31997H0344

97/344/EG: Aanbeveling van de Commissie van 22 april 1997 betreffende verbetering en vereenvoudiging van het ondernemingsklimaat voor startende ondernemingen

Publicatieblad Nr. L 145 van 05/06/1997 blz. 0029 - 0051


AANBEVELING VAN DE COMMISSIE van 22 april 1997 betreffende verbetering en vereenvoudiging van het ondernemingsklimaat voor startende ondernemingen (97/344/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gezien de resolutie van de Raad van 10 oktober 1994 betreffende de dynamiek en het innoverend vermogen van het midden- en kleinbedrijf, met inbegrip van de ambachtelijke sector en micro-ondernemingen, in een concurrerende economie (1),

Gezien het aan de Europese Raad van Madrid van 15 en 16 december 1995, voorgelegde verslag van de Commissie over het midden- en kleinbedrijf: een dynamische bron van werkgelegenheid, groei en concurrentievermogen in de Europese Unie (2),

Gezien de mededeling van de Commissie inzake een geïntegreerd programma ten behoeve van het midden- en kleinbedrijf (MKB) en de ambachtelijke sector (3) en de resolutie van de Raad van 9 december 1996 (4),

Gezien de resolutie van de Raad van 8 juli 1996 betreffende de vereenvoudiging van wettelijke en administratieve regelingen op het gebied van de interne markt (5),

Gezien de wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 19 september 1996 inzake het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende een derde meerjarenprogramma voor het midden- en kleinbedrijf (MKB) in de Europese Unie (1997-2000) (6),

Gezien het actieplan van de Commissie voor innovatie (7) waarin onder meer wordt beklemtoond dat omslachtige administratieve formaliteiten op de innovatiemogelijkheden van het bedrijfsleven een negatieve uitwerking kunnen hebben,

Gezien Besluit 97/15/EG van de Raad van 9 december 1996 betreffende een derde meerjarenprogramma voor het midden- en kleinbedrijf (MKB) in de Europese Unie (1997-2000) (8),

Overwegende hetgeen volgt:

I. INLEIDING

(1) Verbetering en vereenvoudiging van het ondernemingsklimaat wordt door de Europese bedrijfsorganisaties als de hoogste prioriteit beschouwd, aangezien de ondernemingen heden ten dage hun activiteiten in een complex en steeds evoluerend klimaat moeten uitoefenen. In de afgelopen twintig jaar zijn talrijke regelingen van kracht geworden die, samen met administratieve procedures, een cumulatief effect hebben op het bedrijfsleven, aangezien zij de dagelijkse activiteiten van de ondernemingen hinderen en hun concurrentievermogen aantasten. Bovendien is deze last onevenredig hoog voor kleinere bedrijven die in vergelijking met grote ondernemingen niet over de personele of financiële middelen beschikken om hieraan het hoofd te kunnen bieden (9). Aangezien alom wordt erkend dat het MKB (10) het grootste potentieel bezit om banen te creëren, dienen de overheden bij voorrang de mogelijkheden te bestuderen om de administratieve lasten voor deze ondernemingen te verlichten. Het is van vitaal belang dat het groeiversterkend en werkgelegenheidscheppend potentieel van die ondernemingen wordt gestimuleerd en ondersteund.

II. EEN KADER VOOR EEN VEREENVOUDIGINGSBELEID

(2) Administratieve en wettelijke verplichtingen vloeien hoofdzakelijk voort uit de regelgeving van de lidstaten. Door de toepassing van het subsidiariteitsprincipe worden op alle niveaus, nationaal, regionaal en lokaal, beslissingen en maatregelen genomen. Het aantal regelingen dat door de lidstaten wordt vastgesteld, is veel hoger dan het aantal communautaire verordeningen en richtlijnen.

(3) Een kader voor een vereenvoudigingsbeleid vereist derhalve coördinatie tussen overheidsdiensten in de lidstaten, niet alleen tussen centrale diensten, maar ook tussen deze en lokale instanties. Frankrijk, Portugal en het Verenigd Koninkrijk hebben een speciale dienst opgericht die rechtstreeks onder de eerste minister ressorteert, terwijl de meeste andere lidstaten een adviescomité in het leven hebben geroepen dat vaak niet over dezelfde bevoegdheden beschikt. De vereenvoudigingstaak is moeilijk en vereist gezag en bevoegdheden ten aanzien van de ministeriële departementen, alsmede passende financiële en menselijke hulpmiddelen (11). Functionarissen dienen met behulp van voorlichtingscampagnes te worden gesensibiliseerd en degenen die zich met MKB-aangelegenheden bezighouden dienen een passende opleiding te krijgen (12). Er is een cultuurverschuiving nodig in de betrekkingen tussen de overheidsadministraties en het bedrijfsleven naar een meer klantgerichte benadering, waarbij overheden bij het nemen van beleidsmaatregelen een meer proactief denkpatroon dienen te volgen ten aanzien van de vraag hoe het bedrijfsleven te helpen in plaats van hoe er greep op te krijgen (13). Tenslotte kan een vereenvoudigingsbeleid eerst vruchten gaan afwerpen indien de resultaten die samen met de bedrijfsorganisaties worden bereikt, continu worden gevolgd en geëvalueerd.

III. DE REGELGEVING

(4) Een moeilijke of ingewikkelde regelgeving kan het ondernemerschap en de oprichting van nieuwe bedrijven ontmoedigen. Dit is nog meer het geval wanneer een onderneming besluit activiteiten te ontwikkelen in een andere lidstaat waar zij niet vertrouwd is met de taal, de cultuur of de wijze waarop de overheid werkt. Er bestaat weliswaar geen twijfel over de noodzaak van passende regelgeving, maar toch mag men vraagtekens zetten bij het cumulatieve effect van regelingen, het complexe karakter ervan en de kosten van naleving, die ertoe kunnen leiden dat het effect op het bedrijfsleven niet meer in verhouding staat tot de bedoeling van de regeling. Uiteindelijk zijn complexe en dure regelingen moeilijk uit te voeren en geven zij aanleiding tot kritiek en pogingen om ze te ontwijken.

(5) De lidstaten zouden zich daarom meer rekenschap moeten geven van de gevolgen van regelgeving voor het bedrijfsleven. Zij dienen de noodzakelijke verbeteringen duidelijk te definiëren en daarbij naar een evenwicht te streven tussen de behoefte aan wijzigingen en de last die het bedrijfsleven wordt opgelegd om de wijziging, ook al is die positief, te verwerken.

(6) Wanneer de wetgever een nieuwe wet voorstelt, dient deze zich af te vragen in welke mate de nieuwe regelgeving voor het bedrijfsleven nalevingskosten en administratieve lasten met zich meebrengt. Zo nodig dienen in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven een effectbeoordeling en een kosten-batenanalyse te worden uitgevoerd. Daarbij dient te wetgever bijzondere aandacht te besteden aan de nalevingskosten voor het MKB. Indien een kleine of middelgrote onderneming de nieuwe wetgeving tegen redelijke kosten kan naleven, kunnen grote ondernemingen dit ook, terwijl het omgekeerde niet noodzakelijk waar is. Het principe eerst op de kleintjes letten dient als lakmoesproef te worden gehanteerd (14).

