31975Y0425(02)

Eerste programma van de Europese Economische Gemeenschap voor een beleid inzake bescherming en voorlichting van de consument

Publicatieblad Nr. C 092 van 25/04/1975 blz. 0002 - 0016


EERSTE PROGRAMMA VAN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP VOOR EEN BELEID INZAKE BESCHERMING EN VOORLICHTING VAN DE CONSUMENT

INLEIDING

1. Het streven naar intensivering en coordinatie van de bemoeiingen die op de bescherming van de consument in de Europese Economische Gemeenschap zijn gericht, dat volgens de verklaringen van de Staatshoofden en Regeringsleiders op de Topconferentie van Parijs in oktober 1972 een van de taken van de Gemeenschap is, vormt een duidelijk en algemeen aangevoelde dwingende eis. De beraadslagingen in het Europese Parlement op 20 september 1972, waarin nogmaals met nadruk werd gewezen op de behoefte aan een samenhangend en afdoend beleid inzake consumentenbescherming, de nadien gedane suggesties van het Parlement en het Economisch en Sociaal Comité alsmede de werkzaamheden die op dit gebied reeds werden verricht door de Gemeenschappen en de Lid-Staten en door verschillende internationale organisaties, in het bijzonder de Raad van Europa en de O.E.S.O., bewijzen het bestaan van die behoefte.

Thans is het ogenblik aangebroken om op communautair niveau een beleid te voeren dat gericht is op bescherming van de consument waarbij door bundeling, versterking en uitbreiding van de werkzaamheden der Gemeenschap op dit gebied de nadruk wordt gelegd op de betekenis die deze hecht aan de kwalitatieve verbetering van de levensomstandigheden van hun onderdanen.

2. Het bestaan van uiteenlopende ervaringen in de landen van de uitgebreide Gemeenschap kan een stimulans zijn voor de ontwikkeling van nieuwe gedachten op het gebied van de consumentenbescherming, die naast de acties die in alle Lid-Staten worden gevoerd, de mogelijkheid openen de positie van de consument en het streven naar een beter evenwicht bij de verdediging van diens belangen in een ander licht dan voorheen te bezien.

3. De consument wordt niet meer alleen als koper en gebruiker van goederen of diensten ter voorziening in eigen behoeften of in de behoeften van een gezin of een groep beschouwd, doch als individu dat te maken heeft met de verschillende aspecten van de samenleving, waarbij hij als consument rechtstreeks of zijdelings betrokken kan worden. De belangen van de consument kunnen in vijf fundamentele rechten worden samengevat :

a) recht op bescherming van zijn gezondheid en veiligheid

b) recht op bescherming van zijn economische belangen

c) recht op schadevergoeding

d) recht op voorlichting en vorming

e) recht op vertegenwoordiging (recht om te worden gehoord).

4. Al deze rechten moeten effectiever worden uitgeoefend door middel van acties in het kader van het specifieke beleid van de Gemeenschap in sectoren zoals economie, gemeenschappelijk landbouwbeleid, sociale zaken, milieu, vervoer en energie, alsmede de onderlinge aanpassing van de wetgevingen, die allemaal van invloed zijn op de positie van de consument.

Deze acties passen zelf in de context van een beleid ter verbetering van de levensomstandigheden in de Gemeenschap.

5. In dit document worden de doelstellingen en algemene beginselen van een consumentenbeleid omschreven. Voorts worden hierin een aantal prioriteiten gesteld voor de in de komende jaren te verrichten werkzaamheden. Op dit zo uitgebreid en evoluerend gebied leek het namelijk verkieslijk het aantal werkzaamheden in de eerste fase te beperken, met dien verstande dat op voorstel van de Commissie in het licht van de vooruitgang die bij de uitvoering van het programma wordt geboekt, nieuwe oriëntaties aan de werkzaamheden kunnen worden gegeven.

I. ALGEMENE BESCHOUWINGEN

A. CONSUMENT EN ECONOMIE

6. Hoewel de bescherming van de consument sinds lang een feit is in de Lid-Staten van de Gemeenschap, is de consumptiepolitiek een betrekkelijk recent begrip. Zij vormt een antwoord op de omstandigheden die soms een bron zijn van misleiding en frustratie van de consument ten gevolge van de grote overvloed aan keuzemogelijkheden voor goederen en diensten en de complexe aard daarvan op een steeds ruimere markt. Hoewel een ruime markt voordelen biedt, is de consument als gebruiker van de markt niet langer in staat zijn rol van evenwichtsfactor volledig te spelen. Naarmate de omstandigheden op de markt zijn gewijzigd, dreigde dit evenwicht tussen leveranciers en kopers verstoord te geraken ten gunste van de leverancier. De ontdekking van nieuwe grondstoffen, de toepassing van nieuwe fabricagemethodes, de ontwikkeling van de communicatiemiddelen, de verruiming van de markten, het ontstaan van nieuwe verkoopmethodes, dat alles heeft geleid tot een verhoging van de produktie, de levering van en de vraag naar een enorme verscheidenheid van goederen en diensten. Hieruit volgt dat de consument van vroeger, die een over het algemeen geïsoleerde koper was op een lokale markt van geringe omvang, is veranderd in subject op een massamarkt, die het mikpunt is van reclamecampagnes en waarop druk wordt uitgeoefend door zeer hecht georganiseerde produktie - en distributiegroepen. De producent en de distributeur kunnen vaak gemakkelijker de marktvoorwaarden bepalen dan de consument. Ook door fusies, kartelvorming en door toepassing van bepaalde vormen van vrijwillige concurrentiebeperking werd het evenwicht verstoord ten nadele van de consument.

7. De handelsgebruiken, de inhoud van contracten, het consumentenkrediet en zelfs het begrip " concurrentie " evolueerden.

Deze wijzigingen werpen een nog schriller licht op bovengenoemde evenwichtsverstoringen en maakten de consumenten en de overheid gevoeliger voor een actie tot betere voorlichting van de consument over zijn rechten en tot zijn bescherming tegen het misbruik dat uit dergelijke handelwijzen kan voortvloeien.

