31987R0823


Titel en vindplaats

Verordening (EEG) nr. 823/87 van de Raad van 16 maart 1987 houdende vaststelling van bijzondere bepalingen betreffende in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen

 PB L 84 van 27.3.1987, blz. 59–68 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT)
 Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 03 Deel 23 blz. 65 - 74
 Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 03 Deel 23 blz. 65 - 74

 DA  DE  EL  EN  ES  FR  IT  NL  PT

Tekst

BG ES CS DA DE ET EL EN FR GA IT LV LT HU MT NL PL PT RO SK SL FI SV
  html   html html   html html html   html         html   html       html html
  pdf   pdf pdf   pdf pdf pdf   pdf         pdf   pdf       pdf pdf
tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff tiff

Authentieke taal

Data

Classificatie

Allerlei informatie

Verbindingen tussen documenten

Tekst

Twee talen naast elkaar: DA DE EL EN ES FI FR IT NL PT SV

VERORDENING (EEG) Nr. 823/87 VAN DE RAAD van 16 maart 1987 houdende vaststelling van bijzondere bepalingen betreffende in bepaalde gebieden voort- gebrachte kwaliteitswijnen

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 43,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europese Parlement(1),

(1)PB nr. C 46 van 23. 2. 1987.

Overwegende dat de bepalingen betreffende in bepaal- de gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen, hierna "v.q.p.r.d.'' te noemen, meermaals zijn gewijzigd sinds de codificatie ervan bij Verordening (EEG) nr. 338/79(2), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 539/87(3); dat zij talrijk zijn en over verscheidene Publikatiebladen zijn verspreid, zodat zij moeilijk hanteerbaar zijn geworden: dat zij hebben ingeboet aan duidelijkheid, zoals die van een wettelijke regeling mag worden verwacht: dat onder deze omstandigheden opnieuw tot codificatie moet worden overgegaan;

(2)PB nr. L 54 van 5. 3. 1979, blz. 48.

(3)PB nr. L 55 van 25. 2. 1987, blz. 6.

Overwegende dat Verordening (EEG) nr. 822/87 van de Raad van 16 maart 1987 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt(4) een regeling behelst die, voor zover de draagwijdte ervan niet tot andere produkten is beperkt, ook op v.q.p.r.d. van toepassing is; dat deze regeling onder meer een aantal gemeenschappelijke produktievoorschriften omvat;

(4)Zie bladzijde 1 van die Publikatieblad.

Overwegende dat, ten einde voor v.q.p.r.d. een kwaliteitsminimum te handhaven, een oncontroleerbare uitbreiding van de produktie van deze wijn te voorkomen en de bepalingen van de Lid-Staten met het oog op de totstandkoming van billijke concurrentievoorwaarden in de Gemeenschap nader tot elkaar te brengen, een communautaire kaderregeling voor de produktie en de controle van deze wijn dient te worden vastgesteld die met de specifieke bepalingen van de Lid-Staten behoort te worden ingevuld; dat voorts een gelijkaardige regeling dient te worden ingesteld voor de in Verordening (EEG) nr. 358/79(5) bedoelde, in bepaalde gebieden voortgebrachte mousserende kwaliteitswijn, hierna "v.m.q.p.r.d.'' te noemen;

(5)PB nr. L 54 van 5. 3. 1979, blz. 130.

Overwegende dat in de landbouw, en meer in het bijzonder in de wijnbouw, de ontwikkeling van een op kwaliteitsverbetering gericht beleid niet anders dan tot verbetering van de marktvoorwaarden en daardoor tot vergroting van de afzetmogelijkheden kan bijdragen; dat het aanvaarden van gemeenschappelijke regels ter aanvulling van Verordening (EEG) nr. 822/87 en met betrekking tot de produktie van en de controle op in bepaalde gebieden voortgebrachte v.q.p.r.d. binnen het kader van dit beleid valt en tot het bereiken van de bovengenoemde doelstellingen kan bijdragen;

Overwegende dat, met inachtneming van de traditionele produktieomstandigheden, nauwkeurig een opsomming en een omschrijving moeten worden gegeven van de aard en de draagwijdte van de factoren waardoor elke v.q.p.r.d. kan worden gekarakteriseerd; dat evenwel ten aanzien van kwaliteitseisen een gemeenschappelijke harmonisatie- inspanning dient te worden geleverd;

Overwegende dat het produktiegebied aan de hand van natuurlijke criteria dient te worden afgebakend, ten einde te waarborgen dat de v.q.p.r.d. de bijzondere kwaliteitskenmerken ervan behoudt; dat tot een nauwkeurige afbakening dient te worden overgegaan, zodat de op de markt beschikbare hoeveelheid wijn beter kan worden gecontroleerd;

Overwegende dat de keuze van het wijnstokras voor de ontwikkeling van de bijzondere kwaliteitskenmerken van elk van de v.q.p.r.d. van doorslaggevend belang is; dat de Lid-Staten met het oog op de ontwikkeling van deze kenmerken dienen voor te schrijven welke wijnstokrassen moeten worden verbouwd en dat zij daartoe voor elk van die wijnen rassenlijsten dienen op te stellen; dat, gelet op de gebruiken in de wijnbouw, op deze lijsten alleen rassen van de soort Vitis vinifera mogen worden opgenomen die tot de aanbevolen of toegestane categorieën behoren; dat er evenwel, om zonder kwaliteitsvermindering van de aldus verkregen wijn met de wetenschappelijke vooruitgang rekening te kunnen houden, in een communautaire procedure voor de herziening van de voorschriften voor het opstellen van deze lijsten dient te worden voorzien