(7) De nalevingskosten voor het bedrijfsleven die door noodzakelijke regelgeving ontstaan, moeten worden afgewogen tegen andere beleidseisen, bijvoorbeeld met betrekking tot gezondheid en veiligheid of het milieu. De lidstaten dienen waar nodig invoering van afwijkende regelingen of vereenvoudigde procedures in overweging te nemen die de kleine en middelgrote ondernemingen kunnen helpen en het doel van de regelgeving toch onverlet laten. In de belastingwetgeving, in het vennootschapsrecht, in wetgevingen betreffende statistieken of het milieu kunnen bijvoorbeeld drempels of minder strenge verplichtingen inzake controle en aangifte de lasten en de nalevingskosten voor het MKB aanzienlijk verlichten. Drempels mogen echter de expansie van een onderneming niet hinderen en moeten dan ook met enige soepelheid worden gehanteerd. Ondernemingen zouden bijvoorbeeld onder een specifieke MKB-regeling kunnen blijven zolang hun omzet de omzetdrempel van de regeling niet met een bepaald percentage overschrijdt (15).

IV. VEREENVOUDIGING VAN DE FORMALITEITEN VOOR STARTENDE ONDERNEMINGEN

(8) Naast het bovenvermelde algemene principe wil de Commissie enkele werkwijzen in het licht stellen die de lidstaten volgens haar moeten bevorderen omdat zij het starten van een nieuwe onderneming aanzienlijk kunnen vergemakkelijken. In de eerste plaats is dit bedoeld om de wijze waarop de overheidsinstanties met startende ondernemingen omgaan, te coördineren en om de desbetreffende administratieve procedures te vereenvoudigen.

(9) In de meeste lidstaten moeten startende ondernemingen een aantal verschillende registratieverplichtingen vervullen (belastingen, sociale zekerheid, statistiek, bedrijven- en handelsregisters enz.). Het aantal contactpunten voor registratiedoeleinden verschilt echter van lidstaat tot lidstaat. Zij kunnen zelfs op tien verschillende plaatsen zijn gevestigd, hetgeen voor de ondernemer een enorm tijdverlies betekent, vooral wanneer hetzelfde registratiepunt meer dan één keer moet worden aangedaan. Op elk registratiepunt moet een formulier worden ingevuld waarop vaak dezelfde vragen staan die bij een ander registratiepunt. Het aantal formaliteiten en procedures hangt af van de juridische structuur waarvoor een onderneming kiest. De meeste formaliteiten moeten worden vervuld door besloten vennootschappen. In één lidstaat bijvoorbeeld zijn er 23 verschillende procedures en formulieren voorgeschreven (16). Voorts worden vergunningen om een onderneming te starten door verschillende instanties afgegeven, hetgeen het voor de nieuwe ondernemers moeilijk maakt snel hun weg te vinden. Het gevolg hiervan is dat het weken of zelfs maanden kan duren alvorens een nieuwe onderneming eigenlijk kan beginnen. Dit eerste contact met de bureaucratie en de registratiekosten die van de ene lidstaat tot de andere verschillen en tot 2 000 ecu kunnen oplopen (17), zijn zeer ontmoedigend en tekenen reeds de toekomstige betrekkingen tussen de nieuwe ondernemingen en de overheid.

Eén contactpunt

(10) De Commissie stelt voor dat de lidstaten alle formaliteiten die op alle niveaus bij het starten van een onderneming moeten worden vervuld, in kaart brengen en nagaan hoe zij kunnen worden gecoördineerd en vereenvoudigd. Een goed voorbeeld is het Belgische Auditform-project dat een inventaris heeft van alle procedures en administratieve formaliteiten die ondernemingen worden opgelegd, teneinde de doeltreffendheid ervan en de lasten die zij voor het MKB opleveren, te beoordelen. Een ander voorbeeld van coördinatie zijn de Franse formaliteitscentra voor ondernemingen ("Centres de formalités des entreprises" - CFE's) (18) en de Duitse "Gewerbeämter". Deze zijn gebaseerd op het principe van één enkel contact- of communicatiepunt tussen ondernemingen - afhankelijk van het type en/of de aard - en overheidsinstanties op alle niveaus.

(11) Uit ervaring is gebleken dat de administratieve formaliteiten bij het starten van een onderneming in de lidstaten in een tijdsbestek begrepen tussen één en vijf dagen kunnen worden afgerond, en niet in 120 dagen, om de langste termijn te noemen die bij de Commissie werd gemeld.

(12) Een dergelijk contactpunt voor startende ondernemingen kan nog een belangrijke rol spelen als het als tussenpersoon gaat optreden voor alle formaliteiten die tijdens de levensduur van een onderneming moeten worden vervuld, zoals adres- of statutenwijzigingen, eigendomsoverdracht, indienstneming van personeel, toelatingen en vergunningen, enzovoort. In Frankrijk bijvoorbeeld wordt momenteel overwogen de CFE's ook te belasten met de formaliteiten in verband met indienstneming van werknemers. Ofschoon er heel wat vastberadenheid en overtuiging nodig is om tot een dergelijk coördinatieniveau tussen overheidsdiensten te komen, weet de Commissie van haar contacten met het bedrijfsleven dat één contactpunt ten zeerste op prijs wordt gesteld.

Een enig registratieformulier

(13) Een ander belangrijk element is de noodzakelijke coördinatie van de informatie die aan de ondernemingen wordt gevraagd, niet alleen in de aanloop- maar ook in de ontwikkelingsfase. Ook hier valt wat van Frankrijk te leren. De informatie die aan nieuwe ondernemingen wordt gevraagd, staat in één vragenlijst die door de CFE's wordt beheerd (19). De vragenlijst is ontwikkeld door het Cerfa (20) dat de centrale instantie is voor alle formaliteiten die vergaring van informatie betreft.

(14) Het gebruik van slechts één formulier betekent voor de nieuwe ondernemer een grote vereenvoudiging, aangezien op het enig formulier alle informatie wordt verzameld die de overheid nodig heeft om de nieuwe onderneming in te schrijven. Het voordeel van een dergelijk systeem bestaat erin dat de voor de registratie noodzakelijke informatie slechts één keer wordt verstrekt en dat vragen over het invullen van het formulier door de CFE's kunnen worden beantwoord. Het Franse systeem heeft echter een nadeel: het formulier moet vergezeld gaan van bewijsstukken waarvan het verzamelen en waarmerken tijd vergt. Instanties zouden moeten trachten nieuw ingeschreven ondernemingen geen grote hoeveelheden formulieren en vragenlijsten van verschillende autoriteiten toe te sturen, aangezien de voordelen van één enkel formulier hierdoor aanzienlijk worden afgezwakt.