Zaken die, zoals misleidend adverteren, vroeger in vele landen alleen als oneerlijke handelspraktijken tussen producenten werden beschouwd, worden nu ook opgevat als een aspect van de betrekkingen tussen producent en consument.

8. Er zijn pogingen ondernomen om het in de punten 6 en 7 genoemde evenwicht tussen de macht van de producent en de macht van de consument te herstellen. Een steeds uitvoeriger voorlichting was derhalve noodzakelijk om de consument in staat te stellen, voor zover mogelijk, een beter gebruik te maken van zijn middelen, vrijer een keuze te maken uit de diverse aangeboden produkten of diensten en invloed uit te oefenen op de prijzen, de ontwikkeling der produkten en de tendensen van de markt. Om deze reden zijn studies, enquêtes en vergelijkende tests verricht naar de kwaliteit en het nut van produkten en diensten, naar het prijsbeleid, de marktvoorwaarden, het gedrag van de consument, de rationalisering van het huishoudelijk werk, enz.

9. Daar de consument zich heeft gerealiseerd dat hij als individu slechts een zeer beperkte macht heeft, valt het te begrijpen dat hij streeft naar de vorming van verenigingen ter verdediging van de consumentenbelangen en dat er steeds vaker wordt aangedrongen op een grotere inschakeling van de consument bij de besluitvorming.

B. DE CONSUMENT EN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP

10. In de preambule van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap wordt " een voortdurende verbetering van de omstandigheden waaronder hun volkeren leven en werken " als één van de voornaamste doelstellingen van de Gemeenschap vermeld. Deze doelstelling is nader uitgewerkt in artikel 2 van het Verdrag, krachtens hetwelk onder de taken van de Gemeenschap vallen " de harmonische ontwikkeling van de economische activiteit, een gestadige en evenwichtige expansie, een grotere stabiliteit, een toenemende verbetering van de levensstandaard ".

Om die taak te verwezenlijken zijn reeds een aantal maatregelen genomen in overeenstemming met de vorm en de middelen die in het Verdrag zijn aangegeven.

11. De consument wordt als zodanig genoemd in artikel 39 van het Verdrag, dat, doelstellingen voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid zoals het veiligstellen van de voorziening en het stabiliseren van de markten, bepaalt dat redelijke prijzen moeten worden verzekerd bij de levering aan verbruikers.

12. Ten aanzien van de voorschriften betreffende de mededinging is, krachtens artikel 85, lid 3, het ten goede komen van een " billijk aandeel " aan de gebruikers in de daaruit voortvloeiende voordelen een voorwaarde voor het verlenen van toestemming voor overeenkomsten tussen ondernemingen, terwijl artikel 86 als voorbeeld van misbruik noemt " het beperken van de produktie, de afzet of de technische ontwikkeling ten nadele van de verbruikers ".

13. Bijlage 1 van dit document bevat een overzicht van de maatregelen die de Gemeenschap in het verleden heeft genomen en die voor de consument van belang zijn.

In bijlage 2 staat een selectie van richtlijnen die de Raad heeft vastgesteld op gebieden die voor de consument van belang zijn.

Hoewel het algemene beleid van de Gemeenschap een compromis is tussen tegenovergestelde economische belangen en de diverse beleidslijnen van de Lid-Staten, kan men stellig opmerken dat vooruitgang is geboekt met betrekking tot de bescherming en de voorlichting van de consument doch dat de bemoeiingen dienaangaande moeten worden voortgezet.

II. DOELSTELLINGEN VAN EEN COMMUNAUTAIR CONSUMENTENBELEID

14. Wanneer men let op de taken die aan de Gemeenschap zijn toevertrouwd, dan blijkt dat het geheel van de gevoerde acties een weerslag heeft op het geheel van de consument. Een eerste algemene doelstelling voor de Gemeenschap bestaat er dus in, de belangen van de consumenten in de verschillende sectoren van communautaire werkzaamheid in ruime mate in haar overwegingen te betrekken en te voorzien in hun collectieve en individuele behoeften. Het lijkt das noodzakelijk dat een specifiek beleid van de Gemeenschap inzake bescherming en voorlichting van de consument wordt vastgesteld. Ten opzichte van de andere vormen van gemeenschappelijk beleid gaat het hier om een algemeen beleidsvoornemen waarmee wordt beoogd de situatie van de consument, in ongeacht welke sector van de produktie, de distributie of de dienstverlening, te verbeteren. De voor dit beleid vastgestelde doelstellingen bestaan er met name in zorg te dragen voor :

A. een afdoende bescherming tegen de gevaren die de gezondheid en de veiligheid van de consument kunnen bedreigen

B. een afdoende bescherming tegen gevaren die de economische belangen van de consument schade kunnen toebrengen

C. raadgevingen, bijstand en schadevergoeding en zulks met passende middelen

D. voorlichting en vorming aan de consument

E. raadpleging en vertegenwoordiging van de consument bij de voorbereiding van beslissingen die hem betreffen.

A. BESCHERMING VAN DE GEZONDHEID EN VEILIGHEID VAN DE CONSUMENT

15. De acties met het oog op de verwezenlijking van dit doel moeten op de volgende principes berusten :

a) PRINCIPES

i) Goederen en diensten die de consument worden aangeboden, moeten zodanig zijn dat zij bij gebruik in normale of te verwachten omstandigheden geen gevaren opleveren voor de gezondheid of de veiligheid van de consument; indien zij een dergelijk gevaar kunnen opleveren moeten zij door middel van eenvoudige en snelle procedures uit de markt kunnen worden genomen.

