|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2024/4097 |
8.7.2024 |
Beroep ingesteld op 23 mei 2024 – Ezubov / Raad
(Zaak T-273/24)
(C/2024/4097)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Pavel Ezubov (Moskou, Rusland) (vertegenwoordigers: D. Rovetta, M. Campa en V. Villante, advocaten)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
|
— |
besluit (GBVB) 2024/847 van de Raad van 12 maart 2024 tot wijziging van besluit 2014/145/GBVB betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen, nietig te verklaren; (1) |
|
— |
uitvoeringsverordening (EU) 2024/849 van de Raad van 12 maart 2024 tot uitvoering van verordening (EU) nr. 269/2014 betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen, nietig te verklaren; (2) |
|
— |
de Raad te verwijzen in de kosten van de onderhavige procedure. |
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van zijn beroep voert verzoeker vier middelen aan.
|
1. |
Eerste middel: schending van de motiveringsplicht, artikel 296 VWEU en artikel 41, lid 2, onder c) van het Handvest van de grondrechten – schending van het recht op effectieve rechterlijke bescherming en artikel 47 van het Handvest van de grondrechten. |
|
2. |
Tweede middel: onrechtmatigheid van het nieuwe criterium voor plaatsing op de lijst dat is opgenomen in artikel 1, lid 1, onder e), en artikel 2, lid 1, onder g), van besluit 2014/145/GBVB, en artikel 3, lid 1, onder g), van verordening (EU) nr. 269/2014, en dat is ingevoerd bij de handelingen van juni 2023 – exceptie van onwettigheid op grond van artikel 277 VWEU. |
|
3. |
Derde middel: kennelijke beoordelingsfout – niet-nakoming van de bewijslast – in artikel 1, lid 1, onder e), en artikel 2, lid 1, onder g), van besluit 2014/145/GBVB, en artikel 3, lid 1, onder g), van verordening (EU) nr. 269/2014, beide in verband met de beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen. |
|
4. |
Vierde middel: schending van het evenredigheidsbeginsel en de fundamentele rechten van verzoeker; schending van de fundamentele rechten op eigendom en vrijheid van ondernemerschap; schending van de artikelen 16 en 17 van het Handvest van de grondrechten. |
(1) PB L, 2024/847.
(2) PB L, 2024/849.
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/4097/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)