(15) Overheidsdiensten moeten ertoe worden aangezet informatie met anderen te delen en meer gebruik te maken van de beschikbare gegevensbanken en de informatietechnologie. Zo nodig behoren zij hun wetgeving betreffende gegevensbescherming aan te passen (21). Het spreekt vanzelf dat alleen niet-vertrouwelijke gegevens mogen worden verspreid. In Italië voorziet wet nr. 241 van 1990 in verschillende maatregelen voor administratieve vereenvoudiging. Zo staat onder meer in die wet dat wanneer een persoon, aan wie specifieke informatie wordt gevraagd, verklaar dat deze informatie in documenten staat die reeds in handen zijn van de vragende instantie of van een andere afdeling van die instantie, die instantie zelf ervoor moet zorgen dat zij de informatie krijgt. Aan een soortgelijke wet wordt ook in Denemarken gewerkt. Daar zal een overheidsdienst geen informatie aan een onderneming mogen vragen indien deze informatie reeds elders bij de overheid verkijkbaar is. Dit betekent eigenlijk dat ondernemingen niet behoeven te reageren als informatie wordt gevraagd die reeds aan een andere overheidsdienst is verstrekt.

Eén enkel identificatienummer

(16) Net zoals voor het enige contactpunt en het enige formulier zou één enkel identificatienummer voor ondernemingen eveneens een nuttige vereenvoudigingsmaatregel zijn. Een dergelijk systeem bestaat in Frankrijk, Zweden, Portugal en Denemarken (22). Het belangrijkste voordeel voor het bedrijvsleven bestaat erin dat voor alle contacten met verschillende instanties hetzelfde nummer kan worden gebruikt. Het is ook heel nuttig voor overheidsdiensten, aangezien het het beheer van gegevensbanken en de verspreiding van informatie veel eenvoudiger maakt.

Vergunningen, licenties en toelatingen

(17) Naast bovengenoemde registratieformaliteiten moet een nieuwe onderneming ook een aantal vergunningen krijgen om een activiteit te kunnen beginnen en/of een bepaald beroep te kunnen uitoefenen. Dit kan een algemene vergunning zijn om een economische activiteit te kunnen beginnen, zoals het geval is in Luxemburg, of een meer specifieke vergunning om een bepaald beroep te mogen uitoefenen, bijvoorbeeld gids voor toeristen, kapper of reisagent. Vergunningen of licenties zijn vaak ook nodig voor bouwwerkzaamheden, om redenen in verband met milieu, gezondheid en veiligheid enzovoort. De vergunningen lopen tussen de lidstaten echter sterk uiteen. Soms moet aan bepaalde vestigingscriteria worden voldaan, zoals een goede reputatie, een gezonde financiële situatie, beroepskwalificaties of -ervaring. De Commissie streeft naar algemene vrijheid van vestiging binnen de interne markt, met name door de wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties. Zij is van oordeel dat de lidstaten indien nodig hun procedures voor het afgeven van vergunningen moeten herzien en vereenvoudigen teneinde de oprichting van nieuwe ondernemingen zoveel mogelijk te bevorderen.

(18) Langdurige procedures, het verplicht aanvragen van vergunningen en het aantal verschillende instanties dat de vergunningen afgeeft, kunnen kandidaat-ondernemers ervan weerhouden de beslissende stap te zetten. Italië heeft twee wetten goedgekeurd (23) waarin in grote lijnen de principes worden uiteengezet om de vergunningsprocedures te vereenvoudigen. Zo bestaat de mogelijkheid een economische activiteit te beginnen zonder expliciete toestemming en er geldt ook het principe van stilzwijgende goedkeuring (24). Dit betekent dat, indien de betrokken instantie niet vóór een bepaalde datum een beslissing neemt, de vergunning als toegekend wordt beschouwd. In januari 1996 heeft Duitsland een aantal wetten goedgekeurd om de vergunningsprocedures te versnellen en zo de tijd die het verlenen van bouwvergunningen in beslag neemt, te verkorten. De wetten waren bedoeld om Duitsland aantrekkelijker te maken als vestigingsplaats voor ondernemingen en zij vormden een onderdeel van het programma om meer investeringen aan te trekken en meer banen te scheppen.

(19) De resultaten van deze wetten kunnen in Italië moeilijk worden geëvalueerd. Daarentegen valt gewag te maken van positieve ervaringen in Baden-Württemberg waar in 1992 de eerste vereenvoudigingsmaatregelen werden genomen. Het verdient aanbeveling de principes die aan deze initiatieven in verband met vergunningen ten grondslag liggen, ook in andere lidstaten te bevorderen (bijlage I). De vereenvoudiging van de vergunningsprocedures vereist vaak een wijziging van de werkmethoden en de tradities in de publieke sector en een stap in de richting van meer zelfregulering bij het bedrijfsleven.

(20) Bovengenoemde voorstellen zouden de ontwikkeling van handelsactiviteiten in de Europese Gemeenschap aanzienlijk moeten vereenvoudigen. De ondernemer zal veel gemakkelijker een onderneming in een andere lidstaat starten als hij zich tot één contactpunt kan wenden, slechts één formulier behoeft in te vullen, één identificatienummer in die lidstaat krijgt en snel de noodzakelijke vergunningen ontvangt om zijn activiteit te beginnen. Het identificatienummer kan bovendien nog voor andere doeleinden worden gebruikt, bijvoorbeeld voor de BTW-afhandeling, zoals in Frankrijk het geval is, en zou dus voor andere lidstaten een vrij gemakkelijke vereenvoudigingsmaatregel zijn. En, tot slot, zouden deze maatregelen het werk van particuliere of overheidsorganisaties die advies verlenen aan ondernemingen met belangstelling voor een activiteit in de Europese Gemeenschap, aanzienlijk vergemakkelijken.

V. NIEUWE ONDERNEMINGEN STIMULEREN

(21) Er zijn nog andere gebieden waarop de overdracht van de beste werkwijzen van de ene lidstaat naar de andere kan worden bevorderd. Deze hebben betrekking op belastingheffing, sociale zekerheid, boekhouding en statistische informatie en vennootschapsrecht. Sommige lidstaten (25) hebben op deze gebieden stimulerings- of vereenvoudigingsmaatregelen genomen, met name voor nieuwe ondernemingen en met het oog op de bevordering van zelfstandig ondernemerschap (bijlage II). De meeste van die maatregelen hebben eerder betrekking op de eerste jaren van ontwikkeling van een onderneming dan op de aanloopfase. Deze maatregelen zijn belangrijk, gezien het feit dat ongeveer 80 % van de nieuwe ondernemingen na het eerste jaar weliswaar nog steeds bestaan, maar dat dit cijfer na drie jaar tot 65 % en na vijf jaar tot 50 % is geslonken (26). Maatregelen op dit gebied zijn eveneens belangrijk aangezien de desbetreffende wetgeving (belastingen, vennootschapsrecht, indienstneming enz.) zeer vaak juist diegenen ontmoedigt die een onderneming willen starten. Om een werknemer in dienst te nemen, moeten bijvoorbeeld meer dan tien verschillende formulieren worden ingevuld. De verplichtingen in verband met het bijhouden van stukken verschillen nog eens van de ene regeling tot de andere (27) en procedures die in het vennootschapsrecht voor aandeelhoudersvergaderingen zijn vereist, zijn voor kleine ondernemingen vaak niet geschikt. Om die reden heeft Duitsland een wet goedgekeurd ter vereenvoudiging van de procedures binnen de "kleine Aktiengesellschaft" (28).