Overwegende dat het, ten einde te voorkomen dat de schrapping van een wijnstokras van de lijst van categorieën van aanbevolen of toegestane wijnstokrassen voor de producenten die een dergelijk ras kweken, zonder enige overgangsperiode, een verlies van hun inkomen met zich kan brengen, dienstig zou zijn om toe te staan dat de van dit ras afkomstige druiven gedurende een bepaalde periode voor de bereiding van een v.q.p.r.d. worden gebruikt, voor zover deze druiven vóór de verandering van categorie van het betrokken wijnstokras op legale wijze voor dit doel werden gebruikt;

Overwegende dat de Lid-Staten bepaalde wijnbouwmethoden moeten kunnen voorschrijven om de kwaliteit van de v.q.p.r.d. gunstig te beïnvloeden en te hoge opbrengsten te beletten; dat in dit verband moet worden bepaald dat bevloeiing slechts met toestemming van de betrokken Lid-Staat mag geschieden; dat deze toestemming slechts in uitzonderlijke ecologische omstandigheden mag worden verleend;

Overwegende dat een op de ontwikkeling van de bijzondere kwaliteitskenmerken van elke v.q.p.r.d. gericht beleid impliceert dat maatregelen worden getroffen om de authenticiteit van de druiven na de oogst en tijdens de wijnbereiding te garanderen; dat daartoe ook de vermelding van een geografische benaming voor de aanduiding van een kwaliteitswijn enerzijds op het produktiegebied van de druiven waaruit deze wijn is verkregen en anderzijds op de toegepaste teeltmethoden en oenologische procédés betrekking dient te hebben; dat derhalve dient te worden bepaald dat, behoudens uitzonderingen, v.q.p.r.d. en v.m.q.p.r.d. slechts binnen het bepaalde gebied waarvan de betrokken wijn de naam draagt, mag worden bereid;

Overwegende dat het natuurlijk alcohol-volumegehalte van de druiven op het tijdstip van de oogst een gegeven is voor de beoordeling van de staat van rijpheid ervan; dat het noodzakelijk blijkt het minimum natuurlijk alcohol-volumegehalte per wijnbouwzone voor de v.q.p.r.d. op een niveau vast te stellen dat zelf in ongunstige jaren garandeert dat de voor de bereiding ervan gebruikte druiven een bevredigende rijpheidsgraad hebben bereikt;

Overwegende dat ten aanzien van de ontwikkeling van de bijzondere kwaliteitskenmerken van elke v.q.p.r.d. aan de Lid-Staten een zekere vrijheid moet worden gelaten om in het kader van de in de Gemeenschap toegestane oenologische procédés voor elk van die wijnen wijnbereidingsmethoden vast te stellen; dat er evenwel, gelet op de noodzaak om een zeker kwaliteitsniveau te handhaven en concurrentiedistorsies tussen de onderscheiden bepaalde gebieden te voorkomen, in communautair verband een aantal voorwaarden dient te worden vastgesteld dat door de Lid-Staten bij het opstellen van de voorschriften voor verrijking, aanzuring, ontzuring en verzoeting in acht moet worden genomen;

Overwegende dat het in bepaalde jaren noodzakelijk kan blijken toestemming te verlenen voor verrijking van de produkten die tot v.q.p.r.d. of v.m.q.p.r.d. kunnen worden verwerkt; dat derhalve de eventuele machtiging tot uitzonderlijke verrijking van tafelwijn, zoals bedoeld in artikel 18, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 822/87, dient te worden losgemaakt van die welke voor v.q.p.r.d. en v.m.q.p.r.d. in het betrokken produktiegebied zou kunnen worden overwogen;

Overwegende dat het, om zoveel mogelijk het voor de oorsprong van elke v.q.p.r.d. kenmerkende karakter te bewaren en de taak van de controlediensten te vergemakkelijken, van belang is dat verzoeting slechts behoudens nader vast te stellen uitzonderingen in het betrokken gebied mag geschieden en uitsluitend met behulp van een uit dat gebied afkomstig produkt volgens door de Lid-Staten binnen bepaalde grenzen vastgestelde regels;

Overwegende dat, om het kwaliteitspeil van de betrokken wijn te handhaven en om te voorkomen dat de markt door excessieve opbrengsten wordt verstoord, de Lid-Staten voor elke v.q.p.r.d. een maximumopbrengst per hectare dienen vast te stellen; dat het, om rekening te houden met de invloed van de van jaar tot jaar verschillende natuurlijke omstandigheden op de rijping van de druiven, gewettigd is aanpassingen van deze opbrengsten toe te staan; dat met het oog op de naleving van die opbrengst per hectare, behoudens uitzonderingen, een verbod moet worden ingesteld om de benaming waarop aanspraak wordt gemaakt te gebruiken voor produkten die boven de vastgestelde opbrengst zijn verkregen;