In het algemeen moet ieder risico dat verbonden kan zijn aan een te verwachten gebruik van goederen en diensten, met inachtneming van hun aard en de personen waarvoor zij zijn bestemd, op een geschikte wijze ter kennis van de consument worden gebracht.

ii) De consument moet worden beschermd tegen de gevolgen van fysiek letsel dat wordt veroorzaakt door de gebrekkige produkten en diensten van de fabrikanten van goederen en de verleners van diensten.

iii) Stoffen of produkten die een bestanddeel kunnen zijn van of die kunnen worden toegevoegd aan levensmiddelen, moeten worden gedefinieerd en het gebruik ervan moet worden gereglementeerd, met name door het streven naar vaststelling van duidelijke en nauwkeurige positieve lijsten door middel van een communautaire regeling. Ook moeten behandelingen die op levensmiddelen zouden kunnen worden toegepast, worden gedefinieerd en het gebruik ervan gereglementeerd wanneer de bescherming van de consument zulks vereist.

Levensmiddelen mogen door de verpakking en andere voorwerpen of stoffen waarmee zij via hun omgeving in contact komen, door de vervoer - en opslagomstandigheden of door personen die ermee in aanraking komen, niet zodanig bederven of worden besmet dat zij de gezondheid of de veiligheid van de consument nadelig beïnvloeden of ongeschikt worden voor consumptie.

iv) Voor machines, elektrische en elektronische uitrusting en apparaten alsmede bepaalde categorieën goederen die op zichzelf of bij gebruik ervan een gevaar voor de gezondheid en de veiligheid van de consument kunnen vormen, moet een bijzondere reglementering worden vastgesteld en moet een door de overheid erkende of goedgekeurde procedure gelden (zoals goedkeuring of verklaring van conformiteit aan geharmoniseerde normen en regelingen) ten einde een volkomen veilig gebruik te waarborgen.

v) Voor bepaalde categorieën nieuwe produkten die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid of de veiligheid van de consument moet een bijzondere, voor de gehele Gemeenschap geharmoniseerde, toelating vereist zijn.

b) PRIORITEITEN

16. De Gemeenschap voert ter bevordering van het vrije verkeer van goederen reeds een actief beleid, gericht op de onderlinge aanpassing van de wetgevingen op het gebied van landbouw en levensmiddelen alsmede op industrieel gebied. De Raad heeft verscheidene programma's (1) aangenomen met betrekking tot specifieke gebieden, ten einde de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de Lid-Staten te harmoniseren. Deze programma's voorzien in voorrang vereisende doelstellingen voor de onderlinge aanpassing van de wetgevingen en in een tijdschema voor de verwezenlijking ervan. De gebieden die van bijzonder belang zijn voor de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de consument, zijn de volgende :

- levensmiddelen

- kosmetische produkten en detergentia

- werktuigen en duurzame gebruiksgoederen

- auto's

- textiel

- speelgoed

- gevaarlijke stoffen

- voorwerpen die in aanraking komen met levensmiddelen

- geneesmiddelen

- meststoffen en produkten ter bestrijding van parasieten

- produkten voor veterinair gebruik, alsmede voor gebruik in diervoeders (2).

17. De activiteit die de Gemeenschap op dit gebied moet ontplooien, kan als volgt worden omschreven :

- de in punt 16 vermelde programma's toepassen, in het bijzonder ten aanzien van de prioriteiten waar de consument belang bij heeft;

- voorgaan met de bestudering van de resultaten van het huidige onderzoek met betrekking tot de stoffen die een nadelige invloed kunnen hebben op de gezondheid of de veiligheid van de consument, met name die welke in punt 16 zijn genoemd; eventueel de nodige initiatieven nemen om dergelijke onderzoekwerkzaamheden te coordineren en te bevorderen;

- bepalen voor welke produkten of categorieën produkten er, omdat zij de gezondheid of de veiligheid negatief kunnen beïnvloeden, geharmoniseerde toelatingsprocedures van toepassing moeten zijn in de gehele Gemeenschap.

B. BESCHERMING VAN DE ECONOMISCHE BELANGEN VAN DE CONSUMENT

18. Dit soort bescherming kan het best worden verschaft door middel van wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, hetzij geharmoniseerd op communautair niveau, hetzij rechtstreeks op dat niveau uitgevaardigd, welke berusten op onderstaande principes (*).

a) PRINCIPES

19. i) Kopers van goederen of diensten moeten worden beschermd tegen het misbruik van de machtspositie van de verkoper, in het bijzonder tegen eenzijdige standaardcontracten (*), de oneerlijke uitsluiting van essentiële rechten in contracten, oneerlijke kredietvoorwaarden, het eisen van betaling voor niet-bestelde goederen en agressieve verkoopmethoden.

ii) De consument moet worden beschermd tegen schade die aan zijn economische belangen wordt toegebracht door goederen met gebreken of onbevredigende diensten.

iii) Bij de aanbieding en verkoopsbevordering van goederen en diensten, met inbegrip van financiële diensten, mag degene aan wie die goederen of diensten worden aangeboden of die erom heeft gevraagd niet rechtstreeks of zijdelings worden misleid.

iv) Geen enkele vorm van reclame - visuele en auditieve - mag de potentiële koper van een produkt of dienst misleiden. Ongeacht het ingeschakelde medium moet de reclamemaker in staat zijn met passende middelen de juistheid te bewijzen van wat hij heeft beweerd.

v) Alle informatie die wordt verstrekt op etiketten, op het verkooppunt of in reclame moet juist zijn.

vi) De consument heeft recht op een bevredigende service na verkoop voor duurzame gebruiksgoederen, met inbegrip van het verkrijgen van de noodzakelijke onderdelen voor het verrichten van reparaties.

vii) Het goederenassortiment dat aan de consument wordt aangeboden, dient zodanig te zijn dat de consumenten voor zover mogelijk uit een passende sortering kunnen kiezen.

b) PRIORITEITEN

20. i) De algemene voorwaarden betreffende het verlenen van consumentenkrediet, met inbegrip van die betreffende de huurkoop, harmoniseren.

Uit de naar aanleiding van de recente ontwikkeling der kredietvoorzieningen verrichte studies blijkt dat de consument op dit gebied steun nodig heeft.