(22) Ter verbetering van het fiscale ondernemingsklimaat heeft een groot aantal lidstaten een soort belastingsverlichting voor kleine en middelgrote ondernemingen of voor nieuwe bedrijven ingevoerd (29) (bijlage III). Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Nederland hebben voor particulieren die in startende ondernemingen investeren belastingverlagingen ingevoerd, een systeem dat vergelijkbaar is met het "Business Angels"-concept in de VSA (30).

(23) De belastingadministratie is eveneens een gebied dat aan herziening toe is, aangezien het aantal verschillende belastingen, de verschillende data voor de betalingen, de lange termijnen voor terugbetalingen, het gebruik van zegels en andere administratieve procedures tijdverslindend en omslachtig zijn.

(24) De Commissie is van oordeel dat de belastingverplichtingen aanzienlijk zullen worden vereenvoudigd door de tenuitvoerlegging van haar voorstellen die in het programma voor de invoering van het nieuwe gemeenschappelijke BTW-stelsel zijn uiteengezet (31). De kosten van de naleving van de belastingverplichtingen die door alle ondernemingen worden gedragen, zullen door deze voorstellen dalen, en dit verhoudingsgewijs meer voor het MKB. In dit verband is het belangrijkste element in de voorstellen het beginsel van één enkele plaats van heffing. Dit betekent dat een onderneming die in meer dan één lidstaat handel drijft, al haar belastingverplichtingen moet nakomen in de lidstaat waarin zij is gevestigd, zodat zij niet langer met meer dan één belastingautoriteit te maken heeft. Hierbij komt nog eens een grondige herziening van de verplichtingen inzake verslaglegging en aangifte die tot een beter evenwicht zal leiden tussen de behoeften van de belastingadministratie en die van het bedrijfsleven.

(25) Het huidige BTW-stelsel voorziet in mogelijkheden om de lasten voor het MKB te verlichten. De meeste lidstaten kennen BTW-vrijstelling toe aan micro-ondernemingen, ofschoon de drempels voor een dergelijke vrijstelling sterk uiteenlopen, bijvoorbeeld een omzet van 2 500 ecus in Denemarken en 56 850 ecu in het Verenigd Koninkrijk.

(26) Voor de bedrijven die BTW-plichtig zijn, kan het aantal keren dat BTW-aangifte moet worden gedaan en betalingen moeten worden verricht, een grote last betekenen. Sommige lidstaten hebben dan ook vereenvoudigingsmaatregelen genomen, zoals een BTW-aangifte op jaarbasis voor kleine ondernemingen en/of een betalingstermijn die gelijk is aan de aangiftetermijn. Bij maandelijkse betalingen betalen kleine ondernemingen vaak BTW op facturen die door hun klant nog niet zijn voldaan. Daarom mogen in tal van lidstaten kleine ondernemingen driemaandelijkse en micro-ondernemingen jaarlijkse betalingen doen (32). Voorts staat een aantal lidstaten kleine ondernemingen toe BTW te betalen na ontvangst van de betaling van de klant in plaats van bij de opstelling van de factuur ("cash accounting") (33). Het Europees Parlement heeft een werkdocument gepubliceerd over het effect van BTW- en Intrastat-verplichtingen op het MKB (34), dat een overzicht geeft van de mogelijke maatregelen zoals het overschakelen op een systeem van driemaandelijkse BTW-aangiften.

(27) Administratieve verplichtingen die voortvloeien uit de intracommunautaire handel vormen een ander gebied dat voor vereenvoudiging in aanmerking komt. Frankrijk en Italië hebben de Intrastat-verplichting en de door de zesde BTW-richtlijn van de Raad (35) vereiste lijst van geïdentificeerde afnemers in één document verwerkt. Dit betekent dat bedrijven slechts één formulier dienen in te vullen dat door beide ter zake bevoegde instanties kan worden gebruikt. Het Franse en het Italiaanse systeem is nog niet perfect omdat daar nog steeds maandelijkse aangiften voor de gecombineerde Intrastat/BTW-aangifte vereist kunnen zijn en de drempel waaronder het MKB daarvan is vrijgesteld, is nog steeds aan de lage kant. Een andere vereenvoudiging betreft de harmonisatie van de door diverse soorten regelingen vastgestelde termijnen voor de Intrastat-aangiften en voor de indiening van de BTW-lijsten. Lidstaten die nog steeds verschillende termijnen voor Intrastat-aangiften en BTW-lijsten met verschillende drempels toepassen, wordt verzocht deze op elkaar af te stemmen en om te schakelen naar jaarlijkse of kwartaalaangiften voor het MKB.

(28) De lidstaten zouden ook moeten nadenken over de voordelen van een specifieke samenwerking tussen de diensten voor de sociale zekerheid en die van de belasting. Beide diensten zijn voortdurend in contact met bedrijven en liggen aan de basis van de meeste administratieve lasten van de ondernemingen. Een dergelijke samenwerking kan ertoe leiden dat beide administraties een gemeenschappelijk identificatienummer gebruiken, informatie en criteria met elkaar delen, dezelfde betalingsdata vaststellen of beslissen dat belastingen en sociale bijdragen via één systeem worden geïnd (36). Het feit dat werkgelegenheid de topprioriteit van zowel de Europese Gemeenschap als de regeringen van de lidstaten is, maakt het des te belangrijker dat de overheid onderzoekt waarom werkgevers bij het in dienst nemen van personeel terughoudend zijn. De lidstaten moeten de nodige stappen ondernemen om de administratieve lasten die gepaard gaan met indienstneming van personeel (37), op te heffen en zij dienen een flexibeler arbeidsmarkt te bevorderen (38).

(29) Sommige lidstaten hebben ook regelingen ingevoerd waarbij ondernemingen die een of meer werknemers voor het eerst in dienst nemen (39), minder of zelfs geen sociale bijdragen betalen.

(30) In de meeste lidstaten zijn ook regelingen van kracht die de toegang tot sommige beroepen zoals kappers, loodgieters, reisagentschappen, taxi's enz. belemmeren. Vaak hebben de ondernemingen deze regelingen zelf geëist om zich tegen malafide of illegale bedrijven te beschermen. De Commissie beveelt aan deze regelingen per geval te herzien en te evalueren om na te gaan of er een juist evenwicht bestaat tussen de bescherming van de consument en de noodzakelijke mededinging.

