bijdrage te leveren aan de non-proliferatie van nucleaire en ballistische raketten in Zuid-Azië en aan het scheppen van vertrouwen en de preventie van conflicten na de kernwapenproeven van India en Pakistan in mei 1998.
Artikel 2
1. De Europese Unie stimuleert en steunt met name inspanningen van de internationale gemeenschap om de doelstellingen van non-proliferatie naderbij te brengen ten aanzien van de export van materiaal, apparatuur en technologie die onder controle staan van de Trigger List en de lijst van goederen voor tweeërlei gebruik van de groep van nucleaire exportlanden, en van de Missile Technology Control Regime Annex.
2. Te dien einde steunt de Unie ook de inspanningen van de internationale gemeenschap om meer vertrouwen te scheppen tussen India en Pakistan en in de regio in het algemeen.
Artikel 3
De steun van de Europese Unie omvat het volgende:
- een actieve bijdrage van de Unie tijdens bilaterale ontmoetingen met India en Pakistan en in de verschillende internationale fora;
- bevordering van, alsmede financiële en conceptuele bijdragen aan, verschillende studiebijeenkomsten en andere initiatieven met de nadruk op de versterking van vertrouwenscheppende maatregelen en op de doelstellingen op het gebied van non-proliferatie van nucleaire en rakettechnologie in de Zuid-Aziatische regio en in de ruimere Aziatische context;
- technische bijstand voor de uitvoering en het beheer van exportcontroleregelingen voor beide landen;
- actieve contacten met Europese denktanks om te komen tot een beter wederzijds begrip van de opvattingen omtrent non-proliferatie en een politieke aanpak van het oplossen van conflicten.
Artikel 4
De Raad neemt per afzonderlijk geval een besluit over de prioriteiten, de praktische regelingen en de financiële bijdragen ten behoeve van de in artikel 3 genoemde initiatieven.
Artikel 5
De Raad neemt er nota van dat de Commissie voornemens is in haar optreden de verwezenlijking van de doelstellingen en prioriteiten van dit gemeenschappelijk standpunt na te streven, in voorkomend geval door middel van daartoe strekkende maatregelen op communautair niveau.
Artikel 6
De uitvoering van dit gemeenschappelijk standpunt wordt door de Raad geëvalueerd, teneinde na te gaan of eventuele verdere maatregelen van de Unie mogelijk zijn.
Artikel 7
Dit gemeenschappelijk standpunt wordt van kracht op de datum van de aanneming ervan.
Het wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad.
Gedaan te Luxemburg, 26 oktober 1998.
Voor de Raad
De Voorzitter
W. SCHÜSSEL
| Naar boven |