31977L0187

Richtlijn 77/187/EEG van de Raad van 14 februari 1977 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen daarvan

Publicatieblad Nr. L 061 van 05/03/1977 blz. 0026 - 0028
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 5 Deel 2 blz. 0091
Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 05 Deel 2 blz. 0171
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 5 Deel 2 blz. 0091
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 05 Deel 2 blz. 0122
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 05 Deel 2 blz. 0122


++++

RICHTLIJN VAN DE RAAD

van 14 februari 1977

inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen , vestigingen of onderdelen daarvan

( 77/187/EEG )

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , inzonderheid op artikel 100 ,

Gezien het voorstel van de Commissie ,

Gezien het advies van het Europese Parlement ( 1 ) ,

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité ( 2 ) ,

Overwegende dat de economische ontwikkeling op nationaal en communautair vlak wijzigingen meebrengt in de structuur van de ondernemingen , die zich onder meer voltrekken door overgangen van ondernemingen , vestigingen of onderdelen daarvan aan andere ondernemers ten gevolge van overdrachten krachtens overeenkomst of fusies ;

Overwegende dat voorzieningen nodig zijn om de werknemers bij verandering van ondernemer te beschermen , in het bijzonder om het behoud van hun rechten veilig te stellen ;

Overwegende dat er in de Lid-Staten nog verschillen bestaan inzake de mate van de bescherming van de werknemers op dit gebied , en dat het dienstig is deze verschillen kleiner te maken ;

Overwegende dat deze verschillen rechtstreeks van invloed kunnen zijn op de werking van de gemeenschappelijke markt ;

Overwegende dat bijgevolg de onderlinge aanpassing van de wetgevingen op dit gebied op de weg van de vooruitgang , in de zin van artikel 117 van het Verdrag , dient te worden bevorderd ,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD :

AFDELING I

Werkingssfeer en definities

Artikel 1

1 . Deze richtlijn is van toepassing op de overgang van ondernemingen , vestigingen of onderdelen daarvan op een andere ondernemer ten gevolge van een overdracht krachtens overeenkomst , of een fusie .

2 . Deze richtlijn is van toepassing indien en voor zover de ondernemingen , vestigingen of onderdelen daarvan welke overgaan zich binnen de territoriale werkingssfeer van het Verdrag bevinden .

3 . Deze richtlijn is niet van toepassing op zeeschepen .

Artikel 2

In deze richtlijn wordt verstaan onder :

a ) vervreemder , iedere natuurlijke of rechtspersoon die door een overgang in de zin van artikel 1 , lid 1 , de hoedanigheid van ondernemer ten aanzien van de onderneming , de vestiging of het onderdeel daarvan verliest ;

b ) verkrijger , iedere natuurlijke of rechtspersoon die door een overgang in de zin van artikel 1 , lid 1 , de hoedanigheid van ondernemer ten aanzien van de onderneming , de vestiging of het onderdeel daarvan verkrijgt ;

c ) vertegenwoordigers van de werknemers , de vertegenwoordigers van de werknemers volgens de wettelijke voorschriften of het gebruik in de Lid-Staten , met uitzondering van de leden van de beheers - , bestuurs - of toezichthoudende organen van vennootschappen , die in bepaalde Lid-Staten in deze organen zitting hebben als werknemersvertegenwoordigers .

AFDELING II

Behoud van de rechten der werknemers

Artikel 3

1 . De rechten en verplichtingen welke voor de vervreemder voortvloeien uit de op het tijdstip van de overgang in de zin van artikel 1 , lid 1 , bestaande arbeidsovereenkomst of arbeidsverhouding , gaan door deze overgang op de verkrijger over .

De Lid-Staten mogen bepalen dat de vervreemder ook na het tijdstip van de overgang in de zin van artikel 1 , lid 1 , en naast de verkrijger aansprakelijk is voor de verplichtingen welke voortvloeien uit een arbeidsovereenkomst of een arbeidsverhouding .

2 . Na de overgang in de zin van artikel 1 , lid 1 , handhaaft de verkrijger de in een collectieve overeenkomst vastgelegde arbeidsvoorwaarden in dezelfde mate als deze voorwaarden in deze overeenkomst waren vastgesteld voor de vervreemder tot het tijdstip waarop de collectieve overeenkomst wordt beëindigd of afloopt , of waarop een andere collectieve overeenkomst in werking treedt of wordt toegepast .

De Lid-Staten mogen het tijdvak waarin de arbeidsvoorwaarden moeten worden gehandhaafd beperken mits dit tijdvak niet korter wordt dan een jaar .

3 . De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op de rechten van de werknemers op ouder lomsuitkeringen , invaliditeitsuitkeringen of uitkeringen aan nagelaten betrekkingen uit hoofde van voor één of meer bedrijfstakken geldende aanvullende stelsels van sociale voorzieningen welke bestaan naast de wettelijke stelsels van sociale zekerheid van de Lid-Staten .

De Lid-Staten stellen de nodige maatregelen vast om de belangen van de werknemers , alsmede van de personen die de vestiging van de vervreemder reeds hebben verlaten op het tijdstip van de overgang in de zin van artikel 1 , lid 1 , te beschermen met betrekking tot hun verkreger rechten of hun rechten in wording op ouderdomsuitkeringen met inbegrip van uitkeringen aan nagelaten betrekkingen uit hoofde van de in de eerste alinea bedoelde aanvullende stelsels .