(31) Micro-ondernemingen, en met name zelfstandige ondernemers, hebben met specifieke problemen te kampen en zijn van alle kleine en middelgrote ondernemingen degene die verhoudingsgewijs het meest onder de administratieve procedures en regelingen te lijden hebben, omdat zij er voor de naleving van de geldende wetgeving en de uitvoering van de daarmee samenhangende administratieve procedures helemaal alleen voor staan. Met de financiële risico's en het gebrek aan sociale zekerheid weerhoudt dit vele jongeren ervan zelf een bedrijf te starten. Sommige lidstaten zijn zich hiervan bewust en hebben dan ook fiscale stimuleringsmaatregelen, boekhoudkundige vereenvoudigingen en specifieke pensioenregelingen ingevoerd om jongeren en werklozen ertoe aan te zetten hun eigen bedrijf op te zetten (40).

VI. CONCLUSIE

(32) Uit de uitwisseling van de beste werkwijzen voor de verbetering en de vereenvoudiging van het ondernemingsklimaat voor nieuwe bedrijven blijkt dat zowel de overheid als de vertegenwoordigers van het bedrijfsleven belangstelling tonen voor vereenvoudigingsmaatregelen waarmee elders ervaring is opgedaan. Ofschoon gelijksoortige vereenvoudigingsinitiatieven in de lidstaten op verschillende wijzen worden uitgevoerd en de regelgeving voor startende ondernemingen tussen de lidstaten sterk uiteenloopt, kunnen toch de beste werkwijzen worden geïdentificeerd die dan als toetssteen door andere lidstaten kunnen worden gebruikt. Er zijn algemene beginselen onderkend die onder de aandacht van de lidstaten en de belanghebbende partijen dienen te worden gebracht. De lidstaten dienen concrete maatregelen te nemen om de uit de administratieve procedures en de regelgeving voortvloeiende lasten voor nieuwe ondernemingen te verlichten, teneinde in de praktijk tijd te besparen en de kosten voor deze ondernemingen te beperken,

BEVEELT AAN:

Artikel 1

Doelstellingen

De lidstaten dienen de noodzakelijke maatregelen te nemen om het ondernemingsklimaat te verbeteren en te vereenvoudigen, met name met betrekking tot de oprichting van nieuwe bedrijven en de eerste jaren van hun ontwikkeling, teneinde hun innovatiepotentieel te stimuleren en de groei van de ondernemingen en het daaruit voortvloeiende scheppen van banen te bevorderen.

De lidstaten wordt verzocht de meest passende maatregelen te nemen om hun eigen administratieve, juridische en fiscale stelsels te reorganiseren, te vereenvoudigen en bij te werken, teneinde:

a) het contact tussen de administratie en het bedrijfsleven te verbeteren, klantvriendelijker te worden, de tijd voor de verwerking van de aanvragen van ondernemingen te verkorten en vergunningen binnen een vastgestelde termijn af te geven;

b) startende ondernemingen met behulp van een gunstig regelgevingsklimaat te stimuleren en bestaande regelingen die de oprichting van bedrijven en de ontwikkeling ervan tijdens de eerste jaren belemmeren, te vereenvoudigen, te wijzigen of af te schaffen.

Artikel 2

Een kader voor een vereenvoudigingsbeleid

Een samenhangend langetermijnbeleid is noodzakelijk om vereenvoudigingsmaatregelen met succes uit te voeren en een efficiënte coördinatie tussen overheidsadministraties te waarborgen. Te dien einde beveelt de Commissie aan dat de lidstaten en de overheidsinstanties op alle niveaus in overleg met het bedrijfsleven een vereenvoudigingsbeleid ontwikkelen waar zij volledig achter staan en dat het volgende omvat:

a) de oprichting van een speciale dienst of eenheid op het gepaste niveau met het gezag om het vereenvoudigingsbeleid en de vereenvoudigingsmaatregelen te coördineren;

b) deugdelijke voorlichting en opleiding van functionarissen met het oog op de ontwikkeling van een op het bedrijfsleven gerichte dienstverlening zodat het contact tussen de overheidsinstanties en de ondernemingen wordt verbeterd.

Artikel 3

Het regelgevingsklimaat

1. Het effect van regelgeving op ondernemingen, en met name op de kleine en middelgrote ondernemingen, dient voortdurend in overleg met het bedrijfsleven te worden geëvalueerd en in het bijzonder dienen:

a) de lidstaten het beginsel "eerst op de kleintjes letten" toe te passen omdat aldus rekening wordt gehouden met de belangen van het MKB in de eerste fase van de ontwikkeling van nieuwe wetgeving en de daarmee samenhangende administratieve procedures;

b) zo nodig afwijkende regelingen, drempels of vereenvoudigde procedures ten behoeve van het MKB te worden ingevoerd. Drempels mogen echter niet ten koste gaan van de noodzakelijke flexibiliteit zodat zij geen belemmering vormen voor groei;

c) de gevolgen van regelgeving en administratieve procedures voor de ondernemingen zo nodig met behulp van een uit vertegenwoordigers van de overheid en het bedrijfsleven samengesteld comité te worden geëvalueerd.

2. De lidstaten dienen de invoering van een systematische evaluatieprocedure in overweging te nemen om het effect van wetgevingsvoorstellen op het bedrijfsleven te evalueren teneinde tot het juiste evenwicht te komen tussen de doelstellingen en de middelen en een duidelijk inzicht te verkrijgen in de nalevingskosten en de administratieve lasten.

3. Systemen voor de beoordeling van het effect op het bedrijfsleven dienen een kosteneffectiviteits- of kosten-batenanalyse te omvatten en er dienen procedures te worden gecreëerd voor alomvattend overleg met de bedrijfsorganisaties, en met name die welke het MKB vertegenwoordigen.

Artikel 4

Vereenvoudiging van de formaliteiten voor ondernemingen in de aanloopfase

1. De administratieve procedures die bij het starten van een nieuw bedrijf worden geëist, moeten eenvoudiger en gebruikersvriendelijker worden, zodat ondernemers op een snelle en efficiënte dienstverlening kunnen rekenen en zodoende bij het opzetten van een nieuw bedrijf worden gestimuleerd. Daarom beveelt de Commissie de lidstaten of elke ter zake bevoegde instantie of overheid aan de voordelen van het navolgende in overweging te nemen:

a) invoering van één registratieformulier voor de ondernemingen;

b) instelling van één contactpunt waar ondernemingen het in a) genoemde registratieformulier kunnen indienen. Het contactpunt dient dan de informatie in het aanvraagformulier binnen een vastgestelde periode van één of twee werkdagen aan alle andere administratieve diensten door te geven;

c) invoering van een systeem waarbij een bedrijf wordt geïdentificeerd met één enkel nummer dat in alle contacten met overheidsdiensten kan worden gebruikt;

d) ervoor zorgen dat de verschillende overheidsdiensten geen dubbele of overbodige formulieren en/of contactpunten creëren;

e) de ondernemingen de mogelijkheid geven een aanvraag voor niet-vertrouwelijke informatie af te wijzen indien deze informatie reeds bij een andere overheidsdienst beschikbaar is;

f) zoveel mogelijk gebruik maken van informatietechnologie en gegevensbanken voor het doorgeven en het bevestigen van geleverde informatie en voor het verspreiden van informatie aan andere diensten, op voorwaarde dat passende voorzieningen zijn getroffen om privé-gegevens te beschermen;

g) duidelijke termijnen vaststellen voor de verwerking van de aanvragen van de bedrijven en de toekenning van licenties, vergunningen of toelatingen;

h) zo nodig een systeem invoeren waarbij een aanvraag automatisch als toegekend wordt beschouwd indien de administratie niet binnen een bepaalde termijn heeft gereageerd.