21. De Commissie zal, op basis van studies die reeds door haar diensten en door nationale overheidsdiensten werden gemaakt, voorstellen indienen omtrent de algemene voorwaarden betreffende het verlenen van consumentenkrediet.

22. ii) De consument door passende middelen beschermen tegen bedrieglijke of misleidende reclame :

- door vaststelling van beginselen aan de hand waarvan het bedrieglijke, misleidende of oneerlijke karakter van reclame kan worden beoordeeld,

- door het nemen van de nodige maatregelen om te voorkomen dat de economische belangen van de consument worden geschaad door een bedrieglijke, misleidende of oneerlijke reclame,

- door het bestuderen van procedures waarmede snel een einde kan worden gemaakt aan bedrieglijke of misleidende reclamecampagnes en de waarheidsgetrouwheid van de berichtgeving kan worden gewaarborgd,

- door het bestuderen van de mogelijkheden om de gevolgen van bedrieglijke of misleidende reclame te bestrijden, met name door de publikatie van rectificerende berichten.

- door het bestuderen van de problemen in verband met het omkeren van de bewijslast.

23. De Commissie zal hiertoe :

- steunen op de werkzaamheden die reeds werden verricht (*); zo nodig zal zij een en ander aanvullen met specifieke studies;

- het werk voortzetten dat thans wordt verricht in het kader van de onderlinge aanpassing van de wetgevingen;

- overeenkomstige, passende voorstellen indienen bij de Raad.

24. iii) De consument beschermen tegen oneerlijke bandelspraktijken, met name op de volgende gebieden :

- contractclausules (*),

- garantievoorwaarden, in het bijzonder voor duurzame gebruiksgoederen,

- huis-aan-huisverkoop (*),

- premie-aanbiedingen,

- niet-bestelde goederen,

- aanduidingen op etiketten, verpakkingen, enz.

25. De Commissie zal hiertoe :

- de reeds door de Lid-Staten genomen maatregelen en de studies die thans door internationale organisaties worden verricht of zijn voltooid, vergelijken;

- alle dienstige voorstellen indienen bij de Raad.

26. iv) De voorschriften inzake de produktaansprakelijkheid harmoniseren ten einde de bescherming van de consument te verbeteren

27. De Commissie zal hiertoe bij de Raad passende voorstellen indienen op basis van de reeds verrichte of aan de gang zijnde studies (*).

28. v) Het pakket en de kwaliteit van de aan de consument verleende diensten verbeteren

29. Op dit complexe en doorgaans weinig bestudeerde terrein staat er voor de Gemeenschap een wijd gebied open voor studie en actie. De Commissie zal een studie over dit onderwerp maken. Zij zal de conclusies van deze studie voor 31 december 1975 indienen, zo, nodig vergezeld van passende voorstellen.

30. vi) De meer algemene economische belangen van de consument bevorderen

Ten einde beter tegemoet te komen aan de individuele en collectieve behoeften van de consumenten moet een oplossing worden gezocht voor sommige algemene vraagstukken zoals :

- het individueel verkrijgen van een betere verhouding tussen kwaliteit en prijs voor goederen en diensten;

- het voorkomen van verspilling, met name ten aanzien van :

- de verpakking van de produkten,

- de gebruiksduur der goederen,

- het terugwinnen van grondstof uit materialen;

- het beschermen tegen vormen van reclame die indruisen tegen de persoonlijke vrijheid van de consument.

31. Ten einde aan deze betrekkelijk nieuwe wensen tegemoet te komen, zal de Commissie zich beijveren om via studies meer inzicht te krijgen in de factoren die de vaststelling van een toekomstige actie mogelijk maken.

C. RAADGEVINGEN, BIJSTAND EN SCHADEVERGOEDING

a) PRINCIPES

32. De consument moet raadgevingen en bijstand ontvangen in verband met klachten met betrekking tot schade die hij ondervindt ten gevolge van de aankoop of het gebruik van goederen met gebreken of onbevredigende diensten.

Voorts heeft hij recht op een billijke vergoeding van deze schade door middel van een snelle, afdoende en goedkope procedure.

b) ACTIE

33. Hiertoe moet de Commissie :

i) een studie maken van :

- de systemen inzake bijstand en adviezen die reeds worden toegepast in de Lid-Staten;

- de systemen en wetgevingen die in bepaalde derde landen worden toegepast en die met de hierboven geoemde overeenstemmen;

- de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende de verdediging van de consument voor de rechtbank, in het bijzonder de verschillende voorzieningen en procedures die kunnen worden toegepast, met inbegrip van de door consumentenverenigingen of andere organisaties gevoerde acties;

- de systemen en wetgevingen die in bepaalde derde landen worden toegepast en die met de hierboven genoemde overeenstemmen;

ii) documenten publiceren waarin een synthese en een vergelijking wordt gegeven van de voor - en nadelen van de verschillende systemen, procedures en documentatie met betrekking tot de bijstand van de consument en adviesverlening, klachten en rechtsgedingen;

iii) zo nodig passende voorstellen indienen ter verbetering van de bestaande systemen en voor een beter gebruik ervan;

iv) de wenselijkheid bestuderen van een procedure voor uitwisseling van informatie over de resultaten van klachten en verhaalsacties met betrekking tot produkten die op grote schaal worden verkocht in alle of in verscheidene Lid-Staten.