Artikel 4

1 . De overgang van een onderneming , vestiging of onderdeel daarvan vormt op zichzelf voor de vervreemder of de verkrijger geen reden tot ontslag . Deze bepaling vormt geen beletsel voor ontslagen wegens economische , technische of organisatorische redenen die wijzigingen voor de werkgelegenheid met zich meebrengen .

De Lid-Staten mogen bepalen dat de eerste alinea niet van toepassing is op bepaalde welomschreven categorieën werknemers waarop de wettelijke voorschriften of het gebruik van de Lid-Staten inzake bescherming tegen ontslag geen betrekking hebben .

2 . Indien de arbeidsovereenkomst of de arbeidsverhouding wordt verbroken omdat de overgang in de zin van artikel 1 , lid 1 , een aanmerkelijke wijziging van de arbeidsvoorwaarden ten nadele van de werknemer ten gevolge heeft , wordt de arbeidsovereenkomst of de arbeidsverhouding geacht te zijn verbroken door toedoen van de werkgever .

Artikel 5

1 . Voor zover de vestiging als eenheid blijft bestaan , blijven de bij de wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften van de Lid-Staten vastgestelde positie en functie van de vertegenwoordigers of vertegenwoordiging van de bij de overgang in de zin van artikel 1 , lid 1 , betrokken werknemers behouden .

De eerste alinea is niet van toepassing indien overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften of het gebruik van de Lid-Staten is voldaan aan de vereisten ter zake van het opnieuw aanwijzen van de vertegenwoordigers of de vertegenwoordiging van de werknemers .

2 . Indien de zittingsduur van de vertegenwoordigers van de bij de overgang in de zin van artikel 1 , lid 1 , betrokken werknemers afloopt ten gevolge van de overgang , blijven de beschermende maatregelen waarin wordt voorzien door de wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften of het gebruik van de Lid-Staten op hen van toepassing .

AFDELING III

Informatie en overleg

Artikel 6

1 . De vervreemder en de verkrijger moeten de vertegenwoordigers van hun eigen werknemers die bij een overgang in de zin van artikel 1 , lid 1 , zijn betrokken , informatie verstrekken over de volgende onderwerpen :

- de reden van de overgang ,

- de juridische , economische en sociale gevolgen van de overgang voor de werknemers ,

- de ten aanzien van de werknemers overwogen maatregelen .

De vervreemder moet deze informatie tijdig voor de totstandkoming van de overgang aan de vertegenwoordigers van zijn werknemers verstrekken .

De verkrijger moet deze informatie tijdig aan de vertegenwoordigers van zijn werknemers verstrekken , en in ieder geval voordat deze werknemers in hun dienstverband en hun arbeidsomstandigheden rechtstreeks door de overgang worden getroffen .

2 . Indien de vervreemder of de verkrijger ten aanzien van hun eigen werknemers maatregelen overwegen , moeten zij over deze maatregelen tijdig overleg plegen met de vertegenwoordigers van hun eigen werknemers , ten einde te trachten tot overeenstemming te komen .

3 . De Lid-Staten waarvan de wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften voor de vertegenwoordigers van de werknemers voorzien in de mogelijkheid om een beroep te doen op een arbitrage-instantie ten einde een beslissing te verkrijgen over ten aanzien van de werknemers te treffen maatregelen , mogen de verplichtingen bedoeld in de leden 1 en 2 beperken tot de gevallen waarin de totstandgekomen overgang in de vestiging leidt tot een wijziging welke aanmerkelijke nadelen ten gevolge kan hebben voor een belangrijk gedeelte van de werknemers .

De informatie en het overleg moeten ten minste betrekking hebben op de ten aanzien van de werknemers overwogen maatregelen .

De informatie en het overleg moeten plaatsvinden tijdig voordat de in de eerste alinea bedoelde wijziging zich in de vestiging voltrekt .

4 . De Lid-Staten mogen de verplichtingen bedoeld in de leden 1 , 2 en 3 beperken tot de ondernemingen of de vestigingen die op grond van het aantal aldaar werkzame werknemers , in aanmerking komen voor de verkiezing of de aanwijzing van een meerhoofdig lichaam dat de werknemers vertegenwoordigt .

5 . De Lid-Staten mogen bepalen dat , indien er in een onderneming of in een vestiging geen vertegenwoordigers van de werknemers zijn , de betrokken werknemers vooraf in kennis moeten worden gesteld van de op handen zijnde overgang , in de zin van artikel 1 , lid 1 .

AFDELING IV

Slotbepalingen

Artikel 7

Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de bevoegdheid van de Lid-Staten om wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen toe te passen of in te voeren die gunstiger zijn voor de werknemers .

Artikel 8

1 . De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om binnen twee jaar na de kennisgeving van deze richtlijn aan deze richtlijn te voldoen ; zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis .

2 . De Lid-Staten delen de Commissie de tekst mede van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen .

Artikel 9

Binnen twee jaar na afloop van de in artikel 8 bedoelde termijn van twee jaar , verstrekken de Lid-Staten de Commissie alle nodige gegevens ten einde haar in staat te stellen aan de Raad een verslag over de toepassing van deze richtlijn voor te leggen .

Artikel 10

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten .

Gedaan te Brussel , 14 februari 1977 .

Voor de Raad

De Voorzitter

J . SILKIN

( 1 ) PB nr . C 95 van 28 . 4 . 1975 , blz . 17 .

( 2 ) PB nr . C 255 van 7 . 11 . 1975 , blz . 25 .