31997Y1004(04)

Conclusies van de Raad van 22 september 1997 over de mededeling betreffende het Witboek "Onderwijzen en leren. Naar de cognitieve samenleving"

Publicatieblad Nr. C 303 van 04/10/1997 blz. 0008 - 0008


CONCLUSIES VAN DE RAAD van 22 september 1997 over de mededeling betreffende het Witboek "Onderwijzen en leren. Naar de cognitieve samenleving"

(97/C 303/04)

In de conclusies van de Raad van 6 mei 1996 betreffende het Witboek "Onderwijzen en leren. Naar de cognitieve samenleving," bedankten de ministers de Commissie voor deze nieuwe bijdrage aan de discussie op het gebied van onderwijs en beroepsleiding, spraken zij de wens uit dat de in het Witboek voorgestelde acties door alle betrokken instanties worden bestudeerd teneinde nieuwe perspectieven voor onderwijs en opleiding in Europa te openen, en verzochten zij de Commissie om onder het Nederlandse voorzitterschap een evaluatie van de discussies op de verschillende niveaus voor te leggen.

Overeenkomstig deze conclusies heeft de Commissie de Raad een mededeling betreffende de evaluatie van de reacties op het Witboek voorgelegd.

De Raad neemt met belangstelling nota van de mededeling en spreekt zijn voldoening uit over de kwaliteit en de rijkheid van de vele meningen, opmerkingen en reacties die door de verschillende betrokken instanties zijn geformuleerd.

De Raad neemt er met belangstelling nota van dat de Commissie een reeks experimenten met betrekking tot de verschillende doelstellingen heeft uitgevoerd en daarover vóór eind 1998 aan de Raad verslag zal uitbrengen.

De Raad merkt op dat de Commissie een aantal van de oorspronkelijke richtsnoeren voor de tenuitvoerlegging van de doelstellingen van het Witboek naar aanleiding van de discussies heeft aangescherpt en bijgesteld.

De Raad onderstreept het grote nut van de discussies over het Witboek die het mogelijk hebben gemaakt inhoud te geven aan het concept van een "kennisunie". Om een "kennisunie" tot stand te brengen, is er op het gebied van onderwijs en opleiding een grote inspanning nodig.

Vanuit dit perspectief neemt de Raad nota van het voornemen van de Commissie om met onmiddelijke ingang een bezinningsproces op gang te brengen over de toekomst van de Europese samenwerking op het gebied van onderwijs, beroepsopleiding en de jeugd. De Raad is van oordeel dat deze kans moet worden aangegrepen om voort te bouwen op de ervaringen die zijn opgedaan met de acties van de Gemeenschap op deze gebieden en om de lijnen uit te zetten voor een nieuwe generatie van communautaire acties.


Beheerd door het Publicatiebureau