D. VOORLICHTING EN VORMING VAN DE CONSUMENT

Voorlichting van de consument

a) PRINCIPES

34. De koper van goederen en diensten moeten beschikken over een voorlichting die voldoende is om :

- kennis te verkrijgen over de belangrijkste kenmerken van de aangeboden goederen en diensten, bijvoorbeeld de aard, de kwaliteit, de kwantiteit en de prijzen;

- een rationele keuze te kunnen maken tussen concurrerende produkten en diensten;

- deze produkten en diensten volkomen veilig en op bevredigende wijze te kunnen gebruiken;

- een schadeloosstelling te kunnen eisen voor eventuele schade, veroorzaakt door het gekochte produkt of de verleende dienst.

b) PRIORITEITEN

35. i) Acties in verband met de informatie inzake goederen en diensten

- algemene principes vaststellen die moeten worden toegepast bij de opstelling van alle specifieke richtlijnen of andere regelingen die de bescherming van de consument betreffen;

- voorschriften vaststellen voor de etikettering van de produkten waarvan de specificaties op communautair niveau worden geharmoniseerd. Hierin moet worden bepaald dat de aanduidingen op etiketten duidelijk, leesbaar en ondubbelzinnig moeten zijn;

- voor levensmiddelen regels vaststellen waarin duidelijk wordt vermeld welke verschillende gegevens ter kennis van de consument moeten worden gebracht, (bijvoorbeeld aard, samenstelling, gewicht of volume, voedingswaarde, datum van vervaardiging of iedere andere datum van belang, enz.);

- voor andere produkten dan levensmiddelen en voor diensten, regels vaststellen waarin duidelijk wordt vermeld welke vermeldingen van belang zijn voor de consument en te zijner kennis moeten worden gebracht;

- gemeenschappelijke beginselen vaststellen betreffende de vermelding van de prijs en eventueel de prijsaanduiding per standaardhoeveelheid;

- het gebruik en de harmonisatie aanmoedigen van vrijwillige informatieve etiketteringsstelsels.

36. ii) Acties in verband met vergelijkende tests

Vergelijkende tests vormen eveneens een bron van informatie. Deze tests kunnen worden uitgevoerd door organisaties die door de overheid worden gefinancierd, door particuliere organisaties of door gemengde instellingen. Een gecoordineerde uitwisseling van informatie tussen deze organisaties en instellingen zou een winstpunt zijn (*).

De Commissie neemt de nodige initiatieven opdat de organisaties die in de Lid-Staten vergelijkende tests verrichten, zo nauw mogelijk samenwerken, met name door het uitvoeren van gemeenschappelijke tests of de vaststelling van gelijksoortige normen voor de tests.

37. iii) Bestudering van het gedrag van de consument

Ten einde een gecoordineerd beleid uit te stippelen in de sector van de consumentenvoorlichting en -vorming, dient er meer bekend te zijn over gedrag en houding van de consument. De Commissie houdt reeds geregeld enquêtes onder consumenten inzake bepaalde aspecten van de economische toestand van de Gemeenschap. Zij zal voortgaan met deze enquêtes, die zij tot andere onderwerpen zal uitbreiden in samenwerking met de Lid-Staten, de consumentenverenigingen en andere organisaties, ten einde meer te weten te komen over de behoeften en het gedrag van de consument in de Gemeenschap.

38. iv) De consument duidelijk op de hoogte brengen van de op nationaal en op communautair niveau genomen maatregelen die zijn belangen rechtstreeks of zijdelings kunnen raken.

39. Een dergelijke actie houdt voor de Commissie met name het volgende in :

- een inventaris opmaken van die categorieën voorlichting waaraan de consument in de Gemeenschap het meest behoefte heeft op het gebied van goederen en diensten en op grond daarvan een documentatie uitwerken;

- voorzien in een grotere hoeveelheid en verscheidenheid aan duidelijke voorlichting over zaken van belang voor de consument die door de Gemeenschap worden behandeld en in dit opzicht nauw samenwerken met de Lid-Staten, de consumentenverenigingen en andere organisaties;

- de vervaardiging van televisie - en radioprogramma's, films, persartikelen enz. over consumentenvraagstukken bevorderen;

- een jaarlijks rapport opstellen over de maatregelen die door de Gemeenschap en de Lid-Staten in het belang van de consument werden genomen op het gebied van wetgeving en de toepassing daarvan, voorlichting, overleg en coordinatie.

v) Voorlichting over prijzen

40. Voorlichting van de consument over de voorwaarden inzake prijsvorming in de Gemeenschap is gewenst.

Een dergelijke voorlichting zal worden verstrekt door de Commissie, met name in het jaarlijkse rapport waarvan sprake is in punt 39.

41. De Commissie moet haar enquêtes inzake de kleinhandelsprijzen voortzetten en trachten het publiek tijdig in te lichten omtrent de prijsverschillen in de Gemeenschap.

Vorming van de consument

a) PRINCIPES

42. Er moeten educatieve voorzieningen ter beschikking worden gesteld van kinderen, jongeren en volwassenen, ten einde hen in staat te stellen zich te doen gelden als bewuste consumenten, die in staat zijn een oordeelkundige keuze te doen uit goederen en diensten, zich bewust van hun rechten en plichten. Om dit te bereiken zou de consument met name de beschikking moeten hebben over een basiskennis van de beginselen van de hedendaagse economie.

b) ACTIE

43. i) De vorming van de consument stimuleren

Om de vooruitgang bij de vorming van de consument door wenken en adviezen op het niveau van de Gemeenschap te completeren, moet de Commissie in samenwerking met de Lid-Staten en de consumentenorganisaties aanvullende studies ondernemen.

Dergelijke in samenwerking met deskundigen van de Lid-Staten verrichte studies moeten erop gericht zijn de methoden en het materiaal te bepalen waarmee, via de leerprogramma's, een grondiger vorming tot consument op scholen, universiteiten en in andere onderwijsinstellingen wordt bevorderd.

44. ii) Opleiden van docenten

De opleiding van hen die anderen moeten onderrichten, is noodzakelijk; hierover zijn talrijke ideeën geopperd, zoals de oprichting in de Lid-Staten van centra waar een dergelijke opleiding, gebaseerd op de resultaten van economisch en sociologisch onderzoek, kan worden gegeven. Eveneens wordt gedacht aan de uitwisseling van denkbeelden, personeel en studenten tussen dergelijke centra. De Commissie zal in dit opzicht stimulerend werkzaam zijn.

