31985L0467

Richtlijn 85/467/EEG van de Raad van 1 oktober 1985 houdende zesde wijziging (PCB's/PCT's) van Richtlijn 76/769/EEG betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der Lid- Staten inzake de beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten

Publicatieblad Nr. L 269 van 11/10/1985 blz. 0056 - 0058
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 13 Deel 19 blz. 0017
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 13 Deel 19 blz. 0017
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 13 Deel 14 blz. 0189
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 13 Deel 14 blz. 0189


*****

RICHTLIJN VAN DE RAAD

van 1 oktober 1985

houdende zesde wijziging (PCB's/PCT's) van Richtlijn 76/769/EEG betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der Lid-Staten inzake de beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten

(85/467/EEG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 100,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europese Parlement (1),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (2),

Overwegende dat polychloorbifenylen (PCB's) en polychloorterfenylen (PCT's) grote gevaren voor de gezondheid en het milieu kunnen opleveren;

Overwegende dat gebleken is dat, ondanks de door Richtlijn 76/769/EEG (3), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 83/478/EEG (4), opgelegde beperking van het gebruik van PCB's en PCT's, er in het algemeen geen tekenen zijn die wijzen op een waarneembare vermindering van de verontreiniging van het milieu door PCB's en PCT's en dat er bij brand zeer toxische emissies kunnen optreden; dat de grenswaarde van 0,1 gewichtspercent PCB of PCT in preparaten, als vastgesteld in Richtlijn 76/769/EEG, daarom aanzienlijk moet worden verlaagd;

Overwegende dat er sedert de aanneming van Richtlijn 76/769/EEG vervangingsprodukten zijn ontwikkeld die minder gevaarlijk voor mens en milieu worden geacht; dat het op de markt blijven brengen van PCB's en PCT's derhalve in de huidige omstandigheden niet meer verantwoord is, tenzij, voor beperkte duur, in bepaalde uitzonderlijke gevallen;

Overwegende dat het gebruik van PCB's en PCT's in bepaalde thans in bedrijf zijnde installaties en apparaten toegestaan dient te blijven tot afdanking ervan of tot het einde van de levensduur van die installaties en apparaten; dat de Lid-Staten echter op hun grondgebied het gebruik van PCB's en PCT's kunnen verbieden vóór het einde van de levensduur van die installaties en apparaten;

Overwegende dat het aan de Lid-Staten moet worden geoorloofd uitzonderingen op het verbod op het gebruik van PCB's en PCT's als grondstoffen en halffabrikaten toe te staan wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan en met name wanneer de Lid-Staten van oordeel zijn dat er geen gevaar voor de volksgezondheid en het milieu bestaat;

Overwegende dat een meer algemeen verbod op het gebruik van PCB's en PCT's in dit stadium niet haalbaar is; dat deze richtlijn evenwel een belangrijke fase vormt op weg naar een dergelijk verbod,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Punt 1 van bijlage I van Richtlijn 76/769/EEG wordt vervangen door de tekst die is opgenomen in de bijlage bij de onderhavige richtlijn.

2. Bijlage II van Richtlijn 76/769/EEG wordt als volgt gewijzigd:

- de huidige tekst van de bijlage wordt deel A van de bijlage;

- het volgende deel B wordt toegevoegd:

»B. Bijzondere bepalingen betreffende de etikettering van PCB's en PCT's bevattende produkten

Onverminderd het bepaalde in andere richtlijnen betreffende de etikettering van gevaarlijke stoffen en preparaten, mogen de Lid-Staten voorschrijven dat op de PCB's en PCT's bevattende apparaten en installaties ook aanwijzingen worden aangebracht voor de verwijdering van PCB's en PCT's en voor het onderhoud en het gebruik van de apparaten en installaties die deze stoffen bevatten. Deze aanwijzingen moeten horizontaal kunnen worden gelezen, wanneer het voorwerp dat PCB's of PCT's bevat op de gebruikelijke wijze is neergezet of bevestigd. Het opschrift moet duidelijk tegen de achtergrond uitkomen.

De Lid-Staten mogen eisen dat het opschrift in een op hun grondgebied begrijpelijke taal wordt opgesteld.".

Artikel 2

1. De Lid-Staten treffen de maatregelen die nodig zijn om uiterlijk op 30 juni 1986 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

2. De Lid-Staten delen de Commissie de tekst van alle bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 3

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten.

Gedaan te Luxemburg, 1 oktober 1985.

Voor de Raad

De Voorzitter

J. F. POOS

(1) PB nr. C 141 van 10. 6. 1985, blz. 76.

(2) PB nr. C 104 van 25. 4. 1985, blz. 1.

(3) PB nr. L 262 van 27. 9. 1976, blz. 201.

(4) PB nr. L 263 van 24. 9. 1983, blz. 33.

BIJLAGE

1.2 // // // Benaming van de stof, van de groepen van stoffen of van de preparaten // Beperkingsvoorwaarden // // // 1. - Polychloorbifenylen (PCB's), met uitzondering van mono- en dichloorbifenylen - Polychloorterfenylen (PCT's) - Preparaten, met inbegrip van afgewerkte oliën, die meer dan 0,01 gewichtspercent PCB of PCT bevatten // Mogen niet worden gebruikt. Toegestaan zijn evenwel de volgende categorieën, onder de volgende voorwaarden: 1. uiterlijk tot en met 30 juni 1986: elektrische apparaten in een afgesloten systeem: transformatoren, weerstanden en smoorspoelen; 2. uiterlijk tot en met 30 juni 1986: grote condensatoren (totaalgewicht 1 kg); 3. uiterlijk tot en met 30 juni 1986: kleine condensatoren (mits de PCB's niet meer dan 43 % aan chloor en niet meer dan 3,5 % aan pentachloorbifenylen of sterker gechloreerde bifenylen bevatten); // // 4. uiterlijk tot en met 30 juni 1986: warmtegeleidende media in warmteproducerende installaties in een gesloten systeem; // // 5. uiterlijk tot en met 30 juni 1986: hydraulische media voor ondergrondse uitrusting van mijnen; // // - Het gebruik van de in de punten 1 tot en met 5 bedoelde apparaten, installaties en media die op 30 juni 1986 in bedrijf zijn, blijft toegestaan tot hun afdanking dan wel tot het einde van hun levensduur. // // - De Lid-Staten mogen evenwel ter wille van de bescherming van de gezondheid en het milieu het gebruik op hun grondgebied van deze apparaten, installaties en media vóór hun afdanking dan wel vóór het einde van hun levensduur verbieden. // // - Het op de tweedehandsmarkt brengen van deze apparaten, installaties en media die niet voor afdanking zijn bestemd is met ingang van 30 juni 1986 verboden. // // - Indien de Lid-Staten het om technische redenen niet mogelijk achten vervangingsprodukten te gebruiken, mogen zij het gebruik van PCB's en PCT's en preparaten daarvan blijven toestaan voor zover zij bij normaal onderhoud van het materiaal uitsluitend bestemd zijn om het niveau van de PCB's bevattende vloeistoffen aan te vullen in bestaande installaties in goede staat van werking die vóór de inwerkingtreding van deze richtlijn zijn gekocht. // // 6. uiterlijk tot en met 30 juni 1986: grondstoffen en halffabrikaten die bestemd zijn om te worden verwerkt tot andere produkten die niet onder het verbod van Richtlijn 76/769/EEG en de richtlijnen tot wijziging daarvan vallen: na 30 juni 1986 mogen de Lid-Staten echter na voorafgaande met redenen omklede kennisgeving aan de Commissie afwijkingen toestaan van het verbod op het op hun markt brengen en het gebruik van deze grondstoffen en halffabrikaten, voor zover zij van oordeel zijn dat deze afwijkingen geen gevaarlijke gevolgen voor de gezondheid en het milieu meebrengen. // //


Beheerd door het Publicatiebureau