22003A0828(02)

Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Estland betreffende de deelname van de Republiek Estland aan de door de Europese Unie geleide troepenmacht (EUF) in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië

Publicatieblad Nr. L 216 van 28/08/2003 blz. 0061 - 0063


Overeenkomst

tussen de Europese Unie en de Republiek Estland betreffende de deelname van de Republiek Estland aan de door de Europese Unie geleide troepenmacht (EUF) in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië

DE EUROPESE UNIE,

enerzijds, en

DE REPUBLIEK ESTLAND,

anderzijds,

hierna de partijen genoemd,

REKENING HOUDEND MET:

- de vaststelling door de Raad van de Europese Unie van Gemeenschappelijk Optreden 2003/92/GBVB van 27 januari 2003 inzake de militaire operatie van de Europese Unie in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië,

- de uitnodiging aan de Republiek Estland om deel te nemen aan de door de EU geleide operatie,

- de succesvolle voltooiing van het proces voor de vorming van de troepenmacht en de aanbeveling door de operationeel commandant en het Militair Comité van de Europese Unie om in te stemmen met de deelname van troepen van de Republiek Estland aan de door de EU geleide operatie,

- het besluit van het Politiek en Veiligheidscomité van 11 maart 2003 om de bijdrage van de Republiek Estland aan de door de EU geleide operatie te aanvaarden,

- de briefwisseling tussen de regering van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en de SG/HV inzake het verloop van de operatie,

- de op 21 maart 2003 gesloten overeenkomst tussen de EU en de regering van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië betreffende de status van de EUF en het EUF-personeel,

ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN:

Artikel 1

Kader en definities

1. De Republiek Estland sluit zich aan bij de bepalingen van het door de Raad van de Europese Unie op 27 januari 2003 vastgestelde Gemeenschappelijk Optreden 2003/92/GBVB inzake de militaire operatie van de Europese Unie in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, overeenkomstig het bepaalde in de volgende artikelen.

2. Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt verstaan onder:

a) "Operatie Concordia": de militaire operatie van de Europese Unie in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië als bedoeld in Gemeenschappelijk Optreden 2003/92/GBVB;

b) "door de Europese Unie geleide troepenmacht (EUF)": het militaire hoofdkwartier van de EU, de samenstellende nationale eenheden/elementen die bijdragen aan Operatie Concordia, hun goederen en hun vervoermiddelen;

c) "EUF-personeel": civiel en militair personeel dat aan de EUF is toegewezen;

d) "mechanisme": het operationeel financieringsmechanisme dat bij besluit van de Raad van 27 januari 2003 is ingesteld om de gemeenschappelijke kosten van de militaire operatie van de Europese Unie in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië te financieren;

e) "deelnemende landen": de lidstaten die het in lid 1 bedoelde gemeenschappelijk optreden uitvoeren, alsmede de derde landen die aan Operatie Concordia deelnemen door troepen, personeel of goederen te verstrekken;

f) "gemeenschappelijke commissie vorderingen": de gemeenschappelijke vorderingencommissie die is ingesteld bij artikel 13 van de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië over de status van de door de Europese Unie geleide troepenmacht in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

Artikel 2

Deelname aan de operatie

1. De Republiek Estland neemt deel aan Operatie Concordia met een contingent als vastgesteld tijdens de conferentie over de opbouw van de troepenmacht. Indien nodig wordt gezorgd voor een toerbeurtsysteem voor het gedetacheerd personeel.

2. De Republiek Estland draagt er zorg voor dat haar troepen en personeel hun taak uitoefenen overeenkomstig de bepalingen van Gemeenschappelijk Optreden 2003/92/GBVB, het operatieplan en de uitvoeringsmaatregelen.

3. De Republiek Estland informeert de operationeel commandant van de EU, de commandant van de EU-strijdkrachten en de militaire staf van de EU over elke wijziging in haar deelname aan Operatie Concordia.

Artikel 3

Status

1. De troepen en het personeel die deelnemen aan Operatie Concordia, vallen onder de overeenkomst tussen de Europese Unie en de FYROM inzake de status van de door de Europese Unie geleide troepen in de FYROM en de bijbehorende uitvoeringsregelingen.

2. De status van personeel dat is toegevoegd aan een hoofdkwartier of commando-onderdeel buiten de FYROM valt onder de regelingen tussen het hoofdkwartier of commando-onderdeel in kwestie en de Republiek Estland.