Overwegende dat, om de producenten ertoe aan te zetten voortdurend acht te slaan op het kwaliteitspeil van de v.q.p.r.d., met name ten aanzien van de ontwikkeling van de bijzondere kenmerken ervan, dient te worden bepaald dat deze wijnen aan een analytisch en een organoleptisch onderzoek moeten worden onderworpen; dat het met het oog op een uniforme toepassing van de bepalingen ten aanzien van v.q.p.r.d. dienstig is in de mogelijkheid te voorzien om bijzondere analysemethoden vast te stellen;

Overwegende dat het, ten einde de producenten tegen oneerlijke concurrentie en de consumenten tegen verwarring en bedrog te beschermen, noodzakelijk is de aanduidingen "in een bepaald gebied voortgebrachte kwaliteitswijn'' en "in een bepaald gebied voortgebrachte mousserende kwaliteitswijn'' uitsluitend te gebruiken voor wijnen die aan de communautaire voorschriften voldoen zonder daarom het gebruik van bijzondere traditionele, overeenkomstig de bepalingen van de producerende Lid-Staten toegestane aanduidingen uit te sluiten; dat deze bijzondere traditionele aanduidingen moeten worden opgesomd om daaraan in alle Lid-Staten bekendheid te geven;

Overwegende dat, aangezien de voor elke v.q.p.r.d. geldende produktievoorschriften de handelswaarde van deze wijn ten opzichte van andere, zonder de naleving van die voorschriften verkregen wijn gunstig kunnen beïnvloeden, het gebruik van de naam van het bepaalde gebied voor de omschrijving van de betrokken v.q.p.r.d. dient te worden gereserveerd;

Overwegende dat, indien dranken die niet onder de wijnbouwsector vallen, alsmede bepaalde basisgrondstoffen voor het verkrijgen ervan in de handel worden gebracht onder aanduidingen die voor de omschrijving van wijnen plegen te worden gebruikt, zulks ertoe kan leiden dat de consument inzake de aard en de oorsprong van het aldus omschreven produkt wordt misleid en de belangen van de wijnproducenten worden geschaad;

Overwegende dat het voor een juiste voorlichting van de consument en om de rechtmatige belangen van de producenten in de wijnbouwsector doeltreffend te beschermen, noodzakelijk is het gebruik van deze aanduiding, zelfs op indirecte wijze, voor de omschrijving van een produkt dat onder post 22.07 van het gemeenschappelijk douanetarief valt of van een produkt dat in de handel wordt gebracht met duidelijk leesbare instructies om er bij de consument een drank uit te maken die wijn imiteert uitdrukkelijk te verbieden en het directe of indirecte gebruik van deze aanduidingen bij andere dranken slechts toe te staan op voorwaarde dat elke kans op verwarring inzake de aard, de oorsprong of de herkomst en de samenstelling van die drank wordt uitgesloten;

Overwegende dat wijnen die geschikt zijn voor de bereiding van v.q.p.r.d. en v.q.p.r.d. zelf in de opgaven van de oogsten en van de voorraden afzonderlijk dienen te worden vermeld, aangezien zij niet voor interventies tot stabilisering van de markt in aanmerking komen;

Overwegende dat met het oog op het behoud van het bijzondere kwaliteitskarakter van v.q.p.r.d., aan de Lid-Staten dient te worden toegestaan om voor de produktie en het verkeer van v.q.p.r.d. aanvullende of strengere voorschriften toe te passen, mits daarvan een eerlijk en constant gebruik wordt gemaakt,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Deze verordening bevat bijzondere bepalingen voor in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen. Onder v.q.p.r.d. worden verstaan de wijnen die aan de voorschriften van deze verordening, aan de ter uitvoering daarvan vastgestelde voorschriften, en aan de voorschriften in de nationale wetgevingen voldoen. De door de Lid-Staten overeenkomstig het bepaalde in deze verordening vastgestelde lijst van v.q.p.r.d. wordt in het C-nummer van het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakt. Onder "v.m.q.p.r.d.'' wordt verstaan v.q.p.r.d. die aan de definitie in bijlage I, punt 15, van Verordening (EEG) nr. 822/87, aan de bepalingen van titel I en titel III van Verordening (EEG) nr. 358/79 en aan die van de onderhavige verordening voldoen.

Artikel 2

1. In de in artikel 1, eerste alinea, bedoelde bepalingen waarin rekening is gehouden met de traditionele produktieomstandigheden, voor zover deze geen afbreuk doen aan het op kwaliteitsverbetering gerichte beleid en aan de verwezenlijking van de gemeenschappelijke markt is van de volgende factoren uitgegaan:

a)de begrenzing van het produktiegebied,

b)het assortiment aan geplante wijnstokrassen,

c)de teeltwijzen,

d)de wijzen van wijnbereiding,

e)het minimum natuurlijk alcohol-volumegehalte,

f)de opbrengst per hectare,

g)de analyse en de beoordeling van de organoleptische kenmerken

2. De Lid-Staten kunnen, afgezien van de in lid 1 genoemde factoren en met inachtneming van eerlijk en constant gebruik, alle aanvullende produktievoorwaarden en kenmerken vaststellen waaraan de in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen moeten beantwoorden.

