Richtlijn 82/953/EEG van de Commissie van 15 december 1982 houdende aanpassing aan de stand van de techniek van Richtlijn 79/622/EEG van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende kantelbeveiligingsinrichtingen op landbouw- of bosbouwtrekkers op wielen (statische proeven)
PB L 386 van 31.12.1982, blz. 31–38 (DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL)
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 13 Deel 12 blz. 145 - 152
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 13 Deel 14 blz. 22 - 29
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 13 Deel 12 blz. 145 - 152
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 13 Deel 14 blz. 22 - 29
bijzondere uitgave in het Tsjechisch: Hoofdstuk 13 Deel 006 blz. 383 - 390
bijzondere uitgave in het Ests: Hoofdstuk 13 Deel 006 blz. 383 - 390
bijzondere uitgave in het Hongaars Hoofdstuk 13 Deel 006 blz. 383 - 390
bijzondere uitgave in het Litouws: Hoofdstuk 13 Deel 006 blz. 383 - 390
bijzondere uitgave in het Lets: Hoofdstuk 13 Deel 006 blz. 383 - 390
bijzondere uitgave in het Maltees: Hoofdstuk 13 Deel 006 blz. 383 - 390
bijzondere uitgave in het Pools: Hoofdstuk 13 Deel 006 blz. 383 - 390
bijzondere uitgave in het Slowaaks: Hoofdstuk 13 Deel 006 blz. 383 - 390
bijzondere uitgave in het Sloveens: Hoofdstuk 13 Deel 006 blz. 383 - 390
bijzondere uitgave in het Bulgaars: Hoofdstuk 13 Deel 06 blz. 95 - 102
bijzondere uitgave in het Roemeens: Hoofdstuk 13 Deel 06 blz. 95 - 102
DA DE EL EN FR IT NL
| BG | ES | CS | DA | DE | ET | EL | EN | FR | GA | IT | LV | LT | HU | MT | NL | PL | PT | RO | SK | SL | FI | SV |
| html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | html | |||
| tiff | tiff | tiff | tiff | tiff | tiff | tiff |
| Twee talen naast elkaar: BG CS DA DE EL EN ES ET FI FR HU IT LT LV MT NL PL PT RO SK SL SV |
++++
RICHTLIJN VAN DE COMMISSIE
van 15 december 1982
houdende aanpassing aan de stand van de techniek van Richtlijn 79/622/EEG van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende kantelbeveiligingsinrichtingen op landbouw - of bosbouwtrekkers op wielen ( statische proeven )
( 82/953/EEG )
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap ,
Gelet op Richtlijn 74/150/EEG van de Raad van 4 maart 1974 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende de goedkeuring van landbouw - of bosbouwtrekkers op wielen ( 1 ) , laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 79/694/EEG ( 2 ) en bij de Akte van Toetreding van Griekenland , inzonderheid op artikel 11 ,
Overwegende dat het thans op grond van de opgedane ervaringen en gezien de huidige stand van de techniek mogelijk is bepaalde voorschriften van Richtlijn 79/622/EEG van de Raad ( 3 ) aan te vullen en beter aan te passen aan de werkelijke beproevingsomstandigheden ;
Overwegende dat de bepalingen van deze richtlijn geen afbreuk doen aan Richtlijn 77/536/EEG van de Raad van 28 juni 1977 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende kantelbeveiligingsinrichtingen op landbouw - of bosbouwtrekkers op wielen ( 4 ) ; dat , in verband hiermede , tot een nader vast te stellen tijdstip , de trekkers mogen zijn uitgerust met een kantelbeveiligingsinrichting die hetzij in overeenstemming is met de bepalingen van Richtlijn 77/536/EEG , hetzij met die van deze richtlijn ;
Overwegende dat de bepalingen van deze richtlijn in overeenstemming zijn met het advies van het Comité voor de aanpassing aan de vooruitgang der techniek van de richtlijnen tot opheffing van technische handelsbelemmeringen in de sector landbouw - en bosbouwtrekkers .
HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD :
Artikel 1
Bijlagen II tot en met IV van Richtlijn 79/622/EEG worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze richtlijn .
Artikel 2
1 . Met ingang van 1 oktober 1983 mogen de Lid-Staten :
- voor een trekkertype de EEG-goedkeuring , de nationale goedkeuring noch de afgifte weigeren van het document bedoeld in artikel 10 , lid 1 , laatste streepje , van Richtlijn 74/150/EEG ,
- het voor de eerste maal in het verkeer brengen van trekkers niet verbieden ,
indien de kantelbeveiligingsinrichting van dit trekkertype of van deze trekkers in overeenstemming is met de voorschriften van deze richtlijn .