45. iii) Voorzien in een ruime verspreiding van de informatie

In het kader van haar algemeen voorlichtingsbeleid zal de Commissie de uitwisseling en de verspreiding van informatie bevorderen over onderwerpen die van belang zijn voor de consument, zulks in samenwerking met de nationale overheidsinstanties en de instellingen die zich bezighouden met consumentenaangelegenheden. De publikatie van het jaarlijkse rapport waarvan sprake is in punt 39 kan eveneens een goede gelegenheid zijn om bij te dragen tot de bewustwording van de consument.

E. RAADPLEGING EN VERTEGENWOORDIGING VAN DE CONSUMENT

a) PRINCIPES

46. De consument moet worden geraadpleegd en gehoord bij de voorbereiding van besluiten die op hem betrekking hebben, in het bijzonder via verenigingen die betrokken zijn bij de bescherming en de voorlichting van de consument.

b) ACTIES

47. De actie van de Commissie op dit gebied houdt het volgende in :

i) met gebruikmaking van de bestaande studies (*) een vergelijkende studie maken van de verschillende thans in de Lid-Staten bestaande vormen van raadpleging, vertegenwoordiging en deelneming van de consument, en inzonderheid van de voorschriften en criteria betreffende de representativiteit van de consumentenorganisaties en de eventuele erkenning van die organisaties door de overheid;

ii) de representatieve consumentenorganisaties aanmoedigen tot de bestudering van bepaalde kwesties die van bijzonder belang zijn voor de consument, tot het bekendmaken van hun standpunten en tot het coordineren van hun inspanningen;

iii) de uitwisseling bevorderen van informatie tussen Lid-Staten over de meest geschikte wijze om aan de consument de middelen te verschaffen om te worden geraadpleegd en gehoord.

III. UITVOERING

48. Bij de uitvoering van dit programma zal de Commissie in hoge mate rekening houden met de studies en werkzaamheden die reeds door de Lid-Staten, door internationale instellingen (1) en door consumentenorganisaties werden verricht en zal zij met deze laatsten een samenwerking tot stand brengen, waardoor de Gemeenschap kan profiteren van de reeds ondernomen werkzaamheden.

In dit verband is de samenwerking met de Raad van Europa en de O.E.S.O. van bijzonder gewicht, gezien de door deze organisaties ondernomen werkzaamheden die betrekking hebben op onderwerpen inzake de bescherming en voorlichting van de consument en die in dit programma met een sterretje (*) zijn aangegeven.

Het belang van een dergelijke samenwerking mag niet worden onderschat en alles zal in het werk worden gesteld voor de instandhouding en uitbreiding van de nauwe banden en goede betrekkingen die reeds ontstaan zijn of die verder zullen ontstaan op het gebied van aangelegenheden die de consument aangaan.

49. Deze tekst moet worden beschouwd als de eerste etappe van een meer omvattend programma dat misschien daarna verder zal moeten worden ontwikkeld. Het doel is deze eerste fase binnen een termijn van vier jaar af te ronden.

(1) Algemeen programma voor de opheffing van de technische belemmeringen van het handelsverkeer in industriële en voedingsprodukten die het gevolg zijn van verschillen tussen de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der Lid-Staten, opgesteld bij de Resolutie van de Raad van 28 mei 1969 (PB nr. C 76 van 17. 6. 1969, blz. 1) aangevuld bij de Resolutie van de Raad van 21 mei 1973 (PB nr. C 38 van 5. 6. 1973, blz. 1).

- Actieprogramma van 17 december 1973 inzake industrieel en technologisch beleid (Resolutie van de Raad van 17 december 1973, zie PB nr. C 117 van 31. 12. 1973, blz. 1).

(2) Zie Resolutie van de Raad van 22 juli 1974 (PB nr. C 92 van 6. 8. 1974, blz. 2).

(3) De samenwerking zal onder meer worden gehandhaafd met de volgende internationale instellingen :

- Verenigde Naties; Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs; Wetenschap en Cultuur; Wereldgezondheidsorganisatie; Voedsel - en Landbouworganisatie en de Codex Alimentarius; Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling; Raad van Europa; Comité voor Consumentenbelangen uit de Noordse landen;

- International Organization for Standardization en International Electrotechnical Commission; European Committee for Standardization en European Committee for Electrotechnical Standardization.

(*) Zie punt 48.

BIJLAGE 1

DOOR DE GEMEENSCHAP TOT DUSVER GENOMEN MAATREGELEN DIE VOOR DE CONSUMENT VAN BELANG ZIJN

De ontwikkeling van de Europese Economische Gemeenschap en de totstandbrenging van de douane-unie zijn voor de consument van belang geweest, met name op de volgende gebieden :

a) Ruimere keuze voor de consument

De keuze voor de consument werd ruimer door een meer gediversifieerde en regelmatiger stroom van produkten, die tot stand kwam door het vrije verkeer van produkten.

b) Concurrentie en prijzen

Toepassing van de artikelen 85 en 86 van het Verdrag heeft ertoe bijgedragen de concurrentie in de gemeenschappelijke markt te handhaven met de gevolgen hiervan voor de totstandkoming van de prijzen.

c) Harmonisatie van de reglementeringen

Bij de uitwerking van een aantal richtlijnen voor de sector landbouw en industrieprodukten is gedacht aan het belang van de consument, in het bijzonder met betrekking tot zijn gezondheid en veiligheid (voorbeelden worden gegeven in bijlage 2).

d) Voorlichting en vertegenwoordiging van de consument

De door de voorlichtingsdiensten van de Commissie verspreide informatie werd aangevuld met een aantal standpunten van het Contactcomite van consumenten, dat van 1962 tot 1972 heeft bestaan.

De Commissie heeft de Dienst Leefmilieu en Consumentenbelangen opgericht, met een speciale afdeling voor voorlichting en bescherming van consumenten.

De lacune die was ontstaan door de opheffing van het Contactcomité, is opgevuld doordat de Commissie een Raadgevend Consumentencomité heeft opgericht (besluit van 25 september 1973 (1)), dat op 19 november 1973 zijn eerste vergadering heeft gehouden.