Artikel 3

1. Onder bepaald gebied worde verstaan een wijngebied of een geheel van wijngebieden waar wijnen met bijzondere kwalitatieve kenmerken worden geproduceerd en waarvan de naam wordt gebruikt om de in artikel 1 omschreven wijnen aan te duiden, die aldaar zijn geproduceerd.

2. Elk bepaald gebied wordt nauwkeurig afgebakend, voor zover mogelijk op grondslag van het perceel of de wijngaard. Bij deze afbakening, die door elk der betrokken Lid-Staten wordt verricht, wordt rekening gehouden met de factoren die bijdragen tot de kwaliteit van de in het betrokken gebied geproduceerde wijnen en met name met de gesteldheid van de bodem en de ondergrond, het klimaat, alsmede de ligging van de percelen of wijngaarden.

Artikel 4

1. Elke Lid-Staat stelt een lijst op van de wijnstokrassen die geschikt zijn voor de bereiding van de onderscheiden, op zijn grondgebied voortgebrachte v.q.p.r.d.; deze wijnstokrassen mogen uitsluitend van de soort Vitis vinifera zijn en dienen te behoren tot de in artikel 13 van Verordening (EEG) nr. 822//87 bedoelde aanbevolen of toegestane categorieën.

De aromatische v.m.q.p.r.d. mogen slechts worden verkregen uit wijnstokrassen die voorkomen in de bijlage van Verordening (EEG) nr. 358/79 voor zover deze voor het voortbrengen van v.q.p.r.d in het bepaalde gebied waarvan zij de naam dragen, als geschikt zijn erkend.

2. De in lid 1 bedoelde bepalingen kunnen later door de Raad, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen worden gewijzigd.

3. De niet op de in lid 1 bedoelde lijst voorkomende wijnstokrassen worden uit de percelen of wijngaarden die bestemd zijn om v.q.p.r.d. voort te brengen, verwijderd. In afwijking van de eerste alinea kan echter de aanwezigheid van een wijnstokras dat niet op de lijst voorkomt, door de Lid-Staten worden toegestaan voor een tijdvak van drie jaar vanaf het ogenblik waarop de afbakening van het bepaalde gebied, die na 31 december 1979 heeft plaatsgevonden, van kracht wordt, mits dat wijnstokras tot de soort Vitis vinifera behoort en niet meer dan 20 % van het totale aantal wijnstokken op het betrokken perceel of op de betrokken wijngaard uitmaakt.

4. Uiterlijk bij het verstrijken van het in lid 3 bedoelde tijdvak mag ieder perceel of iedere wijngaard, bestemd om v.q.p.r.d. voort te brengen, slechts wijnstokrassen bevatten die voorkomen op de in lid 1 vermelde lijst. Wordt deze bepaling niet nageleefd, dan verliezen alle wijnen verkregen uit op het betrokken perceel of de betrokken wijngaard geoogste druiven, aanspraak op de aanduiding v.q.p.r.d.

Artikel 5

De verbouwingswijzen welke nodig zijn om een optimale kwaliteit v.q.p.r.d. te waarborgen worden in door elk der betrokken Lid-Staten vastgestelde passende bepalingen geregeld. In een bepaald wijngebied mag slechts bevloeiing plaatsvinden, voor zover de betrokken Lid-Staat daarvoor toestemming heeft verleend. Deze toestemming mag slechts worden verleend indien de ecologische omstandigheden zulks rechtvaardigen.

Artikel 6

1.a)V.q.p.r.d. kunnen slechts afkomstig zijn van druiven die van op de in artikel 4, lid 1, bedoelde lijst voorkomende wijnstokrassen zijn verkregen en binnen het bepaalde gebied zijn geoogst. Bovenstaande bepaling belet niet dat v.q.p.r.d. onder de in artikel 4, lid 3, genoemde voorwaarden worden verkregen of volgens traditionele methoden worden geproduceerd.

b)Iedere natuurlijke of rechtspersoon of groep van personen die zowel over druiven of druivemost die aan de eisen voor het verkrijgen van v.q.p.r.d. voldoen als over andere druiven of druivemost beschikt, draagt zorg voor een afzonderlijke wijnbereiding; wordt zulks nagelaten, dan mag de verkregen wijn geen v.q.p.r.d. zijn.

2. De verwerking van de in lid 1, onder a), bedoelde druiven tot druivemost en van de druivemost tot wijn geschiedt binnen het bepaalde gebied waar de druiven zijn geoogst.

De bereiding van een v.m.q.p.r.d. mag slechts plaatsvinden binnen het in de eerste alinea bedoelde bepaalde gebied. De in de eerste en tweede alinea bedoelde verrichtingen mogen evenwel buiten het bepaalde gebied plaatsvinden:

a)indien zulks in de voorschriften van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan de verwerkte druiven zijn geoogst, wordt toegestaan en

b)indien een controle op de produktie gewaarborgd is.

3. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 83 van Verordening (EEG) nr. 822/87. Zij omvatten met name:

-de bepalingen volgens welke de Lid-Staten afwijkingen kunnen toestaan van de regel dat de verwerking van druiven tot druivemost en van druivemost tot wijn binnen het bepaalde gebied geschiedt;

-de lijst van v.q.p.r.d. welke volgens de in lid 1 bedoelde traditionele methoden worden geproduceerd.

