Richtlijn 82/287/EEG van de Commissie van 13 april 1982 tot wijziging van de bijlagen van de Richtlijnen 66/401/EEG en 69/208/EEG van de Raad betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van groenvoedergewassen, respectievelijk zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen, en tot wijziging van de Richtlijnen 78/386/EEG en 78/388/EEG
Publicatieblad Nr. L 131 van 13/05/1982 blz. 0024 - 0026
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 03 Deel 25 blz. 0016
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 03 Deel 25 blz. 0016
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 15 blz. 0003
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 15 blz. 0003
***** RICHTLIJN VAN DE COMMISSIE van 13 april 1982 tot wijziging van de bijlagen van de Richtlijnen 66/401/EEG en 69/208/EEG van de Raad betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van groenvoedergewassen, respectievelijk zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen, en tot wijziging van de Richtlijnen 78/386/EEG en 78/388/EEG (82/287/EEG) DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Richtlijn 66/401/EEG van de Raad van 14 juni 1966 betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van groenvoedergewassen (1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 81/126/EEG (2), en met name op artikel 21 bis, Gelet op Richtlijn 69/208/EEG van de Raad van 30 juni 1969 betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen (3), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 81/126/EEG, en met name op artikel 20 bis, Overwegende dat in verband met de stand van wetenschap en techniek in de bijlagen I en II van de Richtlijnen 66/401/EEG en 69/208/EEG wijzigingen moeten worden aangebracht om de navolgende redenen; Overwegende dat de voorwaarden waaraan gewas en zaaizaad moeten voldoen, de normen inzake raszuiverheid daaronder begrepen, in overeenstemming moeten worden gebracht met de regelingen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) inzake de keuring op ras van het voor de internationale handel bestemde zaaizaad; dat derhalve de data van inwerkingtreding bedoeld in het tweede streepje van artikel 2 van Richtlijn 78/386/EEG van de Commissie van 18 april 1978 tot wijziging van de bijlagen van Richtlijn 66/401/EEG betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van groenvoedergewassen (4), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 81/126/EEG, respectievelijk het eerste streepje van artikel 2 van Richtlijn 78/388/EEG van de Commissie van 18 april 1978 tot wijziging van de bijlagen van Richtlijn 69/208/EEG betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen (5), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 81/126/EEG, moeten worden aangepast aan de jongste ontwikkeling; Overwegende dat het in de huidige situatie niet mogelijk is geweest binnen de Gemeenschap te voorzien in een harmonisatie van de voorwaarden ten aanzien van de minimumeisen inzake raszuiverheid waaraan het gewas of het zaaizaad moet voldoen wat betreft zonnebloemhybriden; dat evenwel vóór 1 juli 1983 een poging moet worden ondernomen om deze normen vast te stellen ten einde tot harmonisatie te komen; Overwegende dat de in deze richtlijn vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Permanent Comité voor teeltmateriaal voor land-, tuin- en bosbouw, HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD: Artikel 1 Bijlage I van Richtlijn 66/401/EEG wordt als volgt gewijzigd: 1. In punt 4, tweede en derde zin, wordt na »Pisum sativum" ingevoegd »Vicia faba". 2. In punt 4, tweede en derde zin, wordt »Raphanus sativus ssp. oleifera" geschrapt. Artikel 2 Bijlage II van Richtlijn 66/401/EEG wordt als volgt gewijzigd: 1. Punt 1 van afdeling I wordt gelezen: »Het zaad moet voldoende rasecht en raszuiver zijn. Het zaaizaad van de onderstaande soorten moet name aan de volgende normen of eisen voldoen: Minimumraszuiverheid (%): - Van één kloon afkomstige apomictische rassen van Poa spp.: 98 - Pisum sativum, Vicia faba, Brassica napus var. napobrassica, Brassica oleracea conv. acephala: - gecertificeerd zaaizaad, eerste vermeerdering: 99 - gecertificeerd zaaizaad, tweede en volgende vermeerderingen: 98 Of aan de minimumeisen inzake raszuiverheid is voldaan, wordt hoofdzakelijk nagegaan door middel van de in bijlage I omschreven veldkeuringen.". 