Er bestaan nog andere Raadgevende Comités waarin naast de consumenten de producenten en andere belanghebbende partijen zijn vertegenwoordigd, met name in de landbouwsector en op douanegebied.

(1) PB nr. L 283 van 10. 10. 1973, blz. 18.

BIJLAGE 2

EEN SELECTIE VAN DOOR DE RAAD AANGENOMEN RICHTLIJNEN DIE VOOR DE CONSUMENTEN VAN BELANG ZIJN

(Lijst van 31 mei 1974)

LEVENSMIDDELEN

1. Toegestane kleurstoffen

Onderlinge aanpassing van de wetgevingen :

richtlijn van 23. 10. 1962 (PB nr. 115 van 1962, blz. 2645/62), gewijzigd bij de volgende Richtlijnen nrs. :

- 65/469/EEG (PB nr. 178 van 1965, blz. 2793/65),

- 67/653/EEG (PB nr. 263 van 1967, blz. 4),

- 68/419/EEG (PB nr. L 309 van 1968, blz. 24),

- 70/358/EEG (PB nr. L 157 van 1970, blz. 36).

2. Toegestane conserveermiddelen

a) Onderlinge aanpassing van de wetgevingen :

Richtlijn nr. 64/54/EEG van 5. 11. 1963 (PB nr. 12 van 1964, blz. 161/64), gewijzigd bij de volgende Richtlijnen nrs. :

- 65/66/EEG (PB nr. 22 van 1965, blz. 373/65),

- 66/722/EEG (PB nr. 233 van 1966, blz. 3947/66),

- 67/427/EEG (PB nr. 148 van 1967, blz. 1),

- 68/420/EEG (PB nr. L 309 van 1968, blz. 25),

- 70/359/EEG (PB nr. L 157 van 1970, blz. 38),

- 71/160/EEG (PB nr. L 87 van 1971, blz. 12),

- 72/444/EEG (PB nr. L 298 van 1972, blz. 48),

- 74/62/EEG (PB nr. L 38 van 1974, blz. 29).

b) Zuiverheidseisen inzake toegestane conserveermiddelen :

Richtlijn nr. 65/66/EEG van 26. 1. 1965 (PB nr. 22 van 1965, blz. 373/65); gewijzigd bij Richtlijn nr. 67/428/EEG (PB nr. 148 van 1967, blz. 10), gerectificeerd in PB nr. 126 van 1965, blz. 2148/65.

c) Maatregelen betreffende het gebruik en controlemaatregelen voor de kwalitatieve en kwantitatieve analyses van conserveermiddelen in en op vruchten :

Richtlijn nr. 67/427/EEG van 27. 6. 1967 (PB nr. 148 van 1967, blz. 1).

3. Toegestane anti-oxydantia

Richtlijn nr. 70/357/EEG van 13. 7. 1970 (PB nr. L 157 van 1970, blz. 31).

4. Cacao - en chocoladeprodukten

Onderlinge aanpassing van de wetgevingen :

Richtlijn nr. 73/241/EEG van 24. 7. 1973 (PB nr. L 228 van 1973, blz. 23).

5. Suiker

Onderlinge aanpassing van de wetgevingen :

Richtlijn nr. 73/437/EEG van 11. 12. 1973 (PB nr. L 356 van 1973, blz. 71).

RICHTLIJNEN OP VETERINAIR GEBIED

1. Gezondheidsvraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens

Richtlijn nr. 64/432/EEG van 26. 6. 1964 (PB nr. 121 van 1964, blz. 197/64), gewijzigd bij de volgende Richtlijnen nrs. :

- 66/600/EEG (PB nr. 192 van 1966, blz. 3294/66),

- 70/360/EEG (PB nr. L 157 van 1970, blz. 40),

- 71/285/EEG (PB nr. L 179 van 1971, blz. 1),

- 72/97/EEG (PB nr. L 38 van 1972, blz. 95),

- 72/445/EEG (PB nr. L 298 van 1972, blz. 49),

- 73/150/EEG (PB nr. L 172 van 1973, blz. 18).

2. Gezondheidsvraagstukken op het gebied van het handelsverkeer in vers vlees van pluimvee

Richtlijn nr. 71/118/EEG van 15. 2. 1971 (PB nr. L 55 van 1971, blz. 23).

3. Gezondheidsvraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees

Richtlijn nr. 64/433/EEG van 26. 6. 1964 (PB nr. 121 van 1964, blz. 2012/64),

gewijzigd bij de volgende Richtlijnen nrs. :

- 66/601/EEG (PB nr. 192 van 1966, blz. 3302/66),

- 69/349/EEG (PB nr. L 256 van 1969, blz. 5),

- 70/486/EEG (PB nr. L 239 van 1970, blz. 42).

DIERVOEDING

1. Invoering van gemeenschappelijke bemonsterings - en analysemethoden voor de officiële controle van diervoeders

Richtlijn nr. 70/373/EEG van 20. 7. 1970 (PB nr. L 170 van 1970, blz. 1), gewijzigd bij Richtlijn nr. 72/275/EEG (PB nr. L 171 van 1972, blz. 39).

2. Toevoegingsmiddelen in diervoeding

Richtlijn nr. 70/524/EEG van 23. 11. 1970 (PB nr. L 270 van 1970, blz. 1), gewijzigd bij Richtlijn nr. 73/103/EEG (PB nr. L 124 van 1973, blz. 17).

3. Ongewenste stoffen en produkten in diervoeding

Richtlijn nr. 74/63/EEG van 17. 12. 1973 (PB nr. L 38 van 1974, blz. 31).

BESCHERMING VAN DE GEZONDHEID

1. Farmaceutische specialiteiten

Onderlinge aanpassing van de wetgevingen :

Richtlijn nr. 65/65/EEG van 26. 1. 1965 (PB nr. 22 van 1965, blz. 369/65), gewijzigd bij Richtlijn nr. 66/454/EEG (PB nr. 144 van 1966, blz. 2658/66).