Artikel 7

1. Elke Lid-Staat stelt voor elke op zijn grondgebied verkregen v.q.p.r.d. het minimum natuurlijk alcohol- volumegehalte vast. Bij de vaststelling van dit natuurlijk alcohol-volumegehalte wordt met name rekening gehouden met de gedurende de laatste tien aan deze vaststelling voorafgaande jaren waargenomen alcoholgehalten, waarbij alleen oogsten van bevredigende kwaliteit, die op de voor het bepaalde gebied meest representatieve gronden zijn verkregen, in aanmerking worden genomen.

2. Behoudens volgens de procedure van artikel 83 van Verordening (EEG) nr. 822/87 vast te stellen afwijkingen mogen de in lid 1 bedoelde alcohol-volumegehalten niet lager zijn dan:

-6,5 % vol in wijnbouwzone A, met uitzondering van de bepaalde gebieden "Mosel-Saar-Ruwer'', "Ahr'', "Mittelrhein'' en "Moselle luxembourgeoise'', waarvoor dit alcoholgehalte op 6 % vol wordt vastgesteld,

-7,5 % vol in wijnbouwzone B,

-8,5 % vol in wijnbouwzone C I a),

-9 % vol in wijnbouwzone C I b),

-9,5 % vol in wijnbouwzone C II,

-10 % vol in wijnbouwzones C III.

De in de voorgaande alinea bedoelde wijnbouwzones zijn de in bijlage IV van Verordening (EEG) nr. 822/87 vermelde wijnbouwzones.

Artikel 8

1. De speciale wijnbereidingsmethoden voor het verkrijgen van v.q.p.r.d. en v.m.q.p.r.d. worden door elk der betrokken producerende Lid-Staten voor elk van deze wijnen vastgesteld.

2. Indien de weersomstandigheden in een van de in arti- kel 7 bedoelde wijnbouwzones zulks noodzakelijk hebben gemaakt, kunnen de betrokken Lid-Staten toestemming verlenen tot verhoging van het (effectief of potentieel) natuurlijk alcohol-volumegehalte van verse druiven, van druivemost, van gedeeltelijk gegiste druivemost, van jonge nog gistende wijn en van wijn die tot v.q.p.r.d. kan worden verwerkt. Deze verhoging dient binnen de in artikel 18, lid 1, derde alinea, van Verordening (EEG) nr. 822/87 genoemde grenzen te blijven. In jaren waarin de weersomstandigheden uitzonderlijk ongustig zijn geweest, kan volgens de procedure van arti- kel 83 van Verordening (EEG) nr.822/87 toestemming worden verleend om het alcoholgehalte als bedoeld in de eerste alinea tot de in artikel 18, lid 2, genoemde verordening bedoelde grenzen te verhogen. Deze toestemming laat de mogelijkheid onverlet om, overeenkomstig laatstgenoemde bepaling, een eventuele gelijksoortige toestemming voor tafelwijn te verlenen. De in dit lid bedoelde verhoging mag slechts geschieden volgens de methoden en onder de voorwaarden die in artikel 19 van Verordening (EEG) nr. 822/87 met uitzondering van lid 6 van dat artikel, zijn vermeld.

3. Voor de verrijking van de cuvées die bestemd zijn voor de bereiding van v.m.q.p.r.d. is artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 358/79 van toepassing.

4. Het totale alcohol-volumegehalte van v.q.p.r.d. mag niet hoger zijn dan 9 % vol. Voor sommige witte v.q.p.r.d. die in het geheel geen verrijking hebben ondergaan, bedraagt het totale minimum alcohol-volumegehalte echter 8,5 % vol. Het effectieve alcohol-volumegehalte van v.m.q.p.r.d., met inbegrip van alcohol in de eventueel toegevoegde dosagelikeur, mag niet lager zijn dan 10 % vol. Voor aromatische v.m.q.p.r.d. bedraagt het minimum effectief alcohol- volumegehalte echter 6 % vol.

5. Het totale alcohol-volumegehalte van de cuvées die bestemd zijn voor de bereiding van v.m.q.p.r.d., mag niet lager zijn dan 9,5 % vol in de wijnbouwzones C III en niet lager dan 9 % vol in de andere wijnbouwzones. De cuvées die bestemd zijn voor de bereiding van bepaalde v.m.q.p.r.d. waarvan de benaming op een wijnstokras betrekking heeft, mogen evenwel een lager totaal alcohol-volumegehalte bezitten dan in de voorgaande alinea voor de betrokken wijnbouwzone is vermeld.

6. Volgens de procedure van artikel 83 van Verordening (EEG) nr. 822/87 worden vastgesteld:

-de lijst van de in lid 4, eerste alinea, tweede zin, bedeolde v.q.p.r.d., en

-de lijst van de in lid 5, tweede alinea, bedoelde v.m.q.p.r.d. alsmede het minimum totaal alcohol- volumegehalte van hun onderscheiden cuvées.

Artikel 9

1. De voorwaarden en de grenzen voor het aanzuren en het ontzuren van verse druiven, druivemost, gedeeltelijk gegiste druivemost, jonge nog gistende wijn en wijn, alsmede de procedure voor het verlenen van toestemming en het toestaan van afwijkingen, zijn in artikel 21 van Verordening (EEG) nr. 822/87 genoemd. Artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 358/79 is van toepassing op het aanzuren en ontzuren van de cuvées die voor de bereiding van v.m.q.p.r.d. zijn bestemd.

