Richtlijn 93/64/EEG van de Commissie van 5 juli 1993 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen met betrekking tot het toezicht op en de controle van leveranciers en bedrijven overeenkomstig Richtlijn 92/34/EEG van de Raad betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal van fruitgewassen, alsmede van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt
Publicatieblad Nr. L 250 van 07/10/1993 blz. 0033 - 0034
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 52 blz. 0261
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 52 blz. 0261
RICHTLIJN 93/64/EEG VAN DE COMMISSIE van 5 juli 1993 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen met betrekking tot het toezicht op en de controle van leveranciers en bedrijven overeenkomstig Richtlijn 92/34/EEG van de Raad betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal van fruitgewassen, alsmede van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Richtlijn 92/34/EEG van de Raad van 28 april 1992 betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal van fruitgewassen, alsmede van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt(1) , en met name op artikel 6, lid 4, Overwegende dat het dienstig is maatregelen vast te stellen met betrekking tot het toezicht op en de controle van alle leveranciers en hun bedrijven, met uitzondering van die leveranciers en bedrijven waarvan de werkzaamheden zich beperken tot het in de handel brengen van teeltmateriaal van fruitgewassen, alsmede van fruitgewassen; Overwegende dat de in deze richtlijn vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Permanent Comité voor teeltmateriaal en gewassen van geslachten en soorten fruit, HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD: Artikel 1 Bij deze richtlijn worden de uitvoeringsbepalingen vastgesteld met betrekking tot het toezicht op en de controle van, op grond van artikel 6, lid 4, van Richtlijn 92/34/EEG, de leveranciers en hun bedrijven, met uitzondering van die waarvan de werkzaamheden zich beperken tot het in de handel brengen van teeltmateriaal van fruitgewassen, alsmede van fruitgewassen, wanneer de in artikel 5, lid 2, van genoemde richtlijn bedoelde controles door de leveranciers zelf of door erkende leveranciers worden uitgevoerd. Artikel 2 De verantwoordelijke officiële instantie dient regelmatig, en ten minste eenmaal per jaar, op een daartoe geschikt tijdstip, bij leveranciers en bedrijven toezicht en controle uit te oefenen om na te gaan of nog steeds aan de in Richtlijn 92/34/EEG vervatte eisen, in het bijzonder ten aanzien van de in artikel 5, lid 2, eerste tot en met vierde streepje, van genoemde richtlijn opgenomen grondslagen, wordt voldaan, waarbij met de bijzondere aard van de activiteit, respectievelijk activiteiten van de leverancier rekening wordt gehouden. Artikel 3 Wat de identificatie van de kritische punten in het produktieproces als bedoeld in artikel 5, lid 2, eerste streepje, van Richtlijn 92/34/EEG en de registratie van gegevens als bedoeld in artikel 5, lid 2, vierde streepje, van Richtlijn 92/34/EEG betreft, wordt door de verantwoordelijke officiële instantie toezicht en controle op de leverancier uitgeoefend om ervoor te zorgen dat deze: a) de nodige aandacht blijft besteden aan, naar gelang van het geval, de volgende kritische punten: - de kwaliteit van fruitgewassen en van teeltmateriaal daarvan die worden gebruikt om het produktieproces op gang te brengen, - het uitzaaien, het uitplanten, het potten en het aanplanten van fruitgewassen en teeltmateriaal daarvan, - de naleving van de in de artikelen 3, 4 en 5 van Richtlijn 77/93/EEG van de Raad(2) vastgestelde eisen, - het teeltplan en de teeltmethode, - de algemene gewasverzorging, - de vermeerdering, - de oogst, - de hygiëne, - de behandelingen, - de verpakking, - de opslag, - het vervoer, - het beheer; b) gegevens registreert om een volledige informatie ter beschikking van de bedoelde verantwoordelijke officiële instanties te houden betreffende i) de planten of andere voorwerpen, - die zijn aangekocht om op het bedrijf te worden opgeslagen of geplant, - die in produktie zijn, of - die aan anderen worden verzonden, en ii) elke chemische behandeling die op de planten is toegepast, en de desbetreffende documenten gedurende ten minste een jaar bewaart; c) persoonlijk beschikbaar is of een andere persoon aanwijst die technisch ervaren is met de produktie van planten en met daarmee verband houdende fytosanitaire aangelegenheden, om voor de bedoelde verantwoordelijke officiële instanties als contactpersoon op te treden; d) voor zover nodig en op passende tijdstippen op een voor de bedoelde verantwoordelijke officiële instanties aanvaardbare wijze visuele inspecties verricht; e) personen die gemachtigd zijn om voor de bedoelde verantwoordelijke officiële instanties op te treden, tot het bedrijf toegang verleent, in het bijzonder voor controle en/of bemonstering, en inzage geeft in de onder b) bedoelde registers en daarmee verband houdende documenten; f) voor het overige met de bedoelde verantwoordelijke officiële instanties samenwerkt. Artikel 4 In verband met de uitwerking en toepassing van methoden voor toezicht op en controle van de kritische punten als bedoeld in artikel 5, lid 2, tweede streepje, van Richtlijn 92/34/EEG wordt door de verantwoordelijke officiële instantie toezicht en controle op de leverancier uitgeoefend om ervoor te zorgen dat hij, in voorkomend geval, de bovengenoemde methoden blijft toepassen, met als bijzondere punten van aandacht: a) de beschikbaarheid en het daadwerkelijke gebruik van methoden om de in artikel 3 genoemde kritische punten te controleren; b) de betrouwbaarheid van die methoden; c) de bruikbaarheid van deze methoden voor de evaluering van de produktie- en afzetregelingen, de administratieve aspecten inbegrepen; d) de bekwaamheid van het personeel van de leverancier om de controles uit te voeren. Artikel 5 Wat het nemen van monsters voor analyse in een erkend laboratorium als bedoeld in artikel 5, lid 2, derde streepje, van Richtlijn 92/34/EEG betreft, wordt door de verantwoordelijke officiële instantie toezicht en controle op de leverancier uitgeoefend om ervoor te zorgen dat, in voorkomend geval: a) in de verschillende stadia van het produktieproces en met de vereiste frequentie monsters worden genomen, overeenkomstig hetgeen aan de verantwoordelijke officiële instantie op het tijdstip waarop de produktiemethoden met het oog op de verlening van de erkenning werden geverifieerd, is medegedeeld; b) de monsters uit een technisch oogpunt op de juiste manier worden genomen en bij de monsterneming een statistisch betrouwbare opzet wordt gevolgd, waarbij met de te verrichten analyse rekening wordt gehouden; c) de personen die de monsters nemen, de daarvoor nodige kwalificaties bezitten; d) de monsters worden geanalyseerd door een laboratorium dat daartoe overeenkomstig artikel 6, lid 2, van vorengenoemde richtlijn door de verantwoordelijke officiële instantie is erkend. Artikel 6 1. De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 30 juni 1994 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis. Wanneer de Lid-Staten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels van deze verwijzing worden vastgesteld door de Lid-Staten. 2. De Lid-Staten delen de Commissie de tekst van de voornaamste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen. Artikel 7 Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten. Gedaan te Brussel, 5 juli 1993. Voor de Commissie René STEICHEN Lid van de Commissie (1) PB nr. L 157 van 10. 6. 1992, blz. 10. (2) PB nr. L 26 van 31. 1. 1977, blz. 20.