2. De lidstaten wordt eveneens verzocht de mogelijkheid te bestuderen de reikwijdte van de contactpunten uit te breiden zodat zij elk administratief contact tussen overheidsinstanties en bedrijven niet alleen in de aanloopfase van een bedrijf, maar ook tijdens de gehele levensduur ervan kunnen verzorgen.

Artikel 5

Stimulering van de bedrijven in hun eerste jaren van ontwikkeling

1. Fiscale, sociale, statistische en milieuverplichtingen die de oprichting en de ontwikkeling tijdens de eerste jaren van een bedrijf belemmeren, dienen te worden verlicht of afgeschaft. De lidstaten wordt verzocht:

a) verbeteringen in de fiscale behandeling van nieuw opgerichte bedrijven te bestuderen;

b) passende fiscale maatregelen te nemen om externe investeringen in startende ondernemingen te stimuleren, bijvoorbeeld het "Business Angel"-concept;

c) de sociale bijdragen van werkgevers bij indienstneming van personeel te verminderen, althans gedurende een bepaalde periode;

d) verbeteringen te bestuderen in de administratieve of wettelijke bepalingen die bedrijven ervan kunnen weerhouden personeel in dienst te nemen teneinde een flexibelere arbeidsmarkt te bevorderen;

e) een dialoog tot stand te brengen tussen de sociale zekerheids- en belastingdiensten teneinde het contact met de bedrijven te coördineren;

f) de verschillende aangifteverplichtingen van het MKB te onderzoeken, met name de aard van de aangiften, de frequentie en de periode gedurende welke stukken moeten worden bijgehouden, teneinde de verplichtingen zoveel mogelijk te vereenvoudigen en te consolideren;

g) de bestaande administratieve of wettelijke bepalingen te bestuderen teneinde die welke onnodig de toegang tot bepaalde beroepen belemmeren, te vereenvoudigen of af te schaffen.

2. De lidstaten wordt verzocht het effect van BTW- en/of Intrastat-verplichtingen op het MKB te onderzoeken. Kleine ondernemingen zouden toestemming moeten krijgen om driemaandelijkse BTW-aangiften te doen en BTW-vrijstelling zou eveneens mogelijk moeten zijn.

3. De lidstaten wordt verzocht de mogelijkheden te bestuderen om de situatie voor micro-ondernemingen en met name voor zelfstandige ondernemers op het gebied van belasting, sociale zekerheid en pensioenregelingen te verbeteren.

Artikel 6

Coördinatie op Gemeenschapsniveau

1. De Commissie zal haar coördinerende taak met de lidstaten en de Europese bedrijfsorganisaties in het kader van de groep voor de verbetering en vereenvoudiging van het ondernemingsklimaat voortzetten, teneinde tot een toetssteen van de beste werkwijzen te komen.

2. Om de Commissie in staat te stellen de gemaakte vorderingen te evalueren, wordt de lidstaten verzocht aan de Commissie jaarlijks verslag uit te brengen over de maatregelen die zij hebben genomen om deze aanbeveling uit te voeren.

De Commissie zal het Europese netwerk van "Euro Info Centres" op de hoogte houden van deze ontwikkelingen, zodat deze aan bedrijven die administratieve formaliteiten in andere lidstaten moeten vervullen, steeds informatie kunnen verstrekken.

Artikel 7

Deze aanbeveling is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 22 april 1997.

Voor de Commissie

Christos PAPOUTSIS

Lid van de Commissie

(1) PB nr. C 294 van 22. 10. 1994, blz. 6.

(2) CSE(95) 2087, Europese Commissie, DG XXIII, 1995.

(3) COM(96) 329 van 9. 7. 1996.

(4) PB nr. C 18 van 17. 1. 1997, blz. 1.

(5) PB nr. C 224 van 1. 8. 1996, blz. 5.

(6) PB nr. C 320 van 28. 10. 1996, blz. 163.

(7) COM(96) 589 van 20. 11. 1996.

(8) PB nr. L 6 van 10. 1. 1997, blz. 25.

(9) Volgens drie studies zijn de gemiddelde administratieve kosten voor kleine en middelgrote ondernemingen 6 tot 30 keer hoger dan voor grotere ondernemingen (EIM: "Administratieve lasten bedrijven 1993"; G. Barbieri en V. Lo Moro: "Utenti e Pubblica Amministrazione", il Mulino, 1996; Institut für Mittelstandsforschung: "Bürokratie - ein Kostenfaktor: eine Belastungsuntersuchung bei mittelständischen Unternehmen", 1995).

(10) Gedefinieerd in de aanbeveling van de Commissie van 3. 4. 1996 betreffende de definitie van kleine en middelgrote ondernemingen, PB nr. L 107 van 30. 4. 1996, blz. 4.

(11) Een interessant voorbeeld is de dereguleringseenheid ("Deregulation Unit") van het Verenigd Koninkrijk die belast is met de coördinatie van het dereguleringsbeleid in het Verenigd Koninkrijk tussen alle overheidsdiensten en die ervoor moet zorgen dat rekening wordt gehouden met het standpunt van het bedrijfsleven en dat de kosten die naleving van de wet met zich meebrengt, alsmede de administratieve kosten zo laag mogelijk blijven. De eenheid ressorteert direct onder de verantwoordelijkheid van de vice-premier en het kabinet en krijgt daarmee de noodzakelijke autoriteit ten opzichte van andere ministeriële departementen.

(12) Het Vlaams Instituut voor het Zelfstandig Ondernemen (VIZO) in België is een in 1991 opgerichte overheidsinstelling. Haar taak bestaat erin vrij en creatief ondernemerschap te stimuleren, met name door opleiding en administratieve vereenvoudiging. VIZO geeft advies, doet aan onderzoek en neemt initiatieven om alle belanghebbenden te sensibiliseren, terwijl de instelling tegelijkertijd methoden en technieken ontwikkelt om administratieve taken te vereenvoudigen. Zo heeft het VIZO bijvoorbeeld een cursus georganiseerd ten behoeve van ambtenaren die in de Vlaamse administratie met MKB-zaken zijn belast. De bedoeling is de ambtenaren inzicht in en kennis van de basisprincipes en -technieken op het gebied van administratieve vereenvoudiging en kwaliteitsdiensten te verschaffen en aan te tonen hoe zij zelf in hun administratie initiatieven kunnen nemen.