2. Het verzoeten van v.q.p.r.d. mag door een Lid-Staat slechts worden toegestaan indien deze bewerking plaatsvindt:

-met inachtneming van de in artikel 22 van Verordening (EEG) nr. 822/87 bedoelde voorschriften en grenswaarden,

-binnen het bepaalde gebied waaruit de betrokken v.q.p.r.d. afkomstig is of in een aangrenzend gebied, behoudens nader te bepalen uitzonderingen,

-met gebruikmaking van druivemost of van geconcentreerde druivemost, van oorsprong uit hetzelfde bepaalde gebied waaruit de betrokken wijn afkomstig is, op voorwaarde dat van deze geconcentreerde druivemost overeenkomstig artikel 23, lid 2, eerste alinea, van Verordening (EEG) nr. 822/87 opgave is gedaan. De in de voorgaande alinea bedoelde aangrenzende gebieden en uitzonderingsgevallen worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 83 van Verordening (EEG) nr. 822/87.

Artikel 10

Elk van de in artikel 8 en artikel 9, lid 1, bedoelde verrijkings-, aanzurings- en ontzuringsbewerkingen is slechts toegestaan wanneer zij onder de in artikel 23 van Verordening (EEG) nr. 822/87 gestelde voorwaarden wordt uitgevoerd. Behoudens het bepaalde in artikel 6, lid 2, derde alinea, mag een dergelijke bewerking slechts geschieden in het bepaalde gebied waar de gebruikte verse druiven zijn geoogst.

Artikel 11

1. Voor elke v.q.p.r.d. wordt door de betrokken Lid-Staat een opbrengst per hectare vastgesteld, die in hoeveelheden druiven, druivemost of wijn wordt uitgedrukt. Bij de vaststelling van deze opbrengst wordt in het bijzonder rekening gehouden met de opbrengsten van de tien voorafgaande jaren, waarbij alleen de kwalitatief bevredigende oogsten van de voor het bepaalde gebied representatieve gronden in aanmerking worden genomen. Voor een zelfde v.q.p.r.d. kan een verschillende opbrengst per hectare worden vastgesteld naar gelang van:

-het deelgebied, de gemeente of het deel van de ge- meente,

-het wijnstokras of de wijnstokrassen,

waaruit, onderscheidenlijk, de gebruikte druiven afkomstig zijn.

Deze opbrengst kan door de betrokken Lid-Staat worden gecorrigeerd.

2. Overschrijding van de in lid 1 bedoelde opbrengst heeft ten gevolge dat voor de gehele oogst het gebruik van de benaming waarop aanspraak wordt gemaakt, wordt verboden, behoudens algemene uitzonderingen of uitzonderingen voor bijzondere gevallen waarin door de Lid-Staten wordt voorzien op de voorwaarden die zij in voorkomend geval al naar gelang de produktiegebieden vaststellen; deze voorwaarden hebben met name betrekking op de bestemming van de wijnen of van de betrokken produkten.

Artikel 12

1. Voor de liqueur de tirage die voor de bereiding van een v.m.q.p.r.d. bestemd is mogen, naast fermenten en saccharose, alleen:

-druivemost,

-gedeeltelijk gegiste druivemost,

-wijn,

-v.q.p.r.d.,

gebruikt worden die tot dezelfde v.m.q.p.r.d. kunnen worden verwerkt als die waaraan de liqueur de tirage wordt toegevoegd.

2. In afwijking van bijlage I, punt 15, van Verordening (EEG) nr. 822/87 hebben v.m.q.p.r.d., wanneer zij bij een temperatuur van 20 C in gesloten recipiënten worden bewaard, een overdruk van ten minste 3,5 bar. Voor v.m.q.p.r.d. die in recipiënten met een inhoud van minder dan 25 centiliter worden bewaard en voor aromatische v.m.q.p.r.d. is de minimumoverdruk evenwel 3 bar.

3. De duur van het bereidingsproces van in Italië voortgebrachte v.m.q.p.r.d., met de bereiding waarvan tussen 1 september 1983 en 31 december 1984 is begonnen mag korter zijn dan negen maanden doch niet korter dan zes maanden, voor zover de betrokken v.m.q.p.r.d. in een vóór 1 september 1981 vastgestelde nationale regeling is omschreven.

4. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 83 van Verordening (EEG) nr. 822/87.

Artikel 13

1. De producenten moeten wijn die de benaming v.q.p.r.d. mag voeren, aan een analytisch en aan een organoleptisch onderzoek onderwerpen:

a)het analytisch onderzoek moet ten minste betrekking hebben op de waarden van die der in bijlage I opgesomde factoren, welke kenmerkend zijn voor de betrokken v.q.p.r.d. Door de producerende Lid-Staat worden voor elk van de v.q.p.r.d. de uiterste waarden van deze factoren vastgesteld;

b)het organoleptische onderzoek heeft betrekking op kleur, klaarheid, reuk en smaak.