Artikel 4

Commandostructuur

1. De deelname van de Republiek Estland aan Operatie Concordia doet geen afbreuk aan de autonome besluitvorming van de Unie.

2. Alle troepen en personeelsleden blijven volledig onder bevel van hun nationale autoriteiten.

3. De nationale autoriteiten dragen de operationele controle (OPCON) over aan de operationeel commandant van de EU. De operationeel commandant heeft het recht zijn gezag te delegeren.

4. Overeenkomstig artikel 8, lid 4, van Gemeenschappelijk Optreden 2003/92/GBVB en Besluit FYROM/1/2003 van het Politiek en Veiligheidscomité inzake de instelling van het Comité van contribuanten heeft de Republiek Estland bij de dagelijkse leiding van Operatie Concordia dezelfde rechten en verplichtingen als de deelnemende EU-lidstaten.

5. De Republiek Estland oefent bevoegdheid uit ten aanzien van haar personeel. De operationeel commandant en de commandant van de troepen kunnen te allen tijde om de terugtrekking van personeel van de Republiek Estland verzoeken.

6. Een hoge militaire vertegenwoordiger (HMV) wordt door de Republiek Estland benoemd om haar nationale contingent in de EUF te vertegenwoordigen. De HMV overlegt met de commandant van de EU-strijdkrachten over alle aangelegenheden die invloed hebben op Operatie Concordia en is verantwoordelijk voor de dagelijkse discipline van zijn contingent.

Artikel 5

Gerubriceerde gegevens

De Republiek Estland neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat haar personeel bij de behandeling van gerubriceerde EU-gegevens de beveiligingsvoorschriften van de Raad van de Europese Unie, die in Besluit 2001/264/EG van de Raad(1) zijn vervat, alsook eventuele verdere richtsnoeren van de operationeel commandant naleeft.

Artikel 6

Financiële aspecten

1. Onverminderd artikel 7 draagt de Republiek Estland alle kosten in verband met haar deelname aan Operatie Concordia, tenzij die kosten vallen onder de gemeenschappelijke financiering zoals die is omschreven in de operationele begroting van de operatie.

2. Ingeval de gemeenschappelijke commissie vorderingen besluit om een schadevergoeding toe te kennen aan natuurlijke of rechtspersonen in de FYROM, is de Republiek Estland verantwoordelijk voor de betaling van die schadevergoeding indien het overlijden, het lichamelijk letsel, de schade of het verlies zijn veroorzaakt door haar personeel of haar middelen, tenzij het mechanisme overeenkomstig artikel 9, lid 3, van het Raadsbesluit van 27 januari 2003 tot instelling van het mechanisme, besluit om de schadevergoeding te betalen.

Artikel 7

Bijdragen aan de gemeenschappelijke kosten

1. De Republiek Estland draagt bij in de gemeenschappelijke kosten van Operatie Concordia voor een bedrag van 19220 EUR per zes maanden.

2. De beheerder van het bij het Raadsbesluit van 27 januari 2003 ingestelde mechanisme voor de financiering van de gemeenschappelijke kosten van Operatie Concordia komt met de bevoegde administratieve autoriteiten van de Republiek Estland een regeling overeen. Deze regeling bevat bepalingen inzake:

a) de regelingen inzake betaling en beheer van de financiële bijdrage;

b) in voorkomend geval de verificatieregelingen die van toepassing zijn op de controle en audit van de financiële regeling.

3. De bijdragen van de Republiek Estland in de gemeenschappelijke kosten van Operatie Concordia worden door de Republiek Estland op de bankrekening gestort die door de beheerder van het mechanisme aan dat land toegewezen is.

Artikel 8

Niet-naleving

Indien een van de deelnemende partijen de in de voorgaande artikelen neergelegde verplichtingen niet nakomt, heeft de andere partij het recht om deze overeenkomst te beëindigen met inachtneming van een opzeggingstermijn van één maand.

Artikel 9

Inwerkingtreding

Deze overeenkomst wordt bij de ondertekening van kracht.

Zij blijft van kracht zolang de deelname van de Republiek Estland aan Operatie Concordia duurt.

Gedaan te Brussel, op

>PIC FILE= "L_2003216NL.006301.TIF">, in vier exemplaren in de Engelse taal.

Voor de Europese Unie

>PIC FILE= "L_2003216NL.006302.TIF">

Voor de Republiek Esland

>PIC FILE= "L_2003216NL.006303.TIF">

(1) PB L 101 van 11.4.2001, blz. 1.


Beheerd door het Publicatiebureau