(13) De gemeente Korsør in Denemarken is een gemeente met 20 000 inwoners. De gemeente heeft een ontwikkelingsafdeling opgezet die als adviesverlenende partner fungeert en hoogwaardige knowhow en kennis aan het bedrijfsleven verschaft. Dit vergt zowel opleiding van het personeel als wijzigingen in de organisatiestructuur om in de vraag te voorzien. De afdeling functioneert als coördinator tussen de lokale overheid en het bedrijfsleven.

(14) De dereguleringseenheid in het Verenigd Koninkrijk dient onder meer erop toe te zien dat nieuwe regelgeving en administratieve procedures eerst worden ingevoerd als het strikt noodzakelijk is. Voordat een nieuwe wet wordt gemaakt, dient de overheid de kosten ervan voor het bedrijfsleven te evalueren en de resultaten te publiceren. De ministers moeten zich ervan vergewissen dat de kosten door de voordelen gerechtvaardigd zijn. Aangezien het MKB het kwetsbaarst is voor overregulering en bureaucratie dienen de ministers eveneens de "lakmoesproef met kleine ondernemingen" uit te voeren. Dit betekent dat kleine ondernemingen voor elke nieuwe wet moeten worden geraadpleegd om na te gaan of zij haar wel aankunnen. In Duitsland is onlangs besloten dat een soortgelijke beoordeling moet worden gemaakt voor administratieve kosten die door nieuwe wetgeving worden opgelegd, met name bij kleine en middelgrote ondernemingen.

(15) Een voorbeeld hiervan is de "Annual Accounting"-regeling voor de BTW in het Verenigd Koninkrijk waar de bovenste drempel van 300 000 £ sterling flexibel wordt toegepast zodat ondernemingen in het stelsel kunnen blijven totdat hun omzet hoger is dan 375 000 £ sterling.

(16) Onderzoek door Logotech "Etude comparative des dispositions légales et administratives nécessaires pour la formation de PME dans six pays de l'Union européenne" (FR, DE, GR, IT, IRL, UK) en op cd-rom door de kamer van koophandel en fabrieken van Parijs.

(17) Idem

(18) De "Centres de Formalités des Entreprises" (CFE's) werden in 1981 in Frankrijk opgericht om sommige formaliteiten die ondernemingen bijvoorbeeld op juridisch, fiscaal, sociaal en statistisch gebied in sommige fasen van hun bestaan, zoals de oprichting of de aanloopfase, moeten vervullen te vereenvoudigen. De CFE's zijn voor verschillende instanties, zoals het lokale handelsregister, de belastingdienst, de diensten die zich bezighouden met sociale zekerheid en pensioenen, het bureau voor de statistiek enz. het enige contactpunt. Zodra de onderneming de vereiste informatie aan een CFE heeft verstrekt, wordt deze aan de andere betrokken instanties zoals het bureau voor de statistiek (Insee) doorgegeven. Het Insee heeft een zeer belangrijke taak aangezien het verantwoordelijk is voor het nationale ondernemingenbestand (Sirene) en nieuwe ondernemingen een nationaal identificatienummer (Siren) moet geven.

(19) De Franse vragenlijsten M0 en P0 (de ene voor individuele ondernemers, de andere voor vennootschappen) worden uitgegeven door het Centrum voor registratie en herziening van administratieve formulieren (Cerfa) en verzamelen, op één enkele bladzijde, alle in formatie die door om het even welke administratieve instantie wordt geëist om nieuwe ondernemingen in te schrijven en om de ter zake geldende voorschriften op deze onderneming toe te passen. De gegadigde moet de vragenlijst volledig invullen en er een aantal relevante documenten bij insluiten. Deze documenten - het origineel of een gewaarmerkte kopie - zijn meestal het geboorteattest en een verklaring van nationaliteit voor natuurlijke personen en voor leden van een samenwerkingsverband en de statuten voor vennootschappen. Zij kunnen ook gebruikt worden als bewijsstuk van voorlopige registratie voor gereglementeerde beroepen.

(20) Cerfa: Centre d'enregistrement et de révision des formulaires administratifs (Centrum voor registratie en herziening van administratieve formulieren).

(21) In Italië bijvoorbeeld geeft het door de kamers van koophandel beheerde ondernemingsregister informatie over alle ondernemingen (naam, adres, statuten, jaarrekeningen). Een deel van die informatie was voordien op papier opgeslagen bij de lokale rechtbank. Het nieuwe register bestaat uit één gegevensbank met informatie over ondernemingen die systematisch door de overheid kan worden gebruikt. Er bestaat weinig gevaar dat dit problemen in verband met gegevensbescherming oplevert. Zie ook Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, PB nr. L 281 van 23. 11. 1995, blz. 31.

(22) In Zweden bestaat al sinds 1975 één enkel identificatienummer. Het nummer wordt door de ondernemingen tijdens haar gehele levensduur gebruikt. De onderneming kan het nummer altijd behouden, ook al verandert zij van naam. Het nummer wordt gebruikt voor administratieve doeleinden op gebieden zoals belastingen, verzekeringen, banktransacties en telecommunicatie. In Frankrijk werd het "Siren"-nummer bij decreet in 1974 ingevoerd.

(23) Wet nr. 241 van 1990 en financiële wet nr. 537 van 1993.

(24) De Commissie is van oordeel dat dit niet kan voor vergunningen die te maken hebben met aangelegenheden zoals emissies van gevaarlijke stoffen. Volgens de communautaire en de nationale wetgeving zijn in dit geval in het belang van het bedrijfsleven zelf expliciete vergunningen noodzakelijk.

(25) In het kader van haar beleid tot oprichting van nieuwe ondernemingen heeft de Deense regering een actieprogramma voorgesteld dat onder meer maatregelen bevat voor de verlichting van de administratieve formaliteiten door:

- het afschaffen of vereenvoudigen van bestaande administratieve regelingen;

- het afschaffen of vereenvoudigen van belastingen en heffingen;

- het opzetten van één enkel informatiepunt;

- de ontwikkeling van nieuwe procedures voor de evaluatie van de administratieve gevolgen van nieuwe wetgeving.

(26) Enterprises in Europe - Fourth Report, blz. 62.

(27) Volgens de publicatie "Überprüfung von administrativen Pflichten für Unternehmen" van de Duitse onafhankelijke Commissie "Rechts- und Verwaltungsvereinfachung des Bundes", de zogenaamde Waffenschmidt-Kommission (Bondsministerie van Binnenlandse Zaken, 1994) bestaat er een grote verscheidenheid van verplichtingen voor het bijhouden van bestanden. Wat de personeels- en salarisadministratie betreft, kunnen de voorwaarden voor het bijhouden van 119 verschillende bestanden worden versoepeld.

(28) Zie ook artikel 4 b) van de aanbeveling van de Commissie van 7 december 1994 inzake de overdracht van kleine en middelgrote ondernemingen, PB nr. L 385 van 31. 12. 1994, blz. 14.