2. Punt 1 van afdeling II wordt gelezen: »Zaad van Pisum sativum, Brassica napus var. napobrassica, Brassica oleracea conv. acephala, Vicia faba en van één kloon afkomstige apomictische rassen van Poa spp. moet, overeenkomstig de onderstaande normen of eisen, voor ten minste 99,7 % raszuiver zijn. Of aan de minimumeisen inzake raszuiverheid is voldaan, wordt hoofdzakelijk nagegaan door middel van de in bijlage I omschreven veldkeuringen.". Artikel 3 Bijlage I van Richtlijn 69/208/EEG wordt als volgt gewijzigd: Punt 3 wordt gelezen: »Het gewas moet voldoende rasecht en raszuiver zijn. In het bijzonder gewassen van Brassica juncea, Brassica nigra, Cannabis sativa, Carum carvi en Gossypium sp. moeten aan de volgende eisen voldoen: Het aantal planten van deze soorten die duidelijk niet tot het betrokken ras behoren, mag niet meer bedragen dan: - 1 per 30 m2 voor de produktie van basiszaad; - 1 per 10 m2 voor de produktie van gecertificeerd zaad.". Artikel 4 Bijlage II van Richtlijn 69/208/EEG wordt als volgt gewijzigd: Punt 1 van afdeling I wordt gelezen: »Het zaad moet voldoende rasecht en raszuiver zijn. In het bijzonder moet zaad van de onderstaande soorten voldoen aan de volgende normen of eisen: 1.2 // // // Soort en categorie // Minimum mechanische zuiverheid (%) // // // 1 // 2 // // // Arachis hypogaea: // // - basiszaad // 99,7 // - gecertificeerd zaad // 99,5 // Brassica napus ssp. oleifera, met uitzondering van de rassen voor voederdoeleinden, Brassica rapa, met uitzondering van de rassen voor voederdoeleinden: // // - basiszaad // 99,9 // - gecertificeerd zaad // 99,7 // Brassica napus ssp. oleifera, rassen voor voederdoeleinden, Brassica rapa, rassen voor voederdoeleinden, andere Helianthus annuus dan de hybriderassen, met inbegrip van de samenstelling hiervan, Sinapis alba: // // - basiszaad // 99,7 // - gecertificeerd zaad, eerste vermeerdering // 99 // - gecertificeerd zaad, tweede en volgende vermeerderingen // 98 // Linum usitatissimum: // // - basiszaad // 99,7 // - gecertificeerd zaad, eerste vermeerdering // 98 // - gecertificeerd zaad, tweede en derde vermeerdering // 97,5 // Papaver somniferum: // // - basiszaad // 99 // - gecertificeerd zaad // 98 // Glycine max: // // - basiszaad // 97 // - gecertificeerd zaad // 95 // // Of aan de minimumeisen inzake raszuiverheid is voldaan, wordt hoofdzakelijk nagegaan door middel van de in bijlage I omschreven veldkeuringen.". Artikel 5 In het tweede streepje van lid 1 van artikel 2 van Richtlijn 78/386/EEG wordt »1 januari 1982" vervangen door »een in een later stadium vast te stellen datum". Artikel 6 In het eerste streepje van lid 1 van artikel 2 van Richtlijn 78/388/EEG wordt »1 januari 1982" vervangen door »een in een later stadium vast te stellen datum". Artikel 7 1. De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om: - per 1 januari 1982 te voldoen aan de bepalingen van de artikelen 5 en 6, - voor wat betreft Poa spp. op 1 januari 1983 te voldoen aan de bepalingen van artikel 2, - uiterlijk op 1 januari 1983 te voldoen aan de overige bepalingen van deze richtlijn. 2. De Lid-Staten zien erop toe dat het handelsverkeer in zaaizaad in generlei opzicht wordt beperkt als gevolg van het feit dat deze richtlijn overeenkomstig het derde streepje van lid 1 op verschillende data van toepassing wordt. Artikel 8 Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten. Gedaan te Brussel, 13 april 1982. Voor de Commissie Poul DALSAGER Lid van de Commissie (1) PB nr. 125 van 11. 7. 1966, blz. 2298/66. (2) PB nr. L 67 van 12. 3. 1981, blz. 36. (3) PB nr. L 169 van 10. 7. 1969, blz. 3. (4) PB nr. L 113 van 25. 4. 1978, blz. 1. (5) PB nr. L 113 van 25. 4. 1978, blz. 20.