96/747/JBZ: Gemeenschappelijk Optreden van 29 november 1996 aangenomen door de Raad op basis van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie inzake het aanleggen en bijhouden van een repertorium voor specialistische bekwaamheden, vaardigheden en expertise op het gebied van de bestrijding van de internationale georganiseerde criminaliteit teneinde de samenwerking tussen de Lid-Staten van de Europese Unie op het gebied van wetshandhaving te vergemakkelijken
Publicatieblad Nr. L 342 van 31/12/1996 blz. 0002 - 0003
GEMEENSCHAPPELIJK OPTREDEN van 29 november 1996 aangenomen door de Raad op basis van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie inzake het aanleggen en bijhouden van een repertorium voor specialistische bekwaamheden, vaardigheden en expertise op het gebied van de bestrijding van de internationale georganiseerde criminaliteit teneinde de samenwerking tussen de Lid-Staten van de Europese Unie op het gebied van wetshandhaving te vergemakkelijken (96/747/JBZ) DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, inzonderheid op artikel K.3, lid 2, onder b), Gezien het initiatief van het Voorzitterschap en België, Gezien het gemeenschappelijk optreden van 10 maart 1995 aangenomen door de Raad op basis van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie betreffende de Europol-Drugseenheid (1) en het gemeenschappelijk optreden van 16 december 1996 aangenomen door de Raad op basis van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie houdende verruiming van het mandaat van de Europol-Drugseenheid (2), Eraan herinnerend dat, overeenkomstig artikel K.1, punten 8 en 9, van het Verdrag, politiële en douanesamenwerking met het oog op het voorkomen en bestrijden van de internationale criminaliteit door de Lid-Staten als aangelegenheden van gemeenschappelijk belang beschouwd worden; Overwegende dat volgens de Raad de ernst en de ontwikkeling van bepaalde vormen van internationale criminaliteit nopen tot nauwere samenwerking tussen de wetshandhavingsdiensten van de Lid-Staten, met name op technisch en forensisch gebied; Overwegende dat de nationale wetshandhavingsinstanties die de georganiseerde criminaliteit bestrijden, als reactie op de verschillende bedreigingen die voor de Lid-Staten van dit verschijnsel uitgaan, gebieden van specialistische bekwaamheden, vaardigheden en expertise hebben ontwikkeld die in principe voor de bevoegde instanties in alle Lid-Staten op hun verzoek toegankelijk gemaakt zouden moeten worden voor zover en wanneer zij daar behoefte aan hebben; Overwegende dat het aanleggen en bijhouden van een repertorium voor die gebieden van specialistische bekwaamheden, vaardigheden en expertise deze gebieden algemener en makkelijker toegankelijk zou maken voor de instanties in alle Lid-Staten, waardoor het vermogen van de Lid-Staten om de criminaliteit te bestrijden, vergroot zou worden; Overwegende dat het in dit gemeenschappelijk optreden beoogde repertorium niet bedoeld is om bestaande bilaterale of multilaterale afspraken over technische en forensische samenwerking op het gebied van wetshandhaving te vervangen of te beïnvloeden, of om te dienen als middel voor het uitwisselen van operationele inlichtingen, en dat daarvoor geen nieuwe Raadsstructuren nodig zijn; Overwegende dat de Europol-Drugseenheid om te beginnen het repertorium met betrekking tot de illegale handel in verdovende middelen en de mensenhandel zal aanleggen, HEEFT HET VOLGENDE GEMEENSCHAPPELIJK OPTREDEN VASTGESTELD: Artikel 1 De Europol-Drugseenheid (EDE) heeft tot taak het aanleggen, bijhouden en verspreiden van een repertorium van specialistische bekwaamheden, vaardigheden en expertise op het gebied van de bestrijding van de criminaliteit die ingevolge de gemeenschappelijke optredens van 10 maart 1995 en van 16 december 1996 onder de bevoegdheid van de Europol-Drugseenheid valt. Artikel 2 1. De Lid-Staten sturen hun bijdragen voor het repertorium naar de EDE. 2. De EDE stelt het repertorium samen uit de bijdragen van de Lid-Staten. 3. Voor hun bijdragen aan het repertorium houden de Lid-Staten ten volle rekening met de door iedere Lid-Staat ingestelde veiligheidsclassificatie en -bescherming. 4. Vervolgens is de EDE er verantwoordelijk voor dat eventuele wijzigingen en toevoegingen op grond van verdere bijdragen van Lid-Staten op de juiste wijze worden ingevoerd in het repertorium en onder de aandacht van de Lid-Staten worden gebracht. Artikel 3 1. Elke Lid-Staat geeft in zijn bijdrage aan het repertorium een aanduiding van eventuele specialistische bekwaamheden, vaardigheden of expertise die hij op het gebied van de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit heeft verworven en waarvan hij het nuttig acht dat die ter beschikking van alle Lid-Staten wordt gesteld. 2. In de bijdragen van de Lid-Staten, die op in de Raad overeen te komen standaardformulieren ingeleverd zouden kunnen worden, staat op zijn minst een adequate beschrijving van elke specialistische bekwaamheid, vaardigheid of expertise, op grond waarvan de bevoegde instanties in de Lid-Staten zich een goed beeld kunnen vormen van de relevantie daarvan voor het uitvoeren van hun taken. In de bijdragen staat ook precies aangegeven hoe rechtstreeks en snel contact kan worden gelegd met de instanties waar deze bekwaamheid, vaardigheid of expertise aanwezig is, of met een centraal contactpunt in de Lid-Staat. 3. De Lid-Staten moeten de relevante gegevens betreffende de contactpunten wanneer nodig bijwerken. 4. De Lid-Staten kunnen op elk moment extra bijdragen voor het repertorium inzenden of verzoeken om bijdragen uit het repertorium te schrappen. 5. Er worden in het repertorium geen andere persoonsgegevens bewaard dan de namen en relevante gegevens van de contactpunten die nodig zijn om de regeling te doen functioneren. Artikel 4 Elke Lid-Staat bezit een exemplaar van het repertorium. Het is aan de betrokken instanties in een Lid-Staat die gebruik willen maken van een in het repertorium genoemde specialistische bekwaamheid, om contact te leggen met het betrokken contactpunt in de Lid-Staat die deze informatie heeft ingebracht. Een eventuele kostenvergoeding wordt eveneens bilateraal geregeld. 2. Een Lid-Staat die een bekwaamheid, vaardigheid of expertise heeft ingebracht in het repertorium, kan er in bijzondere gevallen van afzien deze beschikbaar te stellen, als de omstandigheden dat vereisen. 3. De Lid-Staten komen overeen dat zij, als zij via het repertorium contact leggen, de EDE op de hoogte zullen stellen van de door de Raad met eenparigheid van stemmen te bepalen relevante basisgegevens om een goed toezicht op de bruikbaarheid van het repertorium mogelijk te maken. 4. Artikel 5, lid 2, en artikel 7 van het gemeenschappelijk optreden van 10 maart 1995 zijn van toepassing. Artikel 5 Dit gemeenschappelijk optreden wordt bekendgemaakt in het Publikatieblad. Het treedt in werking op de dag van zijn bekendmaking. Gedaan te Brussel, 29 november 1996. Voor de Raad De Voorzitter N. OWEN (1) PB nr. L 62 van 20. 3. 1995, blz. 1. (2) Zie bladzijde 4 van dit Publikatieblad.