2. Indeling, verpakking en kenmerken van gevaarlijke stoffen

a) Onderlinge aanpassing van de wetgevingen :

Richtlijn nr. 67/548/EEG van 27. 6. 1967 (PB nr. 196 van 1967, blz. 1), gewijzigd bij de volgende Richtlijnen nrs. :

- 70/189/EEG (PB nr. L 59 van 1970, blz. 33),

- 71/144/EEG (PB nr. L 74 van 1971, blz. 15),

- 73/146/EEG (PB nr. L 167 van 1973, blz. 1).

b) Indeling, verpakking en kenmerken van bepaalde gevaarlijke preparaten (oplosmiddelen) : Richtlijn nr. 73/173/EEG van 4. 6. 1973 (PB nr. L 189 van 1973, blz. 7).

TEXTIELPRODUKTEN

1. Textielbenamingen

Onderlinge aanpassing van de wetgevingen :

Richtlijn nr. 71/307/EEG van 26. 7. 1971 (PB nr. L 185 van 1971, blz. 16).

2. Kwantitatieve analyses van binaire mengingen van textielvezels

Onderlinge aanpassing van de wetgevingen :

Richtlijn nr. 72/276/EEG van 17. 7. 1972 (PB nr. L 173 van 1972, blz. 1).

3. Kwantitatieve analyses van ternaire mengingen van textielvezels

Onderlinge aanpassing van de wetgevingen :

Richtlijn nr. 73/44/EEG van 26. 2. 1973 (PB nr. L 83 van 1973, blz. 1).

INDUSTRIEPRODUKTEN

Detergentia

1. Detergentia

Onderlinge aanpassing van de wetgevingen :

Richtlijn nr. 73/404/EEG van 22. 11. 1973 (PB nr. L 347 van 1973, blz. 51).

2. Methoden voor het testen van de biologische afbreekbaarheid van oppervlakte-actieve stoffen van het anionactieve type

Onderlinge aanpassing van de wetgevingen :

Richtlijn nr. 73/405/EEG van 22. 11. 1973 (PB nr. L 347 van 1973, blz. 53).

Kristalglas

Beschrijving en etikettering van kristalglas : Richtlijn nr. 69/493/EEG van 15. 12. 1969 (PB nr. L 326 van 1969, blz. 36).

Niet-automatische weegwerktuigen

Onderlinge aanpassing van de wetgevingen : Richtlijn nr. 73/360/EEG van 19. 11. 1973 (PB nr. 335 van 1973, blz. 1).

Elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen

Harmonisatie van de wetten : Richtlijn nr. 73/23/EEG van 19. 2. 1973 (PB nr. L 77 van 1973, blz. 29).

MOTORVOERTUIGEN EN HET GEBRUIK DAARVAN

1. Maatregelen tegen de luchtverontreiniging door gassen afkomstig van motoren met elektrische ontsteking

Onderlinge aanpassing van de wetgevingen : Richtlijn nr. 70/220/EEG van 20. 3. 1970 (PB nr. L 76 van 1970, blz. 1).

2. Reservoirs voor vloeibare brandstof en beschermingsinrichtingen aan de achterzijde van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan

Onderlinge aanpassing van de wetgevingen : Richtlijn nr. 70/221/EEG van 20. 3. 1970 (PB nr. L 76 van 1970, blz. 23).

3. Stuurinrichting van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan

Onderlinge aanpassing van de wetgevingen : Richtlijn nr. 70/311/EEG van 8. 6. 1970 (PB nr. L 133 van 1970, blz. 10).

4. Goedgekeurde modellen van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan

Onderlinge aanpassing van de wetgevingen : Richtlijn nr. 70/156/EEG van 6. 2. 1970 (PB nr. L 42 van 1970, blz. 1).

5. Toegestaan geluidsniveau en uitlaatinrichting van motorvoertuigen

Onderlinge aanpassing van de wetgevingen : Richtlijn nr. 70/157/EEG van 6. 2. 1970 (PB nr. L 42 van 1970, blz. 16).

6. Reminrichtingen voor bepaalde categorieën motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan

Onderlinge aanpassing van de wetgevingen : Richtlijn nr. 71/320/EEG van 26. 7. 1971 (PB nr. L 202 van 1971, blz. 37).

7. Verzekering inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor het gebruik van de voertuigen en verplichting zich in verband met een dergelijke aansprakelijkheid te verzekeren

Richtlijn nr. 72/166/EEG van 24. 4. 1972 (PB nr. L 103 van 1972, blz. 1).

8. Geluidssignaalinrichting van motorvoertuigen

Richtlijn nr. 70/388/EEG van 27. 7. 1970 (PB nr. L 176 van 1970, blz. 12).

9. Deuren van motorvoertuigen

Richtlijn nr. 70/387/EEG van 27. 7. 1970 (PB nr. L 176 van 1970, blz. 5).

10. Achteruitkijkspiegels van motorvoertuigen

Richtlijn nr. 71/127/EEG van 1. 3. 1971 (PB nr. L 68 van 1971, blz. 1).

11. Maatregelen tegen de verontreiniging door dieselmotoren

Richtlijn nr. 72/306/EEG van 2. 8. 1972 (PB nr. L 190 van 1972, blz. 1).

12. Binneninrichting van motorvoertuigen

Richtlijn nr. 74/60/EEG van 17. 12. 1973 (PB nr. L 38 van 1974, blz. 2).

13. Inrichtingen ter beveiliging tegen het gebruik van motorvoertuigen door onbevoegden

Richtlijn nr. 74/61/EEG van 17. 12. 1973 (PB nr. L 38 van 1974, blz. 22).

LENGTEMATEN

Onderlinge aanpassing van de wetgevingen Richtlijn nr. 73/362/EEG van 19. 11. 1973 (PB nr. L 335 van 1973, blz. 56).

UITBREIDING VAN DE GEMEENSCHAP

Wijziging van bepaalde richtlijnen als gevolg van de uitbreiding van de Gemeenschap (PB nr. L 326 van 1973, blz. 17).


Beheerd door het Publicatiebureau