66/22/Euratom: Tweede aanbeveling van de Commissie aan de Lid-Staten betreffende harmonisatie van de uitvoerbepalingen van het Verdrag van Parijs d.d. 29 juli 1960
Publicatieblad Nr. 136 van 25/07/1966 blz. 2553 - 2554
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 12 Deel 1 blz. 0105
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 12 Deel 1 blz. 0105
++++ TWEEDE AANBEVELING VAN DE COMMISSIE aan de Lid-Staten betreffende de harmonisatie van de uitvoeringsbepalingen van het Verdrag van Parijs d.d . 29 juli 1960 ( 66/22/Euratom ) DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR ATOOMENERGIE , Gelet op artikel 124 , juncto de artikeln 1 , 2 g ) en 98 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie , Overwegende dat de binnen de Gemeenschappelijke Markt van de Europese Gemeenschap snel groeiende industrie op het gebied van de kernenergie over een aan de bijzondere kenmerken van het nucleaire risico aangepaste , en zoveel mogelijk geharmoniseerde regeling van aansprakelijkheid en financiƫle waarborgen in geval van schade moet beschikken , ten einde een doeltreffende en gelijkmatige bescherming aan eventuele slachtoffers te verlenen , de verschillen in concurrentievoorwaarden op het gebied van de kernenergie die het gevolg zijn van ongelijke verzekeringslasten , op te heffen en het vervoer van splijtstoffen binnen de Europese Gemeenschap te vergemakkelijken en de verzekeringskosten te verlagen , Overwegende dat zij op 28 oktober 1965 tot de Lid-Staten een eerste aanbeveling heeft gericht _ verschenen in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen , no . 196 van 18 november 1965 , blz . 2995/2996 _ betreffende de harmonisatie van de uitvoeringsbepalingen van het Verdrag van Parijs van 29 juli 1960 en de Aanvullende Overeenkomst van Brussel van 31 januari 1963 , DOET DE VOLGENDE AANBEVELING : I . In de uitvoeringsbepalingen van de Lid-Staten zouden met betrekking tot het Verdrag van Parijs van 29 juli 1960 onderstaande punten uniform als volgt moeten worden geregeld : 1 . De Verdragsluitende partijen nemen in hun wetgeving een regeling op overeenkomstig artikel 7 c ) van het Verdrag van Parijs volgens welke de uitzondering krachtens artikel 3 a ) ( ii ) ( 2 ) niet wordt toegepast ( opneming van het vervoermiddel onder de aansprakelijkheid krachtens het Verdrag van Parijs ) ; 2 . Aard , vorm en omvang van de schadevergoeding worden bepaald volgens de in elke Lid-Staat geldende civielrechtelijke bepalingen inzake schadevergoeding . De wetgeving bevat geen andere beperkingen van de aanspraken op schadevergoeding dan die welke zijn bepaald in artikel 7 van het Verdrag van Parijs . In het bijzonder wordt voor lichamelijk letsel het bedrag van de aansprakelijkheid niet tot een maximumbedrag per slachtoffer beperkt . II . Deze aanbeveling is gericht tot alle Lid-Staten . Gedaan te Brussel , 6 juli 1966 . Voor de Commissie De Voorzitter P . CHATENET