(29) België kent een systeem van verminderde vennootschapsbelasting voor het MKB. Indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, kan een onderneming met een belastbare winst die niet hoger is dan 25 733 ecu tegen een verlaagd tarief van 28,84 % in plaats van het normale tarief van 40,17 % worden aangeslagen. Voorts wordt de regeling inzake vooruitbetaling van inkomstenbelasting voor personen die niet ouder zijn dan 35 jaar en die voor het eerst een onderneming willen starten als zelfstandige of als actief optredende vennoot in een vennootschap, met soepelheid toegepast. In de eerste drie jaar betalen zij geen boete voor niet-gedane of ontoereikende vooruitbetalingen.

(30) Zie mededeling van de Commissie inzake "De verbetering van het fiscale klimaat voor het midden- en kleinbedrijf" in PB nr. C 187 van 9. 7. 1994, blz. 5, paragraaf 6.

(31) COM(96) 328 van 22. 7. 1996.

(32) De "Annual Accounting"-regeling in het Verenigd Koninkrijk maakt het mogelijk dat elk jaar één keer (in plaats van om de drie maanden) BTW-aangifte wordt gedaan. Bovendien wordt de bovenste drempel van 300 000 £ sterling flexibel toegepast zodat ondernemingen onder die regeling kunnen blijven vallen, totdat hun omzet meer dan 375 000 £ sterling bedraagt.

(33) De "Cash Accounting"-regeling in het Verenigd Koninkrijk geeft ondernemingen met een omzet van minder dan 350 000 £ sterling de mogelijkheid BTW aan te geven op basis van verrichte en ontvangen betalingen in plaats van op basis van facturen. Duitsland heeft een soortgelijk systeem. Zie ook artikel 2, lid 3, onder a), van de aanbeveling van de Commissie van 12. 5. 1995 inzake betalingstermijnen bij handelstransacties, PB nr. L 127 van 10. 6. 1995, blz. 19.

(34) Europees Parlement, directoraat-generaal studies, economische zaken W-25, 5-1996.

(35) PB nr. L 145 van 13. 7. 1977, blz. 1.

(36) In het Verenigd Koninkrijk en Ierland zijn aparte diensten belast met de inkomstenbelasting en de sociale bijdragen, maar beide worden via het loonlijstsysteem "PAYE" geïnd.

(37) Sedert januari 1996 behoeven bedrijven in Frankrijk slechts één formulier in te vullen ("déclaration d'embauche unique") in plaats van de elf die voordien nodig waren bij indienstneming van een werknemer. Eveneens gepland is de oprichting van één contactpunt voor sociale bijdragen waar alle op dit gebied vereiste formaliteiten worden vervuld. Voorts is er een proef aan de gang om seizoen- of parttimewerkers te betalen met behulp van een "service voucher". Een contract is niet meer nodig en er zijn slechts weinig formaliteiten te vervullen omdat de "voucher" zowel een betalingsinstrument is als een middel om de ter zake bevoegde instanties te informeren.

(38) Duitsland heeft de drempel waaronder de wet inzake onrechtmatig ontslag niet van toepassing is, van vijf tot tien werknemers verhoogd om micro-ondernemingen ertoe aan te zetten personeel in dienst te nemen.

(39) Het "Plus-één-plan" in België voorziet in vermindering van de sociale bijdragen van de werkgevers voor bedrijven die een eerste werknemer in dienst nemen. Het eerste jaar behoeven geen sociale bijdragen te worden betaald en het tweede en derde jaar wordt respectievelijk 75 en 50 % korting toegestaan. Een soortgelijke regeling bestaat wanneer een tweede en een derde werknemer worden aangesteld ("Plus-twee-plan, Plus-drie-plan"). Het Voordeelbanenplan voorziet in een vermindering van de sociale bijdragen van de werkgever wanneer langdurig werklozen in dienst worden genomen.

(40) In België en Finland bijvoorbeeld behouden zelfstandige ondernemers die voor het eerst een bedrijf beginnen, het recht op werkloosheidsuitkering. In Frankrijk kunnen zelfstandige ondernemers een vereenvoudigd boekhoudkundig systeem hanteren dat tegelijkertijd door de belastingdienst kan worden gebruikt. In plaats van drie boekhoudingen is één boekhouding voldoende.

BIJLAGE I

ZEVEN GRONDBEGINSELEN VOOR SNELLE VERGUNNINGVERLENING

- De besluitvorming moet op één punt (bijvoorbeeld één contactpunt) worden "gecentraliseerd".

- Zo mogelijk dient het principe van "stilzwijgende goedkeuring" te worden toegepast.

- De vergunningverlenende instanties moeten strikte beheerssystemen toepassen, wat met name het volgende inhoudt:

- iemand moet worden aangesteld om zich specifiek met de vergunningsprocedures bezig te houden en moet erop toezien dat deze tijdig worden afgehandeld.

- voor de afhandeling van de procedures moet een streeftermijn worden vastgesteld die door de besluitvormingsinstanties in acht moet worden genomen. Tenzij anders bepaald bedraagt de termijn dertig dagen.

- de ondernemer moet worden geadviseerd nog vóór hij zijn aanvraag heeft ingediend. Dit dient onder meer te geschieden met betrekking tot de aard en de omvang van de voor de inschrijving vereiste stukken.

- De vergunningverlenende instanties moeten over adequaat personeel en middelen beschikken om de procedures snel te kunnen afhandelen. Voor vergunningsprocedures voor grote projecten moet gemakkelijk extra personeel kunnen worden toegewezen.

- De vergunningverlenende instanties moeten met hun "klanten" geregeld besprekingen voeren over het verloop van de procedures om zwakke punten in de vergunningsprocedures op te sporen en suggesties te krijgen voor verbetering.

- De centrale instanties moeten de lokale vergunningverlenende instanties bij de toepassing van moeilijke administratieve procedures bijstaan. In dit verband zijn duidelijke interne regels, richtsnoeren en controlelijsten bijzonder efficiënt.

- De wettelijke bepalingen waarop de instanties hun besluiten baseren, moeten de vergunningsprocedure zoveel mogelijk bespoedigen.

BIJLAGE II

VERBETERING VAN HET ONDERNEMINGSKLIMAAT: DE BESTE WERKWIJZEN VOOR STARTENDE ONDERNEMINGEN

Overzicht van de door de lidstaten genomen maatregelen

A. BELEIDSCOÖRDINATIE

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

A. BELEIDSCOÖRDINATIE (vervolg)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

B. REGISTRATIE VAN ONDERNEMINGEN EN FORMULIEREN

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

B. REGISTRATIE VAN ONDERNEMINGEN EN FORMULIEREN (vervolg)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

C. VEREENVOUDIGING VAN DE REGELGEVING EN AFWIJKENDE BEPALINGEN VOOR HET MKB

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

C. VEREENVOUDIGING VAN DE REGELGEVING EN AFWIJKENDE BEPALINGEN VOOR HET MKB (vervolg)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

D. FLEXIBILITEIT VAN DE ARBEIDSMARKT

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

D. FLEXIBILITEIT VAN DE ARBEIDSMARKT (vervolg)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE III

VEREENVOUDIGING VAN DE BELASTINGADMINISTRATIE IN DE LIDSTATEN

>RUIMTE VOOR DE TABEL>


Beheerd door het Publicatiebureau