2. De in lid 1 bedoelde onderzoeken kunnen steekproefsgewijs worden uitgevoerd door de daartoe door elke Lid-Staat aangewezen bevoegde instantie, totdat de Raad op voorstel van de Commissie met gekwalificeerde meerderheid van stemmen passende bepalingen voor een systematische en algemene toepassing heeft vastgesteld.

3. Voor zover voor de toepassing van deze verordening andere analysemethoden moeten worden gebruikt dan bedoeld in artikel 74 van Verordening (EEG) nr. 822/87, worden die methoden vastgesteld volgens de procedure van artikel 83 van genoemde verordening.

4. De wijze van toepassing van lid 1, en met name de bestemming van wijn welke niet aan de bij genoemd onderzoek gestelde eisen voldoet en de voorwaarden voor deze bestemming, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 83 van Verordening (EEG) nr. 822//87.

Artikel 14

1. V.m.q.p.r.d. mogen slechts in het verkeer worden gebracht indien de naam van het bepaalde gebied waarop zij recht hebben op de stop is vermeld, en indien de flessen vanaf het vertrek uit de plaats van vervaardiging van een etiket zijn voorzien. Wat de etikettering betreft, mogen evenwel uitzonderingen worden toegestaan op voorwaarde dat een doeltreffende controle wordt uitgeoefend.

2. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 83 van Verordening (EEG) nr. 822/87.

Artikel 15

1. De communautaire aanduiding "v.q.p.r.d.'' of een bijzondere traditionele aanduiding die in de Lid-Staten wordt gebruikt om bepaalde wijnen aan te duiden mag slechts worden gebezigd voor wijnen die voldoen aan de voorschriften van deze verordening en aan die welke ter toepassing daarvan worden vastgesteld.

2. Onverminderd de bij de nationale wetgevingen toegestane aanvullende vermeldingen, zijn, mits de nationale bepalingen betreffende de betrokken wijnen in acht worden genomen, de in lid 1 bedoelde bijzondere traditionele aanduidingen:

a)voor de Bondsrepubliek Duitsland:

de aanduidingen van de herkomst der wijnen, vergezeld van de benaming "Qualitaetswein'', of van de benaming "Qualitaetswein mit Praedikat'', samen met één der vermeldingen "Kabinett'', "Spaetlese'', "Auslese'', "Beerenauslese'', "Trockenbeerenauslese'' of "Eiswein'';

b)voor Frankrijk:

"Appellation d'origine contrôlée'', "Appellation contrôlée'', "Champagne'' en "Appellation d'origine vin délimité de qualité supérieure'';

c)voor Italie:

"Denominazione di origine contrallata'' en "Denominazione di origine controllata e garantita'';

d)voor Luxemburg:

"Marque nationale du vin luxembourgeois'';

e)voor Griekenland:

" Ïíïìáóßá ðñïåëåýóåùò åëåã÷ïìÝíç (appelation d'origine contrôlée)" en "Ïíïìáóßá ðñïåëåýóåùò áíùôÝñáò ðïéüôçôïò (appelation d'origine de qualité supérieure)"

f) voor Spanje :

Denominación de origen " en Denominación de origen calificada " ;

g) voor Portugal, met ingang ven de tweede etappe :

Denominação de origem ", Denominação de origem controlada " en Indicação de proveniência regulamentada "

3. De communautaire aanduiding v.m.q.p.r.d. " of een gelijkwaardige bijzondere traditionele aanduiding mag alleen voor v.m.q.p.r.d. worden gebruikt.

Een v.m.q.p.r.d. waarvan de koolzuurontwikkeling buiten een bepaald gebied heeft plaatsgevonden, mag de naam van dat gebied alleen dan dragen :

- indien aan de in artikel 6, lid 2, derde alinea, bedoelde voorwaarden is voldaan en

- indien de vermelding is toegestaan bij de wetgeving van de Lid-Staat op het grondgebied waarvan de druiven zijn geoogst.

4. Slechts indien het een v.q.p.r.d. betreft, mag de naam van een bepaald gebied ter aanduiding van de wijn worden gebruikt.

Op voorstel van de Commissie kan de Raad evenwel met gekwalificeerde meerderheid van stemmen toestaan om tijdens een overgangsperiode die op 31 augustus 1991 afloopt, op nader te bepalen voorwaarden de naam te gebruiken van sommige bepaalde gebieden ter aanduiding van tafelwijn waarvoor die naam traditioneel wordt gebruikt.

5. Voor de aanduiding en de aanbiedingsvorm van een andere drank dan wijn of druivemost mogen :

- de naam van een in artikel 3 bedoeld bepaald gebied die voorkomt op de uit hoofde van artikel 1, derde alinea, vastgestelde lijst voor wat de v.q.p.r.d. van de Gemeenschap in haar samenstelling op 1 januari 1981, betreft,

- de naam van een in artikel 4 bedoeld wijnstokras,

- een in lid 2 bedoelde bijzondere traditionele aanduiding of,

- voor zover zij door een Lid-Staat zijn toegekend voor de aanduiding van een wijn krachtens de communautaire bepalingen ter uitvoering van artikel 72, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 822/87 :

- de naam van een kleinere geografische eenheid dan het bepaalde gebied, of

- een aanvullende traditionele vermelding,

slechts worden gebruikt mits elke kans op verwarring inzake aard, oorsprong of herkomst en samenstelling van deze drank is uitgesloten.

Het gebruik van een in de eerste alinea bedoelde naam of aanduiding of van een van de termen Hock ", Claret ", Liebfrauenmilch " en Liebfraumilch ", zelfs indien deze vergezeld gaat van een term als trant ", soort ", wijze ", imitatie " of van een soortgelijke uitdrukking, is verboden voor de aanduiding en de aanbiedingsvorm van :

- goederen die onder post 22.07 van het gemeenschappelijk douanetarief vallen, behalve indien deze goederen werkelijk afkomstig zijn van de aldus aangeduide plaats,

- goederen die in de handel worden gebracht met duidelijk leesbare instructies om er bij de consument een drank uit te maken die wijn imiteert ; de naam van een wijnstokras mag echter worden gebruikt indien deze goederen werkelijk van dit ras afkomstig zijn, behoudens indien deze naam aanleiding geeft tot verwarring met de naam van een bepaald gebied of geografische eenheid die voor de aanduiding van een v.q.p.r.d. wordt gebruikt.

6. In samenhang met lid 5 kunnen overgangsbepalingen worden vastgesteld voor :

- het in het verkeer brengen van produkten waarvan de aanduidingen en de aanbiedingsvorm niet aan lid 5 beantwoorden ;

- het gebruik van voorraden etiketten en andere benodigdheden voor de etikettering die vóór 1 maart 1980 zijn gedrukt.

7. Een v.q.p.r.d. wordt in de handel gebracht onder de benaming van het bepaalde gebied, die de producerende Lid-Staat eraan heeft verleend.

Een wijn die voldoet aan de voorschriften van deze verordening en aan die welke ter toepassing daarvan zijn vastgesteld, mag niet zonder de aanduiding v.q.p.r.d. of zonder een in de leden 1 en 2 bedoelde bijzondere traditionele aanduiding in de handel worden gebracht. Een v.m.q.p.r.d. mag evenwel niet in de handel worden gebracht zonder de aanduiding v.m.q.p.r.d. of zonder een in lid 3 bedoelde gelijkwaardige bijzondere traditionele aanduiding.

De aanduiding v.q.p.r.d. of, naar gelang van het geval, v.m.q.p.r.d., alsmede de naam van het betreffende bepaalde gebied moeten op het in artikel 71, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 822/87 bedoelde begeleidende document worden vermeld.

8. De indeling van een v.q.p.r.d. in een lagere klasse kan onder de in de nationale wetgevingen vastgestelde voorwaarden in het produktiestadium plaatsvinden ; in het handelsstadium is indeling in een lagere klasse slechts mogelijk indien de kenmerken van de betrokken v.q.p.r.d. door een tijdens de rijping, de opslag of het vervoer geconstateerde verandering zijn verzwakt of gewijzigd.

9. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel en met name de bestemming van in een lagere klasse ingedeelde v.q.p.r.d., alsook de voorwaarden betreffende deze bestemming, worden vastegesteld volgens de procedure van artikel 83 van Verordening (EEG) nr. 822/87.

Artikel 16

1. Iedere Lid-Staat draagt zorg voor de controle op en de bescherming van v.q.p.r.d. die overeenkomstig deze verordening in de handel wordt gebracht.

2. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 83 van Verordening (EEG) nr. 822/87.

Artikel 17

1. Bij de opgaven van de oogsten en van de voorraden, bedoeld in de bepalingen die voor de toepassing van artikel 3, leden 1, 2 en 3, van Verordening (EEG) nr. 822/87 zijn vastgesteld, worden de voor de bereiding van v.q.p.r.d. gebruikte hoeveelheden druiven, druivemost en wijn, alsmede de v.q.p.r.d. afzonderlijk opgegeven.

2. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 83 van Verordening (EEG) nr. 822/87.

Artikel 18

De producerende Lid-Staten kunnen, met inachtneming van een eerlijk en constant gebruik voor de produktie en het verkeer van in bepaalde gebieden binnen hun grondgebied voortgebrachte kwaliteitswijnen, naast de bepalingen van deze verordening, aanvullende of strengere kemmerken en voorwaarden vaststellen.

Zij kunnen inzonderheid het maximumgehalte aan suikerresiduen van een v.q.p.r.d. beperken, met name voor wat de verhouding tussen het effectief alcohol-volumegehalte en de suikerresiduen betreft.

Artikel 19

De Lid-Staten en de Commissie verstrekken elkaar voor de toepassing van deze verordening de nodige gegevens.

De wijze waarop deze gegevens worden medgedeeld en verbreid, wordt vastgesteld volgens de procedure van artikel 83 van Verordening (EEG) nr. 822/87.

Artikel 20

1. Verordening (EEG) nr. 338/79 wordt ingetrokken.

2. Verwijzingen naar de krachtens lid 1 ingetrokken verordening worden gelezen als verwijzingen naar de onderhavige verordening.

Aanhalingen en verwijzingen die betrekking hebben op de artikelen van de ingetrokken verordening worden gelezen volgens de in bijlage II opgenomen concordantietabel.

Artikel 21

Deze verordening treedt in werking op 1april 1987.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 16 maart 1987.

Voor de Raad

De Voorzitter

L.TINDEMANS

Naar boven

Beheerd door het Publicatiebureau