2 . Met ingang van 1 oktober 1984 mogen de Lid-Staten :
- niet langer het document afgeven bedoeld in artikel 10 , lid 1 , laatste streepje , van Richtlijn 74/150/EEG voor een trekkertype waarvan de kantelbeveiligingsinrichting niet voldoet aan de voorschriften van deze richtlijn ;
- de nationale goedkeuring weigeren van een trekkertype waarvan de kantelbeveiligingsinrichting niet voldoet aan de voorschriften van deze richtlijn .
3 . Met ingang van 1 oktober 1985 mogen de Lid-Staten het voor de eerste maal in het verkeer brengen van trekkers verbieden indien de kantelbeveiligingsinrichting daarvan niet voldoet aan de voorschriften van deze richtlijn .
4 . De bepalingen van de leden 1 tot en met 3 doen geen afbreuk aan die van Richtlijn 77/536/EEG .
Artikel 3
De Lid-Staten doen de nodige voorschriften in werking treden om uiterlijk op 30 september 1983 aan deze richtlijn te voldoen . Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis .
Artikel 4
Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten .
Gedaan te Brussel , 15 december 1982 .
Voor de Commissie
Karl-Heinz NARJES
Lid van de Commissie
( 1 ) PB nr . L 84 van 28 . 3 . 1974 , blz . 10 .
( 2 ) PB nr . L 205 van 13 . 8 . 1979 , blz . 17 .
( 3 ) PB nr . L 179 van 17 . 7 . 1979 , blz . 1 .
( 4 ) PB nr . L 220 van 29 . 8 . 1977 , blz . 1 .
BIJLAGE
Bijlage II van Richtlijn 79/622/EEG wordt als volgt gewijzigd :
Punt 4.1.1 vervalt .
Punt 4.1.2 wordt punt 4.1.1 en luidt als volgt :
" 4.1.1 . De beveiligingsinrichting is in geen enkel deel van de in punt 3.2 van bijlage III omschreven vrije zone binnengedrongen , of heeft deze vrije zone steeds beveiligd tijdens de in de punten 1.2 , 1.3 , 1.5 , 1.6 en , eventueel , 1.7 van bijlage III omschreven proeven .
Indien een overbelastingsproef is uitgevoerd , moet in het stadium waarin de voorgeschreven hoeveelheid energie is opgenomen , de uitgeoefende kracht groter zijn dan 0,8 Fmax die zowel tijdens de hoofdproef als tijdens de betrokken overbelastingsproef optreedt ( zie figuren 4b en 4c van bijlage IV ) . " ,
Punt 4.1.3 wordt punt 4.1.2 .
Na punt 4.1.3 ( nu 4.1.2 ) komt een nieuw punt 4.1.3 :
" 4.1.3 . Bij iedere voorgeschreven horizontale belastingsproef moet , op het moment dat de vereiste hoeveelheid energie wordt bereikt , de kracht groter zijn dan 0,8 F max . " .
Punt 6 , " SYMBOLEN " , wordt als volgt gewijzigd :
Na D komt het volgende symbool :
" D' = vervorming ( in mm ) van de inrichting bij de vereiste berekende hoeveelheid energie , " .
Bij symbool F' komt een andere tekst :
" F' = kracht bij de vereiste berekende hoeveelheid energie , " .
De tekst van symbool F-D wordt als volgt gewijzigd :
" F-D = curve kracht/vervorming , " .
De tekst bij symbool E i12 wordt als volgt gewijzigd :
" E i12 = toegevoegde energie die bij de tweede belasting in de lengterichting moet worden opgenomen ( J ) , " .
De symbolen E i , E i' , E * en E i'' komen te vervallen .
Bijlage III van Richtlijn 79/622/EEG wordt als volgt gewijzigd :
Punt 1.2 luidt als volgt :
" 1.2 . Belasting in de lengterichting ( zie figuur 2 van bijlage IV )
De belasting wordt horizontaal aangelegd , evenwijdig aan het verticale middenvlak van de trekker .
Bij trekkers waarvan ten minste 50 % van de massa , zoals omschreven in punt 1.3 van bijlage II , op de achterwielen rust , zullen de belasting van achteren in de lengterichting en de belasting aan de zijkant worden aangelegd aan verschillende zijden van het middenlangsvlak van de beveiligingsinrichting . Bij trekkers waarvan ten minste 50 % van de massa op de voorwielen rust zal de belasting van voren worden aangelegd aan dezelfde zijde van het middenlangsvlak van de beveiligingsinrichting als de belasting van de zijkant .
De belasting wordt uitgeoefend op de bovenste dwarsligger van de beveiligingsinrichting ( dat wil zeggen het deel dat bij het kantelen het eerst de grond zou kunnen raken ) .
Het punt waarop de belasting wordt uitgeoefend bevindt zich op 1/6 van de breedte van de bovenzijde van de beveiligingsinrichting , binnenwaarts gemeten ten opzichte van de buitenhoek . De breedte van de beveiligingsinrichting wordt beschouwd als zijnde de afstand tussen twee lijnen evenwijdig aan het verticale middenvlak van de trekker die de uiterste punten van de beveiligingsinrichting raken in het horizontale vlak dat de bovenzijde van de bovenste dwarse constructiedelen raakt .
De balk moet een minimumlengte hebben van 1/3 van de breedte van de beveiligingsinrichting ( zoals eerder beschreven ) en mag niet meer dan 49 mm langer zijn dan de minimumlengte .
De belasting in de lengterichting wordt van de achterzijde of van de voorzijde aangelegd , zoals vastgesteld in punt 3.1.1.1 van bijlage II .
De proef moet worden gestaakt , indien :
a ) de vervormingsenergie die door de beveiligingsinrichting wordt opgenomen gelijk is aan of groter is dan de vereiste toegevoerde energie E i11 ( waarbij E i11 = 1,4 m * ) ;
b ) de beveiligingsinrichting binnendringt in de vrije zone , of deze zone niet langer beveiligt . " .
Punt 1.4 luidt als volgt :
" 1.4 . Overbelastingsproef
1.4.1 . Wanneer er tijdens de uitvoering van een horizontale belastingsproef barsten , scheuren of plooien zijn ontstaan , kan een overbelastingsproef noodzakelijk zijn ten einde de resterende sterkte van de inrichting vast te stellen en na te gaan of zij bestand is tegen eventueel doorrollen ( zie figuren 4a , 4b en 4c ) .
Een overbelastingsproef is altijd verplicht , indien de kracht met meer dan 3 % afneemt tijdens de laatste 5 % van de vervorming die bereikt wordt wanneer de vereiste energie door de inrichting wordt opgenomen ( zie figuur 4b ) .
1.4.2 . Bij de overbelastingsproef wordt de horizontale belasting telkens opgevoerd met 5 % van de aan het begin vereiste energie en wel tot een maximum van 20 % van de toegevoerde energie ( zie figuur 4c ) .
1.4.2.1 . Het resultaat van de overbelastingsproef wordt bevredigend geacht indien , na elke opvoering van de vereiste energie met 5 , 10 of 15 % , de kracht bij een opvoering met 5 % met minder dan 3 % afneemt en indien de kracht meer blijft bedragen dan 0,8 F max .
1.4.2.2 . Het resultaat van de overbelastingsproef wordt bevredigend geacht indien , nadat de inrichting 20 % van de toegevoerde energie heeft opgenomen , de kracht meer blijft bedragen dan 0,8 F max .
1.4.2.3 . Bijkomende scheuren of barsten en/of het binnendringen in de vrije zone of het ontbreken van de beveiliging van die zone als gevolg van elastische doorbuiging zijn gedurende de overbelastingsproef toegestaan . Na het wegnemen van de belasting mag de inrichting echter niet in de vrije zone doordringen en de zone dient volledig beveiligd te zijn . " .
De punten 3.1 tot en met 3.1.4 vervallen .
De punten 3.2 en 3.3 worden respectievelijk 3.1 en 3.2 .
Bijlage IV van Richtlijn 79/622/EEG wordt als volgt gewijzigd :
" FIGUREN
Figuur 1 : Punt waarop de zijdelingse belasting wordt aangelegd
Figuur 2 : Punt waarop de belasting van de achterzijde in de lengterichting wordt aangelegd
Figuur 3 : Voorbeeld van een inrichting voor uitvoering van de verbrijzelingsproef
Figuur 4a : Curve kracht/vervorming - overbelastingsproef is niet vereist
Figuur 4b : Curve kracht/vervorming - overbelastingsproef is vereist
Figuur 4c : Curve kracht/vervorming - voortzetting van de overbelastingsproef
Figuur 5 : Verklaring van de termen " permanente , elastische en totale vervorming "
Figuur 6a : Zijaanzicht van de vrije zone
Figuur 6b : Voor/achteraanzicht van de vrije zone
Figuur 6c : Isometrisch aanzicht
Figuur 7 : Apparaat voor bepaling van het referentiepunt van de zitplaats
Figuur 8 : Methode ter bepaling van het referentiepunt van de zitplaats " .
In de Engelse tekst wordt de titeltekst van figuur 1 vervangen door onderstaande tekst :
" Point of application of lateral loading " .
De tekeningen van de figuren 2 , 4a , 4b en 4c worden vervangen door de volgende tekeningen :
Figuur 2
Punt waarop de belasting van de achterzijde in de lengterichting wordt aangelegd ( indien ten minste 50 % van de trekkermassa op de achterwielen rust ) : zie P.b .
Figuur 4a
Curve kracht/vervorming - overbelastingsproef is niet vereist : zie P.b .
Figuur 4b
Curve kracht/vervorming - overbelastingsproef is vereist : zie P.b .
Figuur 4c
Curve kracht/vervorming - voortzetting van de overbelastingsproef : zie P.b